5285

Heilige Roomse Rijk (1075 - 1106) Hendrik lV

Heilige Roomse Rijk (1065 - 1081)

Investituurstrijd (1075 - 1122)

In 1075  bond Gregorius Vll de strijd aan tegen keizers, koningen en andere vorsten door te verkondigen dat zij niet langer het leenheerlijk gezag mochten uitoefenen over abten en bisschoppen. Door die maatregel zou Hendrik lV de helft van zijn vazallen verliezen en zou zijn keizerlijk gezag in Italië volledig worden ondergraven, wat ook kennelijk Gregorius' bedoeling was. Die strijd, die 6 jaar zou duren, staat bekend als de Investituurstrijd.

De middeleeuwse koningen hadden zichzelf tot dan toe beschouwd als dienaren van God die geroepen waren in Zijn naam over de wereld te heersen, net als de koningen van Israël in het oude testament. Iedereen, ook de paus, diende zich aan hun gezag te onderwerpen. De pausen beweerden nu het tegenovergestelde en Greogorius VII deed dat met een nog niet eerder vertoonde stelligheid.
Hoe hij over de positie van het pausdom dacht, blijkt duidelijk uit de lijst van 27 stellingen (Dictatus Papae) die hij in 1075 opstelde. Hierin beweert hij onder meer dat het hem is toegestaan de keizer af te zetten; dat zijn oordeel door niemand kan worden herroepen; dat hij door niemand mag worden berecht; dat de kerk van Rome nooit gedwaald heeft en nooit dwalen zal en dat elke paus door de verdiensten van Sint Pieter heilig wordt. Als het aan Gregorius had gelegen zou de paus in het vervolg in de naam van God over de wereld hebben geheerst.
Maar Hendrik IV was er nog. Hij trok zich niets van Gregorius' verbod om geen (aarts)bisschoppen te mogen benoemen aan en ging rustig verder met het benoemen van bisschoppen. Toen Gregorius hem daarvoor dreigde te straffen met de kerkelijke ban, riep Hendrik - die volkomen zeker was van zijn zaak - in 1076 te Worms een synode bijeen,  waar bleek hoe gehaat Gregorius was, niet alleen bij de Duitse bisschoppen en abten, maar ook bij de lagere geestelijken, die zich op last van de paus van hun vrouwen hadden moeten scheiden. De Duitse geestelijken zegden hun vertrouwen op en weigerden Gregorius als paus te erkennen. Gregorius was echter geenszins van plan op te stappen. In plaats daarvan voerde hij zijn dreigement uit: hij sprak zijn banvloek over de koning uit, waarbij hij de koning vervallen verklaarde van zijn kroon.

Zelfs voor de meest cynische middeleeuwers moet het een zware straf zijn geweest uit de christelijke gemeenschap te worden verstoten. Tijdens je leven hoorde je er niet meer bij: christenen mochten je niet gehoorzamen en niet met je in hetzelfde huis verblijven. En na je dood was er geen plaats voor je in de hemel.
Voor Hendrik had het grote politieke consequenties dat zijn onderdanen hem niet meer mochten gehoorzamen. De eersten die zich van hem afkeerden waren de bisschoppen en die vormden nu juist de ruggengraat van zijn bestuurlijke organisatie.

Intussen stuurde Gregorius vaderlijk vergevende brieven aan de Duitse abten en bisschoppen waarin hij hen een  weg terug opende "naar de schoot van de moederkerk". De ene kerkvorst na de andere viel de koning af en ook zijn wereldse vazallen lieten hem in de steek. Zijn politieke tegenstanders zagen in de banvloek een welkome dekmantel voor het het najagen van hun eerzuchtige doeleinden. Tot overmaat van ramp maakten de Saksen opnieuw oproer en verdreven de aanhangers van de koning uit hun land. Hendrik moest kiezen tussen twee kwaden: vazal worden van de bisschop van Rome of worden afgezet.

De bisschoppen nodigden de paus uit naar Augsburg te komen, om een nieuwe regeling te bespreken. Hendrik IV begreep dat hij van de banvloek ontslagen moest worden om zijn macht terug te krijgen en wachtte de aankomst van de paus niet af maar reisde de paus tegemoet.

In januari 1077 bereikte Hendrik de paus, die op dat moment te gast was in kasteel Canossa van markgravin Mathilde, van Toscane, gelegen in de Apennijnen, niet ver van Reggio nell' Emilia. Hendrik smeekte Gregorius om opheffing van de ban. Gregorius besloot, nadat hij Hendrik drie dagen voor de poort van het kasteel in de kou had laten staan, Hendrik weer tot de kerk toe te laten. Hendrik kreeg toen de steun van zijn bisschoppen weer terug.

De banvloek was weliswaar opgeheven, maar zijn vijanden waren nog even onverzoenlijk als tevoren. Rudolf van Rheinfelden werd uitgroepen tot tegenkoning. 

Dankzij de steun van de lagere adel en de rijke en machtige handelssteden als Mainz, Worms en Keulen en de steden in Lombardije, met Milaan aan de spits, kon Hendrik doelbewust optreden. Rudolf moest zich tevreden stellen met een koninkrijk, dat weinig meer dan Saksen omvatte. Hendrik verwierf een sterke positie in Duitsland. Op een concilie in Rome in 1080 verklaarde paus Gregorius Hendrik opnieuw voor afgezet. Rudolf erkende hij als koning.

De banvloek had echter niet meer de uitwerking van vier jaar tevoren. Hendrik beantwoordde Gregorius' aanval met afzetting van de "valse monnik Hildebrand" en benoeming van een algemeen geacht bisschop uit Lombardije tot de nieuwe paus Clemens lll, die door Gregorius onmiddellijk in de ban werd gedaan. Zo waren er dan twee Duitse koningen en twee pausen. Enkele maanden later werd Rudolf in een gevecht tegen Hendrik dodelijk gewond (1080).

Hendrik voelde zich toen sterk genoeg om de paus aan te pakken. Hij liet Wilbert van Ravenna, zijn kanselier in Italië, tot tegenpaus kiezen en trok naar Rome (1081), ditmaal niet als boeteling, maar aan het hoofd van een leger, waarmee hij Rome omsingelde. Gregorius verschanste zich in de Engelenburg en deed een beroep op zijn nieuwbakken vazal Robert Guiscard, de Noorman, om hem te komen bevrijden.

Niet lang daarna verscheen deze met een sterk leger om Gregorius te ontzetten, waarschijnlijk minder met de bedoeling om Gregorius te helpen, dan om de nieuwe keizer te verdrijven, die hij als een indringer beschouwde. Hendriks troepen waren niet sterk genoeg om het tegen de nieuwe vijanden op te nemen. Samen met Clemens trok Hendrik zich naar Lombardije terug. Met brand, plundering en moord woedden de Normandiërs in Rome. Vele duizenden Romeinen voerden zij als gevangenen weg of verkochten zij als slaven. Gregorius was bevrijd, maar tegen welke prijs!

Op een synode die vervolgens bijeen werd geroepen werd Gregorius als paus afgezet en in de ban gedaan. Vervolgens werd Clemens lll tot zijn opvolger ingewijd. Uit zijn hand ontvingen Hendrik en zijn echtgenote koningin Bertha de keizerskroon. Intussen had Gregorius samen mét de Normandiërs Rome te verlaten. Een jaar later stierf hij, in eenzaamheid, te Salerno. De keizer was de overwinnaar, althans voorlopig, want de strijd was nog niet ten einde. Ook onder Hendrik V (1106-1125), zoon van Hendrik IV, ging de gebruikelijke stoelendans rond de stoel van Petrus voorlopig verder en probeerden keizergezinde en hervormingsgezinde kandidaten - elk gesteund door hun eigen partij - elkaar te verdringen.

De haat van de Romeinen tegen zijn vazal en redder keerde zich tegen de paus zelf. Toen de gevreesde aanvoerder van de Normandiërs Rome verliet, durfde Gregorius daar evenmin te blijven. Hij volgde zijn bescherming naar diens eigen land en koos Salerno tot woonplaats. Van daaruit predikte hij een kruistocht van de gehele christenheid tegen de "goddeloze Hendrik lV". Maar geen kruisvaarders kwamen hem bijstaan.

Ook Guiscard stelde hem teleur. Deze had een andere onderneming, die hem lokte: de verovering van Constantinopel. Met een sterke vloot en een groot leger voer Robert over van Brindisi naar Epirus. Hier vielen hij en zijn troepen ten offer aan de pest. In 1085 werd Gregorius ernstig ziek en kort daarna stierf hij.

Zijn aanhangers weigerden Clemens lll te erkennen als paus en kozen een Franse kardinaal tot de nieuwe paus, die de naam Urbanus ll aannam. Deze trad in het voetsporen van zijn voorganger, maar ging veel diplomatieker te werk. Hendrik en Clemens werden beiden in de ban gedaan. Hendrik slaagde er echter in op een synode in 1085 de Godsvrede uit te vaardigen.

In 1087 verloor Hendrik zijn trouwe echtgenote Bertha. Twee jaar later hertrouwde hij met Adelheid (= "Eupraxia") van Kiev (1067-1109), dochter van grootvorst Vsevolod I (1078-1093) van Kiev en zuster van grootvorst Vladimir II (1113 - 1125).

Volgens de overlevering was Hendrik lid van een sekte die zich bezig hield met obsceniteiten in het paleis. Bij een van die sessies zou Hendrik zijn vrouw Eupraxia aangeboden hebben aan zijn zoon Koenraad, wat de aanleiding zou geweest zijn voor de strijd van Koenraad tegen zijn vader. Tijdens zijn Italiaanse campagnes nam Hendrik IV Eupraxia mede en liet hij haar opsluiten in Verona. Paus Urbanus trok zich het lot van Eupraxia aan en hielp haar te ontsnappen. Eupraxia beschuldigde haar man vervolgens van vrijheidsberoving en verplichte deelname aan orgieën en het opdragen van zwarte missen op haar naakte lichaam. Eupraxia trok daarna naar Hongarije, verbleef daar tot 1089 en ging vervolgens naar Kiev, waar zij zich terugtrok in een klooster, waar zij in 1109 stierf. De keizer had zich inmiddels van haar laten scheiden. Eupraxia werd later heilig verklaard.

In 1093 kwam Hendriks zoon Koenraad tegen zijn vader in opstand. Door de pauselijke partij werd hij uitgeroepen tot koning van Italië en Koenraad aanvaardde zijn rijk als leen van de paus. Het verraad van zijn zoon en de vurige laster van zijn vrouw ondermijnden Hendriks gezondheid en Hendrik onttrok zich aan de wereld. Tot zijn geluk werd paus Urbanus door andere zaken in beslag genomen.

Op de kerkvergadering van Clermont in 1095 riep Urbanus ll zijn toehoorders op tot een kruistocht tegen de Arabieren. In Duitsland reageerde men op zijn oproep weinig enthousiast. Zoals vanouds toonden de Duitsers hun onwil tegen alles wat van Rome kwam. Bijna de gehele Duitse kerk koos de partij van Clemens en zijn beschermer Hendrik lV. De grote meerderheid van zijn volk had Hendrik op zijn hand. Dat bleek overduidelijk, toe hij in 1098 de opstandige Koenraad van zijn recht op de troon vervallen liet verklaren. Het volgende jaar werd zijn jongere broer Hendrik tot opvolger van zijn vader gekroond, echter pas, nadat hij onder ede had beloofd dat hij nooit het voorbeeld van Koenraad zou volgen. De vroeger kroonprins overleefde zijn afzetting slechts twee jaar. In hetzelfde jaar dat Koenraad werd afgezet stierf Urbanus ll. Het jaar daarna overleed Clemens lll.

Hendrik wees geen nieuwe paus aan, waarschijnlijk omdat hij hoopte op een verzoening met de opvolger van Urbanus ll: Paschalis. Maar daarvan kwam evenwel niets. De nieuwe paus trad even onverzoenlijk op als zijn voorganger en deed Hendrik in de ban.

In 1103 kon Hendrik op een rijksdag in Mainz een algemene landsvrede tot stand brengen voor een periode van vier jaar. Echter weer liet Hendriks troonopvolger zich in met zijn vijanden. Tijdens een krijgstocht tegen de Saksen in 1104 verdween hij plotseling uit het legerkamp, samen met zijn aanhangers. Met de verklaring dat hij aan een door de banvloek getroffene geen trouw verschuldigd was, hief hij de oproersvaan. De paus haastte zich zijn goedkeuring te geven en de meinedige zijn zegen te geven. Door list wist de jonge Hendrik zijn vader gevangen te nemen, waarna Hendrik gedwongen werd afstand te doen van de troon.

Met hulp van zijn trouwe aanhangers kreeg Hendrik lV een leger op de been.In 1106 stonden de strijdkrachten van vader en zoon tegenover elkaar, gereed tot de beslissende slag. Plotseling kwam echter het beslissende bericht dat de keizer was gestorven.

Heilige Roomse Rijk (1106-1125)

laatst bijgewerkt: 22-02-08

colofon