5512 |
Vlaanderen (918 - 1035) |
![]() |
Arnulf l van Vlaanderen (Arnulf de Grote) (918-965)
Arnulf l de Grote (918-965) was de oudste zoon van Boudewijn II en van Aelfryth van Wessex. Van zijn vader erfde hij het grootste (noordelijke) deel van het graafschap. Na de dood van zijn broer Adalolf legde hij wederrechtelijk de hand op diens erfdeel (933), dat de streek van Terwaan en Boulogne omvatte. Hij vervolgde de zuidelijke expansie en voegde het rijke Artois (Artesië) bij het graafschap en wist ook Oosterbant, Ponthieu en de streek van Amiens te veroveren, waardoor het graafschap Vlaanderen tot voorbij de Somme reikte. Uit vrees voor de onbestendigheid van zijn territoriale aanwinsten deed Arnulf een beroep op de Kerk om zijn veroveringen duurzaam en eenvormig te maken via een sterke religieuze ideologie. Zo wierp hij zich op als verdediger van de hervormingen die Gerardus van Brogne in de abdijen van zijn graafschap wilde doorvoeren. Uit zijn (tweede) huwelijk met Aleidis van Vermandois (910 - 958), dochter van Herbert II van Vermandois en van Adela van Frankrijk, had hij een zoon, Boudewijn III, die over een deel van het graafschap regeerde van 958 tot diens vroegtijdige dood in 962. Een opstand van de zonen van Adalolf veroorzaakte een bestuurlijke crisis die Arnulf dwong het graafschap toe te vertrouwen aan de Franse koning Lotharius tot de meerderjarigheid van zijn kleinzoon Arnulf II van Vlaanderen. De volgende graven veroverden oostwaarts gebieden, die tot het Duitse rijk behoorden (de Frans-Duitse grens lag bij de Schelde) en die daarom Rijks-Vlaanderen worden genoemd. Hij verbouwde de versterking in Gent tot de eerste echte voorloper van het huidige kasteel het Gravensteen. Terwijl de drooggelegde moerassen, vaak als gevolg van de samenwerking tussen boeren en geestelijke gemeenschappen, gedraineerde en geïrrigeerde gronden worden, stimuleren de graven van Vlaanderen de handel door de vestiging van jaarmarkten : zoals in Ieper, Mesen, Rijsel. De markt en de jaarbeurzen op de grote markt, de Burger of POORTER, de groepering van handelaars in gilden en hanzen waaraan door de Graaf in handvesten of keuren geleidelijk aan privileges worden verlend, lakenhallen, zijn de kenschetsen van die steden. De uitbreidende agglomeratie van BELLE (BACULIOLUM betekent ``versterkt met palen'') werd misschien al vanaf het einde van de 9de eeuw versterkt, wellicht nog voor dit het geval was door de graaf van Vlaanderen Robrecht de Fries, die eerst nog de wapens moest opnemen om de koning van Frankrijk in 1071 in Kassel te overwinnen. De eerste officiële melding dateert van 1093. Toen was Belle afgebakend door een lijn van omwallingen aangegeven door de stadsgrachten. Rondom de oorspronkelijke stadskern, afgebakend door de huidige Ieperstraat (rue d'Ypres), Vijversstraat (rue des Viviers), Museumstraat (rue du Musée), strekt ze zich verder uit naar de Rijselstraat (rue de Lille) en Weststraat (rue d'Occident) en bevat een Grote-Markt. Arnulf liet de Sint-Baafsabdij die in de 9de eeuw door de noormannen was verwoest weder op bouwen Arnulf ll (965-988) Arnulf II was de zoon van Boudewijn III en Mathildis van Saksen-Billung en kleinzoon van Arnulf l. Bij de dood van graaf Arnulf I was zijn kleinzoon, de jonge Arnulf II, vier jaar. Arnulf ll volgde dus in 965 zijn grootvader op, aanvankelijk onder de voogdij van de koning van Lotharingen, Lothar II, die vóór de dood van Arnulf I beloofd dat hij ervoor zou zorgen dat de Vlaamse edelen de jonge graaf niet zouden manipuleren voor hun eigen belang, een belofte waaraan hij zich inderdaad ook hield. Rond 976 liet koning Lodewijk de Duitser van Oost-Francië de regering aan Arnulf over, maar onthield hem het gezag over de door Arnulf I veroverde gebieden Oosterbant, Artesië, Ponthieu en Amiens. Het overige deel van het graafschap viel uiteen in semi-autonome gebieden, waarover Arnulf geen werkelijk gezag uitoefende. Aan deze gezagscrisis zou Arnulfs zoon en opvolger, Boudewijn IV, een einde maken. Arnulf II was in 968 gehuwd met Rosela van Ivrea (945 - 1003, dochter van Berengarius II van Italië, en van Rosela van Toscane. Boudewijn lV met de Baard (988-1035) Boudewijn met de Baard was de zoon van Arnulf II en Rosela van Italië.Toen zijn vader in 988 overleed, was Boudewijn nog minderjarig en werd de zelfstandigheid van het graafschap Vlaanderen door Frankrijk bedreigd. Een tweede huwelijk van Boudewijns moeder, Rosela, met Robrecht II de Vrome, zoon en opvolger van de Franse koning Hugo Capet, kon dit gevaar echter bezweren. Bij zijn meerderjarigheid nam Boudewijn het bestuur stevig in handen: hij stelde paal en perk aan de onder zijn vader ontstane gezagscrisis in het noorden van het graafschap (Gent, Waasland, Kortrijk) en dwong bij de graven in het zuiden (Boulogne, Guines, Hesdin en Saint-Pol) de erkenning van zijn suzereiniteit af. Hij verplaatste de belangstelling van de Vlaamse graven, die tot dan toe op het zuiden was gericht, naar het oosten, en veroverde aanzienlijke gebieden op de rechteroever van de Schelde, afhankelijk van de Duitse keizer, die de naam Rijks-Vlaanderen zouden vormen. In 1012 werd hij door keizer Hendrik II beleend met de Zeeuwse eilanden en het gebied dat later de Vier Ambachten zou worden. Dankzij gewiekste onderhandelingen met de Duitse keizer verkreeg hij in 1015 het markgraafschap Valenciennes, namelijk met de belofte zich afzijdig te houden in het interne Lotharingse conflict tussen de Reiniers en de graven van Verdun. Het lang begeerde graafschap Ename in het gouwgraafschap Brabant werd hem echter niet door de Duitse keizer gegund, zelfs niet na de inname (en verwoesting) van de hertogelijke burcht te Ename in 1033/1034. Zijn expansiepolitiek was duidelijk gericht op de beheersing van het Scheldebekken, waarvan hij het economisch belang begreep. In 1009 stelde hij de Heer van Gistel aan als zeeprefect om de kust te beschermen tegen invallen. Tijdens zijn bewind begon de lakenindustrie ook vaste vorm aan te nemen. De graaf was eigenaar van de schorren langs de kust, waar schapen werden gefokt, en hij was waarschijnlijk de eerste wolleverancier van de Atrechtse draperie. Graaf Boudewijn spande zich ook in om de godsvrede te laten respecteren in zijn graafschap. Hij stichtte de abdij van Sint-Winoksbergen in 1022. laatst bijgewerkt: 28-10-03 |