5286

Heilige Roomse Rijk (1106 -1125)

Het Heilige Roomse Rijk (1075-1106)

In 1098 werd de orde der Cisterziënzers opgericht. De monniken van deze orde zouden een belangrijke rol gaan spelen in de Duitse expansiedrang over de Elbe. Iedere abdij stichtte zelf één of meer nieuwe abdijen en de monniken gingen in onbekend gebied pioniersarbeid verrichten. In de 12e eeuw drongen de Cisterziënzersmsteeds verder naar het oosten, tot ver over de Elbe. Maar niet alleen naar het oosten richtten zij hun blik, ook Schotland, Wales en Yorkshire werden "gekoloniseerd". De monniken waren boeren, veefokkers, en lamndeigenaren. In het gebied ten oosten van de Elbe kregen de Cisterziënzers steun van de Duitse Kruisridders, toen deze uit Palestina waren teruggekeerd. De Duitse ridders veroverden grote gebieden in het oosten en na verloop van tijd vormden zij daar de rijke, koloniale aristocratie.

In de 12e eeuwse expansie hadden de Kerk, ridders en steden (vooral de Italiaanse steden Venetië, Genua, Pisa en Napels) elkaar gevonden. De steden waren de financiers, de ridders de veroveraars en de Kerk zorgde voor het tot ontwikkeling brengen van het gebied. Hun eensgezindheid bleef alleen maar zo lang hun avonturen maar winst opleverde. De expansiedrang zou voortduren tot in de 13e eeuw.

Hendrik V (1106 - 1125) had de rol gespeeld van de pauselijke partij tegen zijn vader (Hendrik lV). Maar meer dan een rol was het niet. In werkelijkheid had hij andere bedoelingen. Intussen begonnen sommigen zich af te vragen of het toch niet het beste zou zijn als de kerkvorsten volledig afstand zouden doen van hun wereldse bezittingen. Door een tiende penning en vrijwillige schenkingen zouden  zij zich in hun onderhoud kunnen voorzien. Zelfs paus Paschalis werd voor die oplossing gewonnen. De tijden waren moeilijk. Het kwam zelfs zo ver dat de paus Rome moest verlaten om niet in moeilijkheden te geraken van oproerige edellieden uit de omtrek. Slechts met behulp van Normandische hulptroepen kon hij terugkeren naar zijn residentie.

Op hulp van de kruisvaarders viel niet te hopen. Zij waren erin geslaagd Jeruzalem uit de macht van de "heidenen" te bevrijden, maar de moeizame tocht en de harde strijd hadden van het oorspronkelijke machtige leger maar heel weinig overgelaten. In 1110 rukte Hendrik met een sterk leger Italië binnen om een regeling met de paus tot stand te brengen en gekroond te worden. Voor de kroningsplechtigheid maakte de paus de inhoud van gesloten overeenkomst bekend. Toen de aanwezige bisschoppen en abten te horen kregen dat zij zouden worden "bevrijd van hun wereldse zorgen, opdat zij zich geheel zouden kunnen wijden aan hun kudde en zorgen voor de zielen die aan hun hoed waren toevertrouwd" en hun bezittingen moesten afstaan aan de kroon, barstte een storm van woede los. 

Het compromis tussen paus en keizer was daarmee duidelijk afgewezen. Hendrik eiste zonder meer te worden gekroond. Met wapengeweld liet hij de Pieterskerk ontruimen. De paus en de kardinalen werden naar een nabijgelegen herberg gevoerd en vandaar naar een paar burchten buiten Rome, waar ze onder strenge bewaking werden gesteld. Na twee maanden werd er een compromis bereikt: de Duitse keizer behield het recht van investituur, d.w.z. dat de bisschoppen en abten alleen met zijn goedkeuring benoemd mochten worden. De koning zou voortaan de tekenen van hun waardigheid voor hun wereldlijke leen uitreiken. De simonie - de verkoop van kerkelijke ambten door vorsten en andere leenmannen - werd afgeschaft. Na de ondertekening van dit verdrag kon de kroning tot keizer plaatsvinden met de gebruikelijke pracht en praal. De gehele kerkelijke hervormingspartij in Italië, Frankrijk en Bourgondië, met het college van kardinalen aan het hoofd, stond op tegen de paus die door "onwaardige zwakheid de zaak van de kerk had verraden".  Paschalis werd nu zo bang dat hij zijn concessies aan Hendrik weer herriep. Zo brak de investituurstrijd opnieuw uit. Weer werd de banvloek over de keizer uitgesproken. Evenals in de dagen van Hendrik lV ging de krachtmeting tussen keizer en paus gepaard met een harde strijd tussen keizer en vazallen, zowel geestelijke als wereldlijke, terwijl ook de Saksen hun gebruikelijke oproer maakten. Hendrik had veel vrienden verloren door zijn onbetrouwbaarheid en gebrek aan ridderlijkheid. Hij was ziekelijk en had niet de capaciteiten van een legeraanvoerder. De en nederlaag volde na de andere. Inmiddels stierf Paschalis. Zijn opvolger Calixtus ll wilde het liefst een einde maken aan slepende onenigheid tussen de kerk en de Duitse keizer.

Na verscheidene jaren van onderhandeling werd in 1122 het concordaat van Worms gesloten. waarmee er een eind kwam aan de investituurstrijd. Bepaald werd dat Hendrik - althans in Duitsland - afstand deed van de investituur en de keuze van abten en bisschoppen voortaan aan geestelijken overliet. De keizer, of diens vertegenwoordiger, mocht alleen in geval van onenigheid de beslissende keuze maken. De koning bleef de gekozen prelaat wel investeren met de wereldlijke goederen die bij zijn ambt behoorden. Het concordaat van Worms was een eerste stapje op weg naar een scheiding van wereldlijke (temporalia) en geestelijke zaken (spiritualia). Dit beroofde de koningen van hun religieus- mythische karakter, waardoor zij zich tot moderner staatsman gingen ontwikkelen, maar gaf ook het christendom de ruimte voor religieuze verdieping.

Dit concordaat was een compromis, maar niet op de basis die Paschalis en keizer Hendrik V zich hadden voorgesteld. In plaats daarvan werd nu bepaald dat noch de koning noch de paus bisschoppen en abten zou benoemen, maar dat deze gekozen zou worden door de geestelijken, met name de domkapittels, d.w.z. de priesters van de desbetreffende domkerk. Het wereldlijk leenrecht berustte bij de koning (keizer), maar deze had niet meer het recht de kerkelijke leenmannen te kiezen. Toch had de koning nog wel een zekere inspraak in de benoeming. Hij mocht bij de verkiezing aanwezig zijn en in geval van onenigheid (en dat gebeurde in de regel) had hij het recht in te grijpen en in de keuze te beslissen. Van grote betekenis was natuurlijk ook dat de geestelijke leenmannen de eed van trouw aan de koning moesten afleggen. In het algemeen kan worden gezegd dat zowel de paus als de keizer bij het concordaat van Worms verloren; de winnende partij waren de Duitse vorsten. De aanspraken van de paus op het leenheerschap boven de keizer waren teniet gedaan en aan de keizerlijke heerschappij over de paus, welke Karel de grote, Otto de Grote en Hendrik lll hadden uitgeoefend, was voorgoed een einde gekomen.

Drie jaar na het Concordaat van Worms, in 1125 werd Hendrik V door de dood weggerukt, slechts 43 jaar oud. Met hem stierf het Frankische geslacht in de mannelijke lijn uit, na bijna een eeuw lang in Duitsland aan de macht te zijn geweest.

  Heilige Roomse Rijk (1125 - 1152)

laatst bijgewerkt: 22-10-03

colofon