5389

Urbanus ll (1088-1099)

Pausen (1049-1088)

Urbanus ll (1088-1099)

Urbanus II, werd ca. 1035 of 1042 geboren als Odon de Lagery of Odo van Châtillon in Châtillon-sur-Marne in de Champagne. Odo werd monnik en studeerde aan de kathedraalschool van Reims. Hier kreeg hij onder andere les van Bruno van Keulen. In 1064 was hij aartsdiaken en 1070 kwam hij onder de hoede van abt Hugo in Cluny. Paus Gregorius VII zat op dat moment verlegen om hervormingsgezinde monniken en dus werd Odo naar Rome gestuurd. In 1078 werd hij tot bisschop van Ostia en kardinaal benoemd en werd van 1084 tot 1085 de legaat van Gregorius in Duitsland.

Na de dood van Paus Victor lll werd Odo op 12 maart 1088 tot paus verkozen en nam de naam Urbanus II aan. Hij kon zich echter niet meteen te Rome installeren, omdat daar tegenpaus Clemens III nog regeerde, die door Keizer Hendrik lV was aangesteld was niet gemakkelijk te verwijderen. Daarvoor riep Urbanus II de hulp in van de Normandiërs. Drie jaar na zijn benoeming kon hij toch zijn intrek nemen te Rome.

Urbanus II ambieerde vooral het Cluniacenzer gedachtegoed van Gregorius VII verder door te zetten. In 1091 stelde hij zijn oude leermeester Bruno aan als adviseur.

Tijdens zijn pontificaat zorgden de machtige Europese vorsten voor enige moeilijkheden: keizer Hendrik IV bleef vasthouden aan zijn tegenpaus Clemens III, Filips I van Frankrijk die koningin Bertha van Holland verstoten had (1092) en Willem II van Engeland die Anselmus van Canterbury verbannen had (1097). Aan Rogier I van Sicilië schonk hij, uit dank voor diens strijd tegen de Saracenen, een aantal privileges (1098), waarop later de Siciliaanse heersers zich zouden beroepen voor hun absolutistische kerkpolitiek (Monarchia Sicula).

In maart 1095 hield Urbanus II in Piacenza een bespreking met bisschoppen uit Frankrijk, Duitsland en Italië. Hierbij was er ook een delegatie van de Byzantijnse keizer Alexius I Comnenus aanwezig. Deze had hulp gevraagd bij het verdedigen van Constantinopel tegen de Turken in Anatolië. Gregorius VII had rond 1070 een soortgelijk verzoek gekregen, maar kon vanwege de Investituurstrijd geen hulp bieden. 

Na de Slag bij Manzikert (1071) werd de zaak nog nijpender. Omdat de keizer om troepen voor de strijd in Anatolië verlegen zat, stuurde Urbanus zijn eigen leger naar Jeruzalem. Als leider van het pauselijk leger zou hij graaf Raymond van Toulouse aanstellen, dezelfde die ook voor Gregorius VII had gediend. Zeven maanden na de besprekingen te Piacenze, opende Urbanus II op 18 november 1095 het Concilie van Clermont-Ferrand. Hier predikte hij de eerste kruistocht. Hij zou zijn rede hebben besloten met de woorden: "Deus lo Volt! (God wil het!)". Deze uitspraak werd daarmee de strijdkreet van de kruisvaarders.

Wie naar het Oosten wilde vertrekken moest de pelgrimsgelofte afleggen en er werd een algehele aflaat verleend. Volgens de legende werden op dit moment al de eerste kruisvaarderskruisen opgenaaid, maar dat is hoogstwaarschijnlijk verzonnen. Er werd meteen een pauselijke gezant aangesteld, bisschop Adhemar van Monteil, bisschop van Le Puy. Hij was de eerste die de belofte aflegde. Hij zou met de kruistocht meegaan als vertegenwoordiger van de paus. Ook werd meteen de officiële vertrekdatum van de kruistocht, 15 augustus 1096, vastgesteld en de kruisvaarders werd verzocht om op dit moment in Constantinopel aanwezig te zijn, de plaats vanwaar de kruistocht zou vertrekken.

De Kerk was na het geweld rond de Investituurstrijd niet langer afkerig van geweld. Als geweld nodig was om de vrede af te dwingen, heidenen te bekeren of Heilige plaatsen te veroveren, dan moest het maar. De paus ging dan ook in op het verzoek van de Byzantijnse keizer Alexius l Comnenus (1081-1118) om hulptroepen te sturen om de stad te beschermen tegen opdringerige Turkse nomaden. In 1095 deed hij een oproep aan de ridders om hun medechristenen in het oosten hulp te bieden. 

 


 

Het was Paus Urbanus ll, die de algemene geestdrift gebruikte voor de oorlog tegen de Islam. In 1095 riep hij een kerkvergadering bijeen in de stad Clermont in midden-Frankrijk. Met het voorgevoel, dat er iets belangrijks stond te gebeuren, verzamelden zich tevens grote scharen Franse ridders.
In aangrijpende bewoordingen schilderde hij het lijden van de christelijke pelgrims in Palestina en in geestdrift riep hij allen op, de pelgrimstocht te ondernemen, met het doel het Heilige Graf terug te winnen. Ïndien gij uw ziel lief hebt", riep hij uit, "trekt dan uit om Jeruzalem te bevrijden! Dan zult ge vergiffenis krijgen voor al uw zonden want God wil het." - "God wil het! God wil het!" klonk de roep van vele duizenden stemmen. Snikkend van aandoening drong hoog en laag naar voren naar het spreekgestoelte, om het gewijde kruis van rode stof te ontvangen, dat later aan de pelgrimstocht zijn naam zou geven.

 

Deze woorden van de paus gaven het sein voor een beweging die de wereldontwikkeling in nieuwe banen zou leiden. Urbanus smeedde het ijzer toen het heet was. Zelf reisde hij naar Franse en Italiaanse steden om de kruistochtprediking voor te zetten. Hij schreef brieven en zond gezanten naar vorsten en vazallen, terwijl priesters en monniken in bezielde preken het volk tot de kruistocht aanvoerden.

Al vlug lijkt het te hebben vastgestaan dat de deelnemers niet alleen de keizer van Byzantium te hulp zouden schieten maar dat ze van de gelegenheid gebruik zouden maken Jeruzalem, dat sinds 638 in handen van de Arabieren was, te heroveren. Ze zouden herkenbaar zijn aan het symbool van het rode kruis dat ze over hun schouder zouden dragen. Volledige vergeving van hun zonden (volledige aflaat) werd hun als beloning in het vooruitzicht gesteld. Het achterblijvende gezin was onschendbaar en genoot bescherming.

Overal in Europa werd de kruistocht gepredikt. (z. ook:Peter van Amiens (Peter de Kluizenaar)) Het enthousiasme was zeer groot. De kruistochten zullen veel op avontuur beluste ridders hebben aangetrokken die hoopten op roem, een stuk grond of een rijke buit.

De volgende acht maanden reisde Urbanus II door Frankrijk om de kruistocht te prediken. De aanhang was vooral groot in Frankrijk. In Duitsland was er wegens de Investituurstrijd met de Duitse keizer weinig of geen aanhang. 

Urbanus II stierf op 29 juli 1099. Het wrange was dat hij nog leefde toen Jeruzalem eindelijk werd ingenomen, maar toen het bericht Rome bereikte was hij net gestorven. 

Pausen (1100-1200); De eerste Kruistocht (1096-1099)

laatst bijgewerkt: 27-11-10

colofon