5048

Midden-Oosten (1187-1200) - Derde Kruistocht (1187-1192)

Midden-Oosten - Tweede kruistocht (1147 - 1187)

 

In 1187 riep Saladin, de grote sultan van hert rijk der Ajjoebiden zijn onderdanen op tot een heilige oorlog tegen de Kruisvaarders en rukte Palestina binnen. Hij veroverde de stad Tiberias om daarmee een tegenaanval van de kruisvaarders te provoceren. Onder leiding van Guy de Lusignan, koning van Jeruzalem, trokken de kruisvaarders van ongeveer 20.000 soldaten voetvolk en 1200 ridders, door de dorre heuvels van Galilea om Tiberias te ontzetten. Doordat vele waterbronnen waren opgedroogd en de overige in handen waren van de Saracenen raakten de kruisvaarders met hun zware maliënkolders en gambisons (wambuizen: dikke beschermende kleding) snel uitgeput in de zomerhitte. Continu werden ze beschoten door de Saraceense boogschutters, die hun opmars nauwgezet volgden. Na een dag marcheren meenden de kruisvaarders het Meer van Tiberias te hebben bereikt, maar Saladin versperde hen de toegang tot het water met zijn leger. Noodgedwongen sloegen de kruisvaarders hun kamp voor de nacht op. Dit gebeurde op het plateau van Hattin aan de voet van de "horens van Hattin" (4 juli 1187). Tijdens de nacht staken Saladin en zijn mannen het struikgewas rondom het kamp in brand. De kruisvaarders leden enorm onder de rook en de hitte, waarbij het leed verergerd werd door het gebrek aan water. De volgende dag bleek het uitgedroogde kruisvaardersleger geheel omsingeld. 

De ridders waagden in wanhoop een uitval. Een deel van het ruitervolk werd ongehinderd doorgelaten, waarna de linies van Saladin zich weer sloten. Het leger van Saladin jaagde de rest van de kruisvaarders terug de heuvel op en versloeg hen compleet. Alle gevangengenomen Tempeliers en Hospitaalridders werden onthoofd. Slechts ongeveer 3000 kruisvaarders ontsnapten aan de veldslag, inclusief Raymond III van Tripoli, Jocelin III van Edessa, Balian d'Ibelin, en Reginald van Sidon. Koning Guy de Lusignan werd gevangen genomen.

Door het verlies van de slag liep het voortbestaan van het Koninkrijk Jeruzalem ernstig in gevaar.  Na zijn overwinning veroverde Saladin alle vestingen rond Jeruzalem en ging daarna over tot de belegering van de stad Jeruzalem zelf. De grote verwoestingen die door zijn belegeringswerktuigen werden aangericht deden de verdedigers van de stad de moed verliezen en vroegen om een wapenstilstand..

Saladin wilde in eerste instantie Jeruzalem op dezelfde manier veroveren als de Christenen dat 88 jaar eerder hadden gedaan: stormenderhand en daarna alle mannen neerhouwen en alle vrouwen als slavinnen laten wegvoeren. Maar toen de Christenen hierop dreigden de vijfduizend krijgsgevangenen te doden, de stad plat te branden en de stad te verdedigen tot de laatste man, accepteerde Saladin het aanbod tot overgave en de bewoners tegen een losgeld te laten gaan. Na de inname van de stad op 2 oktober 1187 mochten de Christenen de stad vrij verlaten, maar nauwelijks waren zij buiten de grenzen van het Heilige Land gekomen, of zij werden bij Tripolis (Syrië) door hun eigen geloofsgenoten overvallen en uitgeplunderd. 
Na de slag bij Hattin gaf ook de havenstad Akko zich over aan Saladin.

Het nieuws van de val van Jeruzalem en Akko werd in het westen met smart en ontzetting ontvangen. Weer was het voortbestaan van het Christendom in het Heilige Land in gevaar. Paus Clemens lll riep het christendom andermaal op ter kruisvaart. Als de voornaamste drie leiders traden nu op: keizer Frederik l Barbarossa, Filips ll Augustus van Frankrijk en Richard Leeuwenhart van Engeland.

Frederik Barbarossa, die vriendschappelijke relaties onderhield met Saladin, stelde hem de eis Jeruzalem te ontruimen, het Heilige Kruis, Saladins oorlogsbuit in de slag bij Tiberias, aan de Christenen terug te geven en hun een schadevergoeding te betalen voor de schade die zij door de oorlog hadden geleden. Ter wille van de vrede was Saladin bereid het Heilige Kruis aan de Christenen terug te geven, enkele gebieden af te staan, alle christengevangenen in vrijheid te stellen en de pelgrims toe te staan ongestoord het Heilige Graf te bezoeken. Maar dit was voor Frederik Barbarossa niet voldoende om hem af te doen zien van zijn kruistochtplannen. Uit alle landen van Europa stroomden kruisvaarders toe. Overal verlangden de ridders ernaar zich met de Saracenen te meten. Voor iedere ridder was het een ereplicht als kruisridder in het Heilige Land te zijn geweest.
In de zomer van 1189 vertrok Frederik Barbarossa aan het hoofd van een leger van - volgens het verhaal van 100.000 man. Met grote bekwaamheid, zij het ook ten koste van gevoelige verliezen, leidde de oude, ervaren keizer zijn leger door Midden-Azië. Aangekomen in aan de zuidkust van Klein-Azië echter bereikte de onheilstijding het legerkamp van de kruisridders: De keizer was dood. Frederik was in de rivier de Salef (Selef) verdronken, toen hij zich na een hete mars met een bad wilde verfrissen (10 juni 1190). De plotselinge dood van de keizer maakte een verpletterende indruk. De leiding van het Duitse leger nam nu de jonge zoon van de overleden keizer op zich, de dappere en populaire hertog Frederik van Zwaben. Onder zware beproevingen en verliezen zetten de kruisvaarders hun tocht door Syrië voort. De overlevenden sloten zich aan bij de Franse en Engels kruisvaarders, die over zee rechtstreeks naar het Heilige Land waren gevoerd.

Om de discipline aan boord te handhaven had Richard Leeuwenhart, de zoon van Hednrik ll en Eleonora, strenge krijgsartikelen uitgevaardigd als:  "Degene, die iemand aan boord doodt, zal met het lijk samengebonden in zee worden geworpen." Ook tegen de steeds toenemende zedeloosheid in de legers moest krachtig worden opgetreden. Een man en een vrouw die op heterdaad werden betrapt, werden naakt en met de handen op de rug gebonden en met de karwats afgeranseld.

Toen de Duitsers Syrië naderden, waren de Engelsen en Fransen reeds geland in de buurt van Akko in Midden-Palestina. Zij waren bezig deze stad te belegeren en Saladin deed vergeefse pogingen de stad te ontzetten. Tijdens deze belegering verloren de Duitsers hun nieuwe bevelhebber. Hertog Frederik bezweek aan de pest (1191).

Zie ook: Het beleg van Akko (1189 - 1191)

In 1191 veroverde Richard Leeuwenhart het eiland Cyprus, waar hij met Berengaria huwde. Daarna keerde Richard Leeuwenhart terug naar Akko.

Links: Richard Leeuwenhart zet voet aan wal in Cyprus. (1191)

In de zomer van 1191 gaf de stad zich eindelijk over. Bij deze verovering speelde Richard Leeuwenhart een belangrijke rol. Tijdens dit beleg sneuvelde de Vlaamse graaf Filips van den Elzas. Sindsdien bleef de stad een eeuw lang het belangrijkste steunpunt van de Christenen in het Heilige Land. Men zou verwachten dat na de verovering van Akko de kreet: "Naar Jeruzalem" zou opklinken, maar daarvan was geen sprake. De tweedracht tussen Filips ll Augustus van Frankrijk en Richard Leeuwenhart verslapte elk initiatief.

Bij de inname van Akko had zich een pijnlijke scène afgespeeld. Hertog Leopold van Oostenrijk was de eerste die zijn vaandel had geplant op de citadel van de stad. Midden onder de jubelkreten van het leger over de overwinning, nam de afgunstige Richard Leeuwenhart het vaandel van de hertog weg, wierp dit in het slijk en zette het zijne ervoor in de plaats. De hertog bedwong zijn woede en stelde zijn wraak uit tot een gunstiger gelegenheid. Richard Leeuwenhart was ook voor zijn Franse bondgenoten niet gemakkelijk in de omgang. Op den duur kon Filips ll Augustus het niet meer uithouden. Met een beroep op zijn ziekte trok hij met het grootste deel van zijn leger huiswaarts. In het vaderland lokten hem veroveringen, waaraan meer eer viel te behalen dan in de strijd in Palestina. Slechts een gedeelte liet hij achter onder Richards bevel.

Richard Leeuwenhart nam nu de leiding van de gehele kruistocht op zich. Hij begon met bijna drieduizend krijgsgevangenen van Akko te laten ombrengen, omdat Saladin het overeengekomen losgeld naar zijn mening niet vlug genoeg uitbetaalde. Bij Arsoef behaalde Richard een grote overwinning op de sultan (1191) en veroverde hij de steden Jaffa en Askalon. Daarna liet Richard zich, in plaats van tegen Jeruzalem op te trekken, door de sluwe sultan verleiden, zijn tijd te verdoen met het bestormen van burchten of het zich in een hinderlaag leggen voor een verwachte karavaan. Ondertussen bracht de sultan Jeruzalem in voortreffelijke staat van verdediging. In dezelfde tijd, dat Richard uit alle macht probeerde bij de belijders van Allah de schrik erin te brengen, gaf hij zich te veel moeite het respect en de vriendschap van zijn grote tegenstander te winnen. De beide helden stuurden elkaar geschenken. Toen Richard met een handvol krijgslieden naar Jaffa, de havenstad van Jeruzalem, was gesneld om de christenen daar te ontzetten, werd in een gevecht van man tegen man zijn paard neergestoken, zodat hij te voet moest vechten. Zijn ridderlijke tegenstander stuurde hem een vers paard, met de boodschap dat koningen te paard horen te strijden. Tijdens de onderhandelingen met Saladin vatte Richard zoveel sympathie op voor Saladins talentvolle broer Aladil, dat hij er van sprak hem met zijn zuster te laten trouwen.

Ook deze kruistocht liep op niets uit. Terwijl Richard de strijd tegen Saladin voortzette, spande Filips ll Augustus na zijn terugkeer in Frankrijk samen met Richards broer Jan zonder Land om diens leengebieden in bezit te krijgen. Toen Richard dit ter ore kwam, scheurde hij zich los van het toneel van zijn heldendaden. Kort voor zijn ophanden staande vertrek sloot hij een bestand met Saladin, waarin deze beloofde dat de christenen drie jaar lang het grootste gedeelte van het kustgebied van Palestina mochten behouden en dat zij ongewapend in kleine groepen naar het Heilige Graf op bedevaart mochten gaan. Ziedaar dan, naast de bevrijding van Akko, het resultaat van de groot opgezette derde Kruistocht.

Na het einde van de Derde Kruistocht kon Saladin zijn voor zijn volk heilzame werk nog slechts een paar jaar voortzetten. Zijn krachten waren door de oorlogsinspanningen gebroken. Bij zijn overlijden was hij slechts 55 jaar oud. Zeventien zonen liet hij na.

laatst bijgewerkt: 11-12-08

colofon