5263 Zwaben (997 - 1105)
Zwaben (900 - 997)

Hermann ll van Zwaben (997 - 1003) (Fam. Konradinen)

Hermann II was de derde zoon van Koenraad I van Zwaben en Judith van Marchtal. Hij was gekant tegen de kandidatuur van Hendrik III van Beieren als koning van Duitsland, omdat hijzelf ook geïnteresseerd was. Tijdens zijn regeerperiode werd Elzas afgesplitst van Zwaben. 

Herman was gehuwd met Gerberga, dochter van Koenraad van Bourgondië en weduwe van Herman I van Werl.

Herman III van Zwaben (1003-1012)

Herman lll was een zoon van Herman II van Zwaben en van Gerberga van Bourgondië. De regering van de minderjarige Herman werd beheerst door Hendrik II. Herman overleed kinderloos en Hendrik II stelde Ernst aan als zijn opvolger.

Ernst I van Zwaben (1012 - 1015)

Na het overlijden van de kinderloze Herman lll wees keizer Hendrik ll het hertogdom Zwaben toe aan Ernst I van het huis Babenberg. Hij was de tweede zoon van Leopold I van Oostenrijk en Richildis van Sualafeldgau. Hij was gehuwd met Gisela, de dochter van Herman II van Zwaben en Gerberga van Bourgondië.

Ernst ll van Zwaben (1015 - 1030)

Ernst ll (bijg de Jongere) was de oudste zoon van Ernst I van Zwaben en van Gisela van Zwaben. Hij volgde zijn vader in 1015 op als hertog van Zwaben, maar stond als minderjarige onder de voogdij van zijn moeder en van Poppo, aartsbisschop van Trier. In 1024 hertrouwde zijn moeder met koning Koenraad II, waardoor een rivaliteit ontstond tussen Ernst en Koenraad, over de opvolging in Bourgondië. Ernst kwam in opstand tegen Koenraad, maar werd verslagen en gevangen gezet. Ook na zijn vrijlating bleef hij revolteren en werd tenslotte vermoord in 1030.

 

Herman lV van Zwaben (1030 - 1038)

Herman IV van Zwaben was de tweede zoon van Ernst I van Zwaben en van Gisela van, Zwaben. Hij werd in 1030 hertog van Zwaben na de dood van zijn broer Ernst II. In 1037 werd hij uitgehuwelijkt aan Adelheid van Susa, markgravin van Turijn, maar hij stierf het jaar nadien tijdens een campagne nabij Napels.

Hendrik l (1038 - 1045)

Na de dood van Herman lV in 1038 werd keizer Hendrik lll als hertog Hendrik l hertog van Zwaben. Hij was ook hertog van Beieren als hertog Hendrik VI. In 1039 werd hij bovendien nog koning van Bourgondië en hertog van Karinthië. Na de dood van zijn vader Koenraad II in 1039 werd hij alleenheerser. In 1046 werd hij door paus Clemens II in Rome tot keizer gekroond.

Otto ll van Zwaben (1045 - 1048)

In 1045 werd Otto, de paltsgraaf van Lotharingen door keizer Hendrik lll aangesteld als hertog van Zwaben, in ruil voor het paltsgraafschap.

Otto lll van Zwaben 1048 -1057)

In 1048 werd Otto III, de zoon van Hendrik van Schweinfurt en Gerberga van Henneberg in Ulm door keizer Hendrik lll aangesteld tot hertog van Zwaben, Hij was toen een der machtigste vorsten van Oost-Francië. Via erfenis verkreeg hij uitgebreide goederen in Radenzgau en Schweinfurt. In 1014 verscheen hij als graaf van Neder-Altmühl (of Kelsgau) en in 1024 erfde hij van zijn vader. In 1034 werd hij graaf van Neder-Naab. Hij had deel genomen aan verschillende keizerlijke expedities naar Bohemen, Hongarije en Polen. Otto was verloofd aan Mathildis, dochter van Bolesław I van Polen, maar huwde tenslotte met Ermengard, dochter van Ulrik Manfred, markgraaf van Turijn.

Rudolf  van Rheinfelden (1057 -1079)

In 1057 maakte Rudolf van Rheinfelden, de zoon van graaf Kuno van Rheinfelden, gebruik van de minderjarigheid van Hendrik IV om diens zuster Mathildis te ontvoeren. Hij verkreeg de hand van Mathildis, evenals het hertogdom Zwaben en het koninkrijk Bourgondië. Na Mathildis' dood in 1060, hertrouwde Rudolf in 1066 met Adelheid, dochter van Otto van Savoye. Rudolf steunde oorspronkelijk zijn ex-zwager Hendrik IV, maar nadat deze geëxcommuniceerd werd, liet Rudolf zich in 1077 tot tegenkoning verkiezen. Hij werd in Mainz gekroond. In 1079 stelde hij zijn zoon Berthold aan tot hertog van Zwaben, doch keizer Hendrik IV  wilde evenwel Frederik van Büren aanstellen als hertog. In de strijd die daarop volgde tegen de koning en de Hohenstaufen kreeg Berthold de steun van Berthold ll van Zähringen en van Welf IV. Rudolf diende al spoedig naar Saksen te vluchten. Hendrik IV ontnam hem Zwaben en schonk dit aan Frederik van Büren. In 1080 werd Rudolf nog door de paus als koning erkend, maar hij sneuvelde hetzelfde jaar in de strijd tegen Hendrik IV. Zijn zoon Bertold stierf in 1090.

Frederik l van Zwaben (1079 - 1105)

Frederik I van Zwaben, de opvolger van Rudolf van Rgeinfelden, was de zoon van Frederik van Büren en Hildegard. Frederik stamde uit een zeer invloedrijk adellijk geslacht. Drie generaties droegen de naam Frederik. Van het oudste bekende lid van het vorstenhuis (Frederik l)  is slechts bekend dat zijn zus met een graaf Berthold in Breisgau gehuwd was. Zijn zoon, Frederik ll, wordt halverwege de 11e eeuw in oorkondes vermeld als paltsgraaf in Zwaben. Van zijn zoon, Frederik lll is bekend dat deze zijn bewindscentrum had gevestigd in de burcht Büren, die gestaan zou hebben bij het dorp Büren in Württemberg. Mogelijk wordt hiermee het huidige Wäschenbeuren bij Göppingen bedoeld. Het grondgebied van deze familie moet echter erg klein zijn geweest. Zijn zoon Frederik lll, geboren ca. 950)  werd in 1079 als Frederik l, hertog van Zwaben. Hij liet op de top van de berg Hohenstaufen de burcht Stauf bouwen, die zijn naam zou geven aan de dynastie. Ook stichtte Frederik het klooster Lorch, dat als huisklooster voor de familie ging dienen. Belangrijk in deze regeerperiode was wel de overdracht van de hertogstitel aan de Staufen door Hendrik IV, die ook zijn dochter Agnes van Waiblingen uithuwelijkte aan Frederik.

Freiburg

Breisgau werd een graafschap onder de heersers van Zähringen. Rond de burcht die Koenraad I van Zähringen in 1091 liet bouwen op wat nu de Schlossberg heet ontstond de stad Freiburg; in 1120 werden stadsrechten en marktrechten ontvangen.

Ulm
Nadat het hertogdom Zwaben in 1097 aan de Hohenstaufen was gekomen, werd de palts Ulm uitgebouwd tot hun machtscentrum in het hertogdom. 

Zwaben (1105 - 1268)

Gemaakt: 21-01-08

colofon