5284 Hertogdom Neder-Lotharingen (977 - 1100)

Lotharingen (900 - 977)
Karel, Hertog van Neder-Lotharingen (977 - 991) 

Karel van Neder-Lotharingen
was de zoon van Lodewijk IV van Frankrijk en Gerberga van Saksen. Na het vacuüm dat volgde op de dood van Bruno van Keulen werd hij in 977 aangesteld als Hertog van Neder-Lotharingen. Hij trouwde met Adelheid van Troyes, een dochter van Robert van Vermandois, graaf van Meaux en Troyes. Kort na het huwelijk van zijn broer Lotharius lll van Frankrijk met Emma van Italië beschuldigde hij zijn schoonzuster van overspel met
Adalbero, de bisschop van Laon, de broer van Godfried van Verdun, maar een synode verklaarde Emma onschuldig. Uit vrees dat Karel de troon zou bemachtigen als haar zoon Lodewijk als bastaard bestempeld zou worden, bewerkstelligde Emma dat Lodewijk al tijdens het leven van zijn vader geassocieerd medekoning werd. 
Toen Lodewijk V, de zoon van Lotharius lll in 987 stierf zonder erfgenaam na te laten, trachtte Karel diverse malen de troon te bezetten, maar hij stoot hierbij op Hugo Capet, die tenslotte het pleit won. Toen Hugo een Byzantijnse prinses voor zijn zoon zocht zette de geërgerde Theophanu Karel van Neder-Lotharingen tegen hem op. Karel keerde zich tegen Hugo Capet, wat niet verstandig bleek te zijn. In 991 werd Karel verraden door bisschop Adalbero van Laon en door Hugo gevangen genomen, waarna hij een jaar later in gevangenschap in Orléans overleed. Karel van Neder-Lotharingen en Adelheid van Troyes hadden zes kinderen: Otto (zijn opvolger Otto ll), Ermengarde, Gerberga, Adelheid, Lodewijk (geb. na 990), door Hugo Capet eerst toevertrouwd aan de bisschop van Laon maar in 993 toch opgesloten in Orléans en Karel (geb. na 990). Hij zou uit gevangenschap zijn ontsnapt en toevlucht hebben gevonden bij zijn broer Otto maar er is verder niets over hem bekend.

Godfried van Verdun (geboren ca 930) speelde in die tijd een belangrijke militaire en bestuurlijke rol in Neder-Lotharingen. Hij was een zoon van Gozelo van de Ardennen en Uda van Metz. Godfried was een broer van Adalbero, de aartsbisschop van Reims. In 963 volgde hij Otto van Verdun die in 944 was overleden op als graaf van Verdun. In datzelfde jaar trouwde hij met Mathildis van Saksen (937-1008), dochter van Herman Billung, de Hertog van Saksen) en weduwe van de in 962 overleden graaf Boudewijn III van Vlaanderen. In 969 werd hij ook markgraaf van Ename en Antwerpen. In zijn eerste jaren hield hij zich vooral bezig met de bestrijding van Reinier IV van Henegouwen en Lambert I van Leuven, die met Franse steun probeerden het erfdeel van hun vader te herwinnen. In 974 werd hij ook benoemd tot graaf van Henegouwen, Bergen, en Valenciennes. Hij werd ook voogd van Saint-Hubert (België) en Mousson.

In 976 werd Godfried zwaar gewond en gevangengenomen in een veldslag bij Bergen, tegen Karel van Neder-Lotharingen. Karel zou kort daarna hertog van Neder-Lotharingen worden. Godfried werd vrijgelaten en verdedigde in 979 Kamerijk tegen Lotharius van Frankrijk en Otto I van Chiny. In 980 stuurde hij troepen om deel te nemen aan de Italiaanse veldtocht tegen de Saracenen van keizer Otto II.

In 984 werd Verdun bezet door Lotharius, de Koning van West-Francië (954-986). Godfried zocht steun bij andere Lotharingse edelen en wist de stad terug te veroveren. Het succes was echter van korte duur en Godfried werd gevangengenomen toen Lotharius de stad weer in nam. Pas toen Hugo Capet, waar hij een goede relatie mee had, in 987 tot koning van Frankrijk was gekozen, werd Godfried vrij gelaten - in ruil voor de overdracht van enkele goederen aan de graaf van Champagne. Twee jaar later werd Godfried opnieuw gevangengenomen, nu door Herbert III van Vermandois die hem pas in 995 vrij liet. Datzelfde jaar nam Godfried nog deel aan de synode van Mousson. Godfried overleed in 1002 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij in Gent. Omdat Godfried van Verdun tweemaal gedurende een langere tijd gevangene was door conflicten tussen Duitsland en Frankrijk, kreeg hij de bijnaam "de Gevangene". Godfried van Verdun werd opgevolgd door zijn zoon Godfried ll.

Otto ll van Neder-Lotharingen (991 - 1012)

Otto ll van Neder-Lotharingen was de zoon van Karel van Neder-Lotharingen en een dochter van Robert  van Vermandois, graaf van Meaux en Troyes. Hij werd in 970 geboren en volgde zijn vader in 991 op als Hertog van Neder-Lotharingen. Hij trouwde en had één dochter: Ermengarde.die trouwde met Albert I van Namen. Met Otto ll stierf de mannelijke lijn van de Karolingen uit.

Godfried l Hertog van Neder-Lotharingen 1012-1023), als Godfried ll Graaf van Verdun (1002-1012)

In 1002 was Godfried zijn vader Godfried l van Verdun opgevolgd als graaf Godfried ll van Verdun. In 1012 werd hij door keizer Hendrik Il (de Heilige) met het Hertogdom Neder-Lotharingen beleend, nadat Otto ll van Neder-Lotharingen was gestorven zonder mannelijke opvolger. Godfried lag geregeld overhoop met Lambert I van Leuven, die ook aanspraak maakte op de hertogelijke waardigheid. Godfried versloeg hem met steun van de bisschop van Luik te Hoegaarden in 1013 en te Florennes in 1015. In 1018 leed hij in de slag bij Vlaardingen een nederlaag tegen Dirk III van Holland, maar kreeg deze desondanks aan de zijde van de keizer. Hij werd opgevolgd door zijn broer Gozelo.

Gozelo van Verdun Hertog van Neder-Lotharingen (1023 - 1044), Hertog van Opper-Lotharingen (1033-1044)

Gozelo I van Verdun, ook Gothelo genoemd, bijgenaamd de Grote, was de zoon van Godfried van Verdun en Mathildis van Saksen.

Gozelo werd in 1008 markgraaf van Antwerpen onder zijn oudere broer Godfried de Kinderloze, hertog van Neder-Lotharingen. Gozelo bouwde een kasteel in Antwerpen. Gozelo volgde zijn broer op als hertog van Neder-Lotharingen in 1023. In 1024 verzette hij zich tegen de koningskeuze van Koenraad II maar erkende hem een jaar later alsnog. 

Bij de dood van hertog Frederik III van Opper-Lotharingen in 1033, werd hij ook hertog van Opper-Lotharingen. Hij is hierdoor de laatste landsheer die de beide hertogdommen kon verenigen.

Op 15 november 1037 versloeg hij Odo II van Blois, een van de machtigste feodale vorsten van Frankrijk en troonpretendent van het koninkrijk Bourgondië dat bij erfenis aan de Duitse kroon was vervallen. Odo beschouwde zich als de rechtmatige erfgenaam en wist zichzelf tot koning te laten verkiezen en begon een veldtocht om Aken te veroveren. Gozelo wist hem te onderscheppen en te verslaan, waarbij Odo sneuvelde. Gozelo werd nadien als de grootste van de Duitse edelen beschouwd. Hij werd begraven in de abdij van Munsterbilzen.

Gozelo was getrouwd, maar de naam van zijn vrouw is niet bekend. Zij kregen 6 kinderen: 

Zijn oudste zoon Godfried II zou hem in 1044 opvolgen als hertog van Opper-Lotharinge, maar het hertogschap bleef vermoedelijk vacant. Het militair gezag werd uitgeoefend door paltsgraaf Otto I van Lotharingen en de rijksbisschoppen van Keulen, Trier, Utrecht en Kamerijk<. In 1065 werd hij hertog van Neder-Lotharingen. Zijn oudste dochter Mathilde van Verdun trouwde met paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen. Blijkbaar geen gelukkig huwelijk: zij werd gedood door haar echtgenoot. Zijn tweede zoon was Gozelo ll, zijn derde zoon Frederik werd paus als Stefanus lX, Oda trouwde met graaf Lambert II van Leuven en zijn jongste dochter Regelindis van Lotharingen trouwde met graaf Albert II van Namen.

Frederik van Luxemburg hertog van Neder-Lotharingen (1046 - 1065) In 1046 werd Frederik van Luxemburg benoemd tot hertog van Neder-Lotharingen. Zijn dochter Judith (Jutta) huwde met Walram I van Limburg.

Godfried met de Baard maakte aanspraak op het hertogdom Neder-Lotharingen, waar hij naast zijn vader reeds regeringstaken had opgenomen. Keizer Hendrik III weigerde de twee hertogdommen nog langer aan één persoon in leen te geven en dreigde het zelfs aan zijn zwakzinnige broer Gozelo II van Neder-Lotharingen te gunnen. Godfried ontketende hierop een rebellie, maar moest snel het onderspit delven. Hem werd het hertogdom Opper-Lotharingen ontnomen en samen met zijn zoon werd hij gevangen gezet. Godfried hernieuwde korte tijd later zijn eed van trouw, maar toen in 1045 zijn zoon in gevangenschap stierf, brak de strijd om Neder-Lotharingen opnieuw los. Boudewijn V van Vlaanderen schaarde zich aan zijn zijde en zou Godfried weldra overtreffen met vijandelijke acties tegen het rijk die tot 1056 zouden voortduren. 

Godfried ll van Neder-Lotharingen (Godfried met de Baard) (1065 - 1069)

Na de dood van Frederik van Luxemburg in 1065 kon Godfried ll met de Baard eindelijk het hertogambt in Neder-Lotharingen aanvaarden.

Godfried lll (met de Bult (of de Bultenaar) Hertog van Neder-Lotharingen (1069 - 1076)

Godfried III was de zoon van Godfried II met de Baard uit diens eerste huwelijk met een zekere Doda. Hij volgde zijn vader in 1069 op als hertog van Neder-Lotharingen. Hij steunde de keizer in de Saksische oorlogen, de bisschop van Utrecht tegen de graven van Holland en Vlaanderen en de bisschop van Luik tegen Henegouwen. Hij werd in 1076 vermoord in opdracht van Dirk V van Holland en diens stiefvader, Robrecht I de Fries, graaf van Vlaanderen. Onder een overhangend toiletgebouwtje in Vlaardingen werd hij door een huurmoordenaar om het leven gebracht door hem met een zwaard fatale verwondingen toe te brengen aan zijn achterste. Omwille van een naar het canoniek recht te nauwe verwantschap met zijn vrouw, Mathildis van Toscane (een dochter van zijn stiefmoeder Beatrix van Opper-Lotharingen uit haar eerste huwelijk met Bonifatius van Toscane), werd hem onthoudingsplicht opgedrongen. Dit wordt soms onterecht geïnterpreteerd dat hij van haar gescheiden zou geweest zijn. Hij adopteerde zijn neef, Godfried van Bouillon, als zoon. Deze erfde echter enkel Bouillon en het markgraafschap Antwerpen.

Koenraad van Franken (1076 - 1087) - Albert lll van Namen (vice-hertog)

Godfried III werd als hertog van Neder-Lotharingen aanvankelijk opgevolgd door  de tweejarige Koenraad, de tweede zoon van keizer Hendrik IV. Wegens zijn minderjarigheid werd hij waargenomen door vice-hertog: Albert lll van Namen. Albert raakte evenwel met enkele Lotharingse krijgsheren in een jarenlange strijd verwikkeld. Met Godfried van Bouillon, de erfgenaam van Godfried III, twistte Albert om de erfrechten van zijn moeder Regelindis. Albert werd door de Duitse koning beleend met het graafschap Verdun, maar wist Godfried van Bouillon niet te verdrijven uit Stenay van waaruit deze het gebied van Verdun bedreigde. Albert staakte uiteindelijk de vijandelijkheden en legde zich neer bij de Godsvrede van Luik (1082). Na in 1085 de keizerlijke veldheer, paltsgraaf Herman II van Lotharingen te hebben gedood tijdens een ruzie omtrent het oprichten van een burcht in Dalhem, viel Albert in ongenade bij de Duitse keizer Hendrik IV en werd hij ontheven uit zijn hertogelijke functie. Later verwierf hij het graafschap Château-Porcien bij het huwelijk van zijn zoon Godfried in 1087. Het vice-hertogschap werd overgedragen aan bisschop Dierik van Verdun (1087 - 1089) en in 1089 benoemde keizer Godfried IV van Bouillon tot hertog van Neder-Lotharingen.

Godfried lV van Bouillon (1089 - 1100)

Godfried was de zoon van graaf Eustatius II van Boulogne en Ida van Verdun, de dochter van hertog Godfried II van Lotharingen. Diens zoon Godfried III van Lotharingen had hem in 1076 aangeduid als zijn erfgenaam, maar keizer Hendrik IV besloot het hertogdom aan zijn eigen zoon Koenraad te geven en Bouillon en het markgraafschap Antwerpen aan Godfried. In 1089 kreeg Godfried dan toch het hertogdom in handen, als beloning voor zijn diensten in de oorlog van de keizer tegen de Saksen en paus Gregorius VII.

Godfried overleed in 1100. Bij de verovering op Akko zou volgens de Arabische schrijver Ibn al-Qalanis Godfried getroffen zijn door een pijl en daaraan overleden zijn. Maar door de westerse schrijvers Albert van Aix en Ekkehard van Aura wordt daar geen melding van gemaakt, volgens hen zou Godfried tijdens zijn verblijf aan het hof van Caesarea vergiftigd zijn door de Emir van de stad. Tijdens een wandeling net buiten de stad zou hij op een rotsblok het bewustzijn hebben verloren.

Het robuuste middeleeuwse kasteel boven het oude stadje Bouillon beheerst een groot deel van de vallei van de Semois. In de 9e eeuw bestond er al een burcht, want de versterking Bouillon wordt al vermeld in het Verdrag van Verdun in 843, toen het aan Lotharingen werd toegewezen. Rond 1050 herbouwde Godfried ll  met de Baard de vesting en zijn kleinzoon Godfried lV van Bouillon groeide hier op. 

Geïnspireerd door Pieter de Kluizenaar (en zijn ideeën over een heilige oorlog) verkocht Godfried lV van Bouillon zijn kasteel aan de prins-bisschoppen van Luik om met de opbrengst ervan een expeditie naar Palestina te financieren. Ginder werd hij in 1099 door zijn strijdmakkers om zijn heldhaftig gedrag bij de verovering van Jeruzalem tot koning uitgeroepen. De burcht kende na het vertrek van Godfried nog een bewogen geschiedenis. Keizer Karel V liet de burcht in 1521 vrijwel volledig platleggen door Lodewijk van Nassau, maar dertig jaar later werd het kasteel herbouwd. De burcht bleef van 1551 tot 1830 onafgebroken militair bezit. Ondanks toevoegingen van Vauban in de 17de eeuw en de Nederlandse koning Willem I heeft het kasteel zijn uiterlijk van 1551 nog grotendeels bewaard.Vooral de massieve Oostenrijkse Toren ziet er nog altijd indrukwekkend uit. De oudste delen van de burcht zijn de 12de eeuwse `Primitieve zaal` met zijn kolossale muren en de 13de eeuwse Godfried van Bouillonzaal, die in de rotsen werd uitgehouwen. Uit 1684 stammen de uurwerktoren, het tuighuis en de toegangspoort, die een opschrift draagt ter ere van de Franse Zonnekoning Louis XIV.

 Lotharingen (1100 - 1190)

Gemaakt: 12-01-08

colofon