5047 |
Midden-Oosten (1147-1187) - Tweede Kruistocht |
![]() |
Toen het nieuws dat de stad Edessa in handen was gevallen van de Seldjoeken legeraanvoerder Daarom trok de Franse abt Bernard van Clairvaux door Frankrijk en Duitsland om de christenen op te roepen om aan deze nieuwe kruisvaart deel te nemen en vuurde hij de vazallen van de Franse koning aan, de trotse Franse tradities van de eerste kruistocht voort te zetten en de wereld te tonen, dat de Franse heldenmoed nog steeds bestond. Op 31 maart 1146, toen Bernardus in de kathedraal van Vézelay in Bourgogne het woord nam, kwamen er zoveel mensen opdagen dat heel het voorname religieus-politieke gezelschap naar het open veld moest verhuizen, net zoals dat vijftig jaar daarvoor in Clermont het geval was geweest. Daar deed de abt uitspraak over het goddelijke orakel en hoe dat luidde was niet moeilijk te voorspellen. Rechts: Bernard van Clairvaux roept gelovigen op voor een Tweede Kruistocht |
![]() |
![]() |
Met zijn legendarische welbespraaktheid viel het hem niet moeilijk heel die mensenmassa die het goddelijke woord wilde horen te overtuigen dat het de wil van God was onverwijld gevolg te geven aan de oproep van de paus en de Franse koning. In ieder geval, de massahysterie bleef niet uit en de roep "God wil het" en "geef ons kruisen" weerklonk opnieuw over heel West-Europa. Overal waar Bernard kwam, werden kruistochtlegers gevormd en tenslotte kon hij in een brief de paus triomfantelijk laten weten dat in de streken waar hij gepredikt had, nauwelijks één man op de zeven vrouwen was achtergebleven en dat de steden en dorpjes er ineens verlaten bij lagen. De Tweede Kruistocht (1147-1149) was begonnen. De preken hadden ook een zware keerzijde: zij leidden tot stijgend geweld tegen de Joden. Veel christenen vonden dat zij niet genoeg bereid waren om de kruistocht te steunen. Deze onrust werd geleid door de Duitser Rudolf. Bernard was hier absoluut niet van gediend en probeerde de onrust te sussen. Uiteindelijk werd Rudolf de mond gesnoerd en werd hij teruggestuurd naar het klooster. De voorbereidingen voor de kruistocht duurde een jaar. De vooruitzichten leken zeer gunstig. Er kwam zelfs steun uit Hongarije, het Byzantijnse Rijk en het koninkrijk Sicilië. Links: Bernard van Clairvaux |
De Fransen bereikte Constantinopel in een vrij slechte stemming, want de Duitsers die hen waren voorgegaan, hadden heel wat dorpen en steden leeggeroofd, zodat de Franse troepen meermaals slechts spookdorpen op hun tocht hadden gevonden. Deze toestand droeg niet bepaald bij tot een goede verstandhouding tussen de verschillende legers. Dat leidde ertoe dat de Duitsers, zonder te wachten op de Fransen, naar Klein-Azië overstaken, om de tocht verder te zetten en de Fransen voor de poorten van Constantinopel achterlieten. Om nu zo vlug mogelijk ook van die hinderlijke Fransen af te geraken, liet de Byzantijnse keizer het gerucht verspreiden dat de Duitsers bij Nicea in hun strijd tegen de Seldjoeken een grote overwinning hadden behaald. Dit spoorde de Fransen aan nu ook ijlings de Bosporus over te steken en naar Nicea op te trekken, met de hoop nog een gedeelte van de oorlogsbuit te kunnen bemachtigen. Maar dat viel serieus tegen want de Duitsers hadden bij Nicea helemaal geen overwinning behaald maar waren er integendeel zo verpletterend door de Turken verslagen dat slechts een op tien de catastrofe had overleefd. De Fransen vonden het Duitse leger, of wat er nog van overbleef, in een droevige toestand maar konden verder niet veel anders doen dan van de catastrofe kennisnemen, want van de Turken aan te vallen kon geen sprake zijn. Koning Koenrad met enkele getrouwen en de droeve restanten van het Duitse leger besloten samen met Lodewijk VIl en zijn leger verder door Anatolië naar de kust te trekken om daar boten te vinden om de rest van de reis per schip verder te zetten. Dit lukte gedeeltelijk, maar dit maakte verder niet veel uit: e kruistocht was een mislukking. |
![]() |
Koning ![]() ![]()
De met zoveel trotse verwachtingen dat de kruisridders deze keer het gehele oosten zouden gaan veroveren, eindigde in een smadelijk fiasco. De Franse kruisridders trokken op naar Damascus (1148), maar slaagden er niet in de stad te veroveren en wel, zo wordt vermeld, door de schuld van Diederik van den Elzas die persoonlijk aanspraak had gemaakt op het bezit van de stad, waardoor Koenrad en Lodewijk afgehaakt zouden hebben. Maar misschien was dat maar een voorwendsel en was het meer doordat men had vernomen dat de fameuze Turkse generaal |
In 1154 werd ![]() Diederik van den Elzas keerde niettegenstaande de perikelen die hij had moeten verduren tijdens de tweede kruistocht, in 1157 voor de derde keer terug naar dat verre land. Deze keer werd hij vergezeld door zijn vrouw Sibylla. Zij was de dochter van In 1169 werd het Egyptische rijk der Fatimiden veroverd door Noer ad-Din's legeraanvoerders Na de dood van |
![]() |
De Assassijnen vormden een sekte, die was gesticht door een bandietenhoofdman optredende Islamitische avonturier. De taak van de Assassijnen was de "vijanden van het ware geloof" door sluipmoord te bestrijden. In een ontoegankelijke rotsvesting, niet ver van Antiochië, zetelde een van de beruchtste aanvoerders, die onder de christenen in Syrië bekend stond als "de oude op de berg". Van hem wordt verteld dat hij zijn getrouwen in een toestand van verdoving bracht en hen daarna naar een park van paradijselijke heerlijkheid liet voeren, waar zij zich aan allerlei zingenot konden overgeven. Na een nieuwe narcose werden zij teruggebracht. Heel hun verdere leven waren zij er dan van overtuigd, dat zij in het paradijs waren geweest. Vandaar dat zij tot alles bereid waren om de vreugden van het paradijs opnieuw te mogen smaken, maar dan voor eeuwig. Het bedwelmingsmiddel, dat de "oude op de berg" gebruikte, is waarschijnlijk een drank geweest, bereid van Indische hennep: haschisch. Van dit woord schijn te naam van de sekte te zijn afgeleid. Assassijn is een verbastering van het Arabische woord "haschischin" (= haschisch-eter) |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 26-02-08 |