5284 | Hertogdom Neder-Lotharingen (977 - 1100) |
![]() |
![]() |
Karel, Hertog van Neder-Lotharingen (977 - 991) Karel van Neder-Lotharingen was de zoon van ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() |
Toen ![]() ![]() Godfried van Verdun (geboren ca 930) speelde in die tijd een belangrijke militaire en bestuurlijke rol in Neder-Lotharingen. Hij was een zoon van Gozelo van de Ardennen en Uda van Metz. Godfried was een broer van Adalbero, de aartsbisschop van Reims. In 963 volgde hij Otto van Verdun die in 944 was overleden op als graaf van Verdun. In datzelfde jaar trouwde hij met Mathildis van Saksen (937-1008), dochter van Herman Billung, de Hertog van Saksen) en weduwe van de in 962 overleden graaf Boudewijn III van Vlaanderen. In 969 werd hij ook markgraaf van Ename en Antwerpen. In zijn eerste jaren hield hij zich vooral bezig met de bestrijding van Reinier IV van Henegouwen en Lambert I van Leuven, die met Franse steun probeerden het erfdeel van hun vader te herwinnen. In 974 werd hij ook benoemd tot graaf van Henegouwen, Bergen, en Valenciennes. Hij werd ook voogd van Saint-Hubert (België) en Mousson. In 976 werd Godfried zwaar gewond en gevangengenomen in een veldslag bij Bergen, tegen Karel van Neder-Lotharingen. Karel zou kort daarna hertog van Neder-Lotharingen worden. Godfried werd vrijgelaten en verdedigde in 979 Kamerijk tegen Lotharius van Frankrijk en Otto I van Chiny. In 980 stuurde hij troepen om deel te nemen aan de Italiaanse veldtocht tegen de Saracenen van keizer Otto II. In 984 werd Verdun bezet door Otto ll van Neder-Lotharingen (991 - 1012) Otto ll van Neder-Lotharingen was de zoon van Karel van Neder-Lotharingen en een dochter van Robert van Vermandois, graaf van Meaux en Troyes. Hij werd in 970 geboren en volgde zijn vader in 991 op als Hertog van Neder-Lotharingen. Hij trouwde en had één dochter: Ermengarde.die trouwde met Albert I van Namen. Met Otto ll stierf de mannelijke lijn van de Karolingen uit. Godfried l Hertog van Neder-Lotharingen 1012-1023), als Godfried ll Graaf van Verdun (1002-1012) In 1002 was Godfried zijn vader Godfried l van Verdun opgevolgd als graaf Godfried ll van Verdun. In 1012 werd hij door keizer Gozelo van Verdun Hertog van Neder-Lotharingen (1023 - 1044), Hertog van Opper-Lotharingen (1033-1044) Gozelo I van Verdun, ook Gothelo genoemd, bijgenaamd de Grote, was de zoon van Godfried van Verdun en Mathildis van Saksen. Gozelo werd in 1008 markgraaf van Antwerpen onder zijn oudere broer Godfried de Kinderloze, hertog van Neder-Lotharingen. Gozelo bouwde een kasteel in Antwerpen. Gozelo volgde zijn broer op als hertog van Neder-Lotharingen in 1023. In 1024 verzette hij zich tegen de koningskeuze van Koenraad II maar erkende hem een jaar later alsnog. Bij de dood van hertog Frederik III van Opper-Lotharingen in 1033, werd hij ook hertog van Opper-Lotharingen. Hij is hierdoor de laatste landsheer die de beide hertogdommen kon verenigen. Op 15 november 1037 versloeg hij Odo II van Blois, een van de machtigste feodale vorsten van Frankrijk en troonpretendent van het koninkrijk Bourgondië dat bij erfenis aan de Duitse kroon was vervallen. Odo beschouwde zich als de rechtmatige erfgenaam en wist zichzelf tot koning te laten verkiezen en begon een veldtocht om Aken te veroveren. Gozelo wist hem te onderscheppen en te verslaan, waarbij Odo sneuvelde. Gozelo werd nadien als de grootste van de Duitse edelen beschouwd. Hij werd begraven in de abdij van Munsterbilzen. Gozelo was getrouwd, maar de naam van zijn vrouw is niet bekend. Zij kregen 6 kinderen: Zijn oudste zoon Godfried II zou hem in 1044 opvolgen als hertog van Opper-Lotharinge, maar het hertogschap bleef vermoedelijk vacant. Het militair gezag werd uitgeoefend door paltsgraaf Otto I van Lotharingen en de rijksbisschoppen van Keulen, Trier, Utrecht en Kamerijk<. In 1065 werd hij hertog van Neder-Lotharingen. Zijn oudste dochter Mathilde van Verdun trouwde met paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen. Blijkbaar geen gelukkig huwelijk: zij werd gedood door haar echtgenoot. Zijn tweede zoon was Gozelo ll, zijn derde zoon Frederik werd paus als![]() Frederik van Luxemburg hertog van Neder-Lotharingen (1046 - 1065) In 1046 werd Frederik van Luxemburg benoemd tot hertog van Neder-Lotharingen. Zijn dochter Judith (Jutta) huwde met Walram I van Limburg. Godfried met de Baard maakte aanspraak op het hertogdom Neder-Lotharingen, waar hij naast zijn vader reeds regeringstaken had opgenomen. Keizer Hendrik III weigerde de twee hertogdommen nog langer aan één persoon in leen te geven en dreigde het zelfs aan zijn zwakzinnige broer Gozelo II van Neder-Lotharingen te gunnen. Godfried ontketende hierop een rebellie, maar moest snel het onderspit delven. Hem werd het hertogdom Opper-Lotharingen ontnomen en samen met zijn zoon werd hij gevangen gezet. Godfried hernieuwde korte tijd later zijn eed van trouw, maar toen in 1045 zijn zoon in gevangenschap stierf, brak de strijd om Neder-Lotharingen opnieuw los. Boudewijn V van Vlaanderen schaarde zich aan zijn zijde en zou Godfried weldra overtreffen met vijandelijke acties tegen het rijk die tot 1056 zouden voortduren. Godfried ll van Neder-Lotharingen (Godfried met de Baard) (1065 - 1069) Na de dood van Frederik van Luxemburg in 1065 kon Godfried ll met de Baard eindelijk het hertogambt in Neder-Lotharingen aanvaarden. Godfried lll (met de Bult (of de Bultenaar) Hertog van Neder-Lotharingen (1069 - 1076) Godfried III was de zoon van Godfried II met de Baard uit diens eerste huwelijk met een zekere Doda. Hij volgde zijn vader in 1069 op als hertog van Neder-Lotharingen. Hij steunde de keizer in de Saksische oorlogen, de bisschop van Utrecht tegen de graven van Holland en Vlaanderen en de bisschop van Luik tegen Henegouwen. Hij werd in 1076 vermoord in opdracht van Dirk V van Holland en diens stiefvader, Robrecht I de Fries, graaf van Vlaanderen. Onder een overhangend toiletgebouwtje in Vlaardingen werd hij door een huurmoordenaar om het leven gebracht door hem met een zwaard fatale verwondingen toe te brengen aan zijn achterste. Omwille van een naar het canoniek recht te nauwe verwantschap met zijn vrouw, Mathildis van Toscane (een dochter van zijn stiefmoeder Beatrix van Opper-Lotharingen uit haar eerste huwelijk met Bonifatius van Toscane), werd hem onthoudingsplicht opgedrongen. Dit wordt soms onterecht geïnterpreteerd dat hij van haar gescheiden zou geweest zijn. Hij adopteerde zijn neef, Godfried van Bouillon, als zoon. Deze erfde echter enkel Bouillon en het markgraafschap Antwerpen. Koenraad van Franken (1076 - 1087) - Albert lll van Namen (vice-hertog) Godfried III werd als hertog van Neder-Lotharingen aanvankelijk opgevolgd door de tweejarige Koenraad, de tweede zoon van keizer Godfried lV van Bouillon (1089 - 1100) Godfried was de zoon van graaf Eustatius II van Boulogne en Ida van Verdun, de dochter van hertog Godfried II van Lotharingen. Diens zoon Godfried III van Lotharingen had hem in 1076 aangeduid als zijn erfgenaam, maar keizer |
Godfried overleed in 1100. Bij de verovering op Akko zou volgens de Arabische schrijver Ibn al-Qalanis Godfried getroffen zijn door een pijl en daaraan overleden zijn. Maar door de westerse schrijvers Albert van Aix en Ekkehard van Aura wordt daar geen melding van gemaakt, volgens hen zou Godfried tijdens zijn verblijf aan het hof van Caesarea vergiftigd zijn door de Emir van de stad. Tijdens een wandeling net buiten de stad zou hij op een rotsblok het bewustzijn hebben verloren. | ![]() |
Het robuuste middeleeuwse kasteel boven het oude stadje Bouillon beheerst een groot deel van de vallei van de Semois. In de 9e eeuw bestond er al een burcht, want de versterking Bouillon wordt al vermeld in het Verdrag van Verdun in 843, toen het aan Lotharingen werd toegewezen. Rond 1050 herbouwde Godfried ll met de Baard de vesting en zijn kleinzoon Godfried lV van Bouillon groeide hier op. |
![]() |
Geïnspireerd door Pieter de Kluizenaar (en zijn ideeën over een heilige oorlog) verkocht Godfried lV van Bouillon zijn kasteel aan de prins-bisschoppen van Luik om met de opbrengst ervan een expeditie naar Palestina te financieren. Ginder werd hij in 1099 door zijn strijdmakkers om zijn heldhaftig gedrag bij de verovering van Jeruzalem tot koning uitgeroepen. De burcht kende na het vertrek van Godfried nog een bewogen geschiedenis. Keizer ![]() |
Gemaakt: 12-01-08 |