5104 |
De eerste ridderkruistocht (1096-1099) |
![]() Uiteindelijk namen zo'n 4000 à 5000 ridders aan de eerste kruistocht deel en een nog veel groter aantal soldaten te voet. De Turkse nomaden werden gemakkelijk verslagen en in 1099 werd Jeruzalem ingenomen (wat vergezeld ging van een weerzinwekkende moordpartij). De veroverde gebieden werden opgedeeld in vier kruisvaardersstaten. |
![]() |
De organisatoren van de kruistochten hadden niet alleen religieuze, maar ook economische en politieke bedoelingen. Zo werd een kruisvaardersleger gebruikt voor de inname van Byzantium in 1205. De kruistochten verstoorden de handel via de Middellandse Zee ernstig. Ze leverden eigenlijk niets op. De kuststeden in Italië werden er wèl wijzer van, zoals de stad Venetië die voor een van de kruistochten een hele vloot schepen verhuurde. Ook strafexpedities tegen afvallige gelovigen en de verovering van het door Moren bewoonde Spanje werden kruistochten genoemd. Na de Boerenkruistocht van Peter de Kluizenaar organiseerden de Franse hertogen, graven en baronnen een groot leger van kruisvaarders. Volgens tijdgenoten waren de strijders als de sterren aan de hemel en het zand aan de oever van de zee. De Duitse historicus Delbrück reduceert dit aantal tot maximaal 60.000, waarvan hoogstens 10.000 volledig bewapende mannen. |
De meeste kruisridders waren Normandiërs, nakomelingen van de Noormannen. Zij stonden onder leiding van Robert Guiscard, de hertog van Normandië. De Normandiërs, afkomstig uit Zuid-Italië werden aangevoerd door zijn zoon Bohemond van Tarente, een blonde, krachtige figuur, die in eerzucht en sluwheid niet onder deed voor zijn vader.
De kruistocht bood hem een aanlokkelijke mogelijkheid met de door hem gehate Byzantijnen af te rekenen en in het oosten een eigen rijk te stichten.Een gewillig werktuig vond hij in zijn neef Tancred. Hertog Robert vormde samen met Stefan, de graaf van Bois en Hugo, de graaf van Vermandois, de voorhoede. De Vlaamse troepen werden geleid door Robrecht ll, de graaf van Vlaanderen, Eustace, de graaf van Boulogne en diens broers, Godfried lV van Bouillon (hertog van Neder-Lotharingen) en Boudewijn (Baldwin) van Boulogne. Godfried, de vroomste en onbaatzuchtigste van alle ridders, was in die tijd hertog van Neder-Lotharingen. De troon, het kasteel en de landerijen van Bouillon had hij geërfd van zijn moeder Ida. Hij verpandde zijn gehele erfenis aan de bisschop van Luik om zijn veldtocht naar het Heilige Land te kunnen bekostigen. |
![]() |
|
Links: van de Franse ridders was de door zijn rijkdom en bekwaamheid befaamde Raimond lV de Saint Gilles, de graaf van Toulouse de voornaamste.
Godfried van Bouillon en Boudewijn van Boulogne waren het eerst gereed om met een leger, bestaande uit Vlamingen en Walen op te rukken naar Constantinopel, het dichtstbijzijnde gemeenschappelijk doel van de kruisvaarders. Weldra waren niet minder dan zeven kruistochtlegers op weg. Keizer
|
![]() |
Hij koos als politiek: het voorkomen van samenwerking tussen de aanvoerders van de kruisvaarders voordat ze naar Klein-Azië waren overgezet. Alexis wenste een voor een met hen te onderhandelen en hen goedschiks of kwaadschiks er toe over te halen hem, de keizer als leenheer te erkennen over de gebieden, die zij in Klein-Azië en Syrië zouden veroveren. Nadat ze de eed van trouw hadden gezworen, moesten zij zo mogelijk ieder op hun beurt over de Bosporus worden gewerkt. laatst bijgewerkt: 30-01-08 |