|
Omstreeks 999 had keizer Basileios (Basilius) ll door zijn oostelijke veldtochten de status quo in Syrië hersteld en deden zich geen ernstige bedreigingen van de kant van de oostelijke Arabieren meer voor. Hierdoor kreeg hij de vrije hand om zich volledig te concentreren op zijn vijanden in het westen. Dat waren in de eerste plaats de Bulgaren, die onder hun koning Samuel tegen hem in opstand waren gekomen en heel Macedonië met uitzondering ban Thessalonika, het Bulgaarse grondgebied tussen de Donau en het Balkangebied; Thessalië, Epirus en een deel van Albanië hadden veroverd. Opnieuw stelde Basileios zich aan het hoofd van zijn troepen en in een reeks veldtochten, die tezamen vier jaar duurden, verkleinde hij het grondgebied van koning Samuel tot ongeveer de helft van zijn oorspronkelijke omvang. In 1014 leed Samuel tijdens een veldslag in het Strumagebied (noordelijk Griekenland) een beslissende nederlaag. Zelf ontsnapte de Bulgaarse koning aan gevangenneming, maar naar het verhaal luidt, maakte Basileios 14000 man krijgsgevangen. Eerst liet hij ze allemaal blind maken en vervolgens zond hij ze in groepjes van honderd, met steeds aan het hoofd een éénogige man, terug naar Samuel. Toen Samuel deze van hun ogen beroofde stoet van zijn verslagen soldaten aanschouwde, viel hij bewusteloos neer en stierf twee dagen later.
Sinds die tijd ging Basilius ll verder de geschiedenis met zijn bijnaam Bulgaroktonus (Bulgarenslachter). Tijdens zijn bewind dat nog zou duren tot 1025, kende het Byzantijnse rijk het hoogtepunt van zijn macht. Na zijn dood in 1025 kwamen er bureaucraten en halve intellectuelen aan de macht, die het leger in verval lieten raken.
Constantijn Vlll (1025-1028)
Daar Basileios geen zonen had die hem konden opvolgen, werd na zijn dood in 1025 zijn broer Constantijn tot keizer gekroond. Omdat hij ook geen zoon had ging de Byzantijnse troon na zijn dood in 1028 naar zijn 50-jarige dochter Zoë en diens echtgenoot Romanus.
Zoë (keizerin) + Romanus lll Argyropulos (1028-1034)
|