5787 |
Britse Eilanden (1154 - 1172) |
![]() |
rechts: Hendrik ll Plantagenet |
![]() |
Hendrik (ll) erfde het hertogdom Normandië en de graafschappen Anjou en Maine. Godfried had bij testament vastgelegd dat zijn tweede zoon Godfried (ll) Anjou en Maine zou krijgen, als zijn oudste zoon Hendrik koning van Engeland zou worden. Toen Hendrik In 1154 koning van Engeland werd voerde hij slechts met veel tegenzin het testament van zijn vader uit, temeer omdat na zijn huwelijk met Hendrik ll wilde Ierland veroveren en zijn jongste broer Willem van Poitou daar koning maken, maar Mathildis keurde het plan af. Hendrik II schonk hem vervolgens Willem diverse landgoederen. Hij werd tevens markgraaf van Dieppe. Willem wilde trouwen met de rijke Isabella van Warenne, weduwe van zijn neef Willem van Blois, maar de aartsbisschop van Canterbury, Thomas Becket, steunde de aanvraag niet en bleef de noodzakelijke pauselijke dispensatie uit. Willem overleed daardoor ongehuwd. |
Nog maar 19 jaar was Hendrik, toen hij in 1152 trouwde met de 8 jaar oudere ex-koningin van Frankrijk Eleonora van Aquitaine twee maanden na de echtscheiding met haar vorige echtgenoot In de periode tot 1166 kregen zij niet minder dan tien kinderen. In 1173 bleek het huwelijk tussen Eleonora en Hendrik weliswaar kinderrijk maar op persoonlijk geen groot succes. Net als bij Lodewijk VII het geval was geweest, ontpopte Eleonora zich als een steun en toeverlaat voor de koning. Tijdens diens kruisvaart nam ze zijn positie waar, waarvoor ze zelfs haar zoon Jan moest bevechten. Toen Richard op weg naar huis gevangen werd genomen was het Eleonora die zorgde dat hij vrijkwam, door het betalen van een borgsom van 100 Pond. Rechts: Eleonora van Poitou-Auitaine. |
![]() |
![]() |
Toen Hendrik in 1154 koning werd van Engeland, regeerde hij over een machtig gebied, dat zich uitstrekte van Schotland tot aan de Pyreneeën. Bij hem vergeleken was zijn leenheer, de Franse koning ![]() Links: Groen gekleurd is het gebied waarover Hendrik ll Plantagenet heerste. Het zwaartepunt van zijn rijk lag in Frankrijk. |
In korte tijd maakte Hendrik een eind aan de het eigenmachtige optreden van de vele kleine tirannen binnen zijn rijk. Honderden ridderburchten van waaruit de Angelsaksen geterroriseerd waren, werden gesloopt. Met krachtige hand onderdrukte hij iedere oproerpoging van de kant van de feodale adel. "De zwaarden der ridders werden tot ploegscharen omgesmeed en rovers en dieven hingen aan de galg." Vrede en orde herstelde Hendrik met behulp van bekwame ambtenaren, die op de grote heren toezicht hielden en streefden naar de doorvoering van gelijkheid voor de wet van alle vrije mannen en vrouwen. De juryrechtspraak met haar vonnis vellende leken, die zo kenmerkend is voor de Engelse rechtspraak, stamt vermoedelijk uit de tijd van Hendrik ll. Zelf was de koning onvermoeibaar in zijn functie van hoogste rechtshandhaver. Ook de geringste onderdaan kon zich met zijn klachten rechtstreeks tot de koning wenden. Tijdens zijn reizen door het land zag Hendrik er persoonlijk op toe dat er recht werd gesproken. In dit klimaat van vrede en rechtszekerheid nam de welstand van het volk toe. Baronnen en ridders gingen zich wijden aan de verzorging van hun landgoederen en andere vreedzame taken. Zij werden geleidelijk aan echte Engelse landjonkers. In plaats van ridderburchten bouwden zij de typisch Engelse landhuizen waarin zij een rustiger en plezieriger leven leidden dan hun krijgszuchtige stamvaderen hadden gedaan. |
![]() |
Bij zijn streven de adel tot gehoorzaamheid te dwingen, had Hendrik een trouwe helper in zijn krachtige en begaafde kanselier Thomas Becket, die door Hendrik in 1162 werd benoemd tot aartsbisschop van Canterbury. Maar niet lang daarna geraakte Becket bij Hendrik uit de gratie, doordat hij zich een streng voorvechter toonde voor het behoud van de privileges van de kerk en betoogde dat de geboden van de kerk meer gezag hadden dan die van de koning. Becket vluchtte naar Frankrijk, waar hij door |
laatst bijgewerkt: 29-12-10 |