5279 Duitse Orde
Het kenteken van de Duitse Orde is een zwart kruis op een witte achtergrond. Daarom worden ze, net als de Tempeliers wel eens (incorrect) kruisridders genoemd. Ze hadden verschillende landcommanderijen in het Duitse rijk: Bilzen (Alden Biezen) en Gruitrode, maar ook in Utrecht. De Ridderlijke Duitsche Orde Balije (=landcommanderij) Utrecht werd in de zestiende eeuw hervormd, en bestaat tot op de dag van vandaag.

Reeds in de jaren twintig van de twaalfde eeuw maakten kruisvaarders te Jeruzalem gebruik van een voorloper van de Duitse Orde. Met de Arabische verovering van Jeruzalem in 1187 kwam hier een eind aan. Twee jaar later, in 1189, volgde een derde kruistocht, waar veel geestelijken uit Bremen en Lübeck een aandeel in hadden. Een nieuw ziekenhuis werd gesticht te Akko. De volledige naam van de organisatie luidde: Ordo fratrum hospitalis sanctae Mariae Theutonicorum Ierosolimitanorum (de orde van de broeders van het hospitaal van de heilige Maria der Duitsers in Jeruzalem), kortweg aangeduid met 'de Duitse Orde'.

In 1198 werd de organisatie, in navolging van andere orden, getransformeerd van een verplegende orde in een ridderorde. Een jaar later, in 1199 werd dit door de paus bevestigd. Hierop volgde een periode van sterke groei: binnen een eeuw wist de Duitse Orde te groeien tot 300 afzonderlijke zogeheten provincies. Dit was te danken aan het feit dat de Duitse Orde handig gebruik wist te maken van de eindeloze ruzies tussen de keizers van het Heilige Roomse Rijk en de paus: beide partijen begunstigden de Duitse Orde enorm. De Orde kreeg zeer veel landerijen en privileges. De Duitse Orde was ontheven aan het bisschoppelijk en wereldlijk gezag: ze was slechts verantwoording verschuldigd aan de paus zelf.

Op verzoek van de Poolse hertog Konrad van Mazowië begonnen de ridderbroeders in 1230 met hun strijd tegen de Prussen, een stammengroep die behoorde tot de Baltische taalgroep, die nog steeds heiden waren. Hierin was de Duitse Orde, met steun van kruisvaarders en de Poolse adel, zo succesvol, dat in 1283 de overlevende helft van de Prussen tot overgave gedwongen werd. Tegelijkertijd werd de Orde der Zwaardbroeders die in Lijfland (ongeveer huidig Estland) actief was, in 1237 opgenomen in de Duitse Orde. Hiermee kreeg de Duitse Orde een groot stuk territorium erbij en ontstond de zogenaamde Ordestaat (het was een unicum in de Middeleeuwen dat een geestelijke orde een eigen vorstendom kon verkrijgen van een dergelijke grootte).

Een ander unicum in de wereldgeschiedenis was dat tot het celibaat verplichte monniken krijgsdienst verrichtten. De ordebroeders (een paar honderd in getal) waren overigens maar een minderheid van de ridders van de Orde-staat. De meeste ridders waren wereldlijke ridders, die mochten trouwen en een gezin stichten.

In 1309 verhuisde de grootmeester van de orde de zetel van de hele orde van Venetië naar Marienburg, thans Malbork geheten.

Met de slag bij Tannenberg werd de macht van de orde in Polen stevig ingeperkt.

In de Dertienjarige Oorlog met Polen (1453-1466) verloor de Duitse Orde West-Pruisen, met Dantzig en Marienburg, aan Polen. Het hoofdkwartier van de Orde werd toen overgebracht naar Königsberg

Gemaakt: 18-09-05

colofon