3334

Graafschap Kennemerland - Dirk lll (993-1039)

Graafschap Kennemerland (988-993); Amstel- en Waterland (1000-1100)
 

 

Het westen van de Lage landen was in het jaar 1000 niet veel meer dan één groot Biesbosch-achtig gebied. De enige nederzetting van enige betekenis was Vlaardingen

Vanaf de vierde eeuw tot en met de zevende eeuw lijkt Vlaardingen geheel te zijn verlaten. Aan het begin van de achtste eeuw verrijst er een houten kerkje op de westelijke oeverwal van de Vlaarding, dat de bekende missionaris Willibrord in 726/727 schonk aan de abdij van van Echternach. Ten noorden van deze kerk lag de nederzetting Vlaardingen. De Westfriese graven stichten rond 1000 een grafelijk hof en een burcht bij deze nederzetting. Vlaardingen vormde voor de graven een belangrijke haven en de springplank voor internationale contacten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat Deense Vikingen Vlaardingen aan het begin van de elfde eeuw hebben bezocht. In Vlaardingen geslagen munten zijn tot in Zweden teruggevonden. De elfde eeuw vormt voor Vlaardingen de gouden eeuw.

Gravin Liutgard van Luxemburg, de echtgenote van graaf Arnulf, die in 993 bij een opstand van de Friezen was gesneuveld, nam geruime tijd het bestuur waar over het graafschap voor haar oudste zoon ca. 12 jarige zoon Dirk lll. Het graafschap Holland werd bedreigd door aanvallen van de Friezen. Dirk doet een 'promessa', een belofte aan God. Als zijn land gered zou worden van de Friezen, zou hij als dank een bedevaart maken naar Palestina. In plaats van op hemelse hulp te wachten, roept zijn moeder de hulp in van haar broer, keizer Hendrik ll van het Heilige Roomse Rijk. Deze begaf zich met een leger vanuit Utrecht per schip naar het Friese gebied en maakte in de winter van 1004/1005 een einde aan de Friese aanvallen. Gelijk daarop, in het voorjaar van 1005, vertrok Dirk III op bedevaart om zijn 'promessa' in te lossen. 

Van zijn jeugd tot zijn pelgrimstocht in 1005 weten we weinig. Dirk was vijf jaar toen zijn vader, Arnulf van Gent, Graaf van Holland, stierf. Dirk groeide uit tot een boom van een kerel. Hij was al meerderjarig toen hij het bestuur van Holland tijdelijk uit handen gaf. aan zijn moeder en zijn broer Sicco. Sicco kreeg een kasteel bij Santpoort. Hij staat te boek als de stamvader van het geslacht Van Brederode. Zo kon Dirk zijn eerste bedevaart naar Palestina maken. Via Keulen en Neurenberg trok hij over de Alpen naar Venetië, waar hij zich inscheepte naar de oude stad Ragusa (Dubrovnik), toen nog een Byzantijnse havenstad. Van Ragusa reisde Dirk III via Adrianopel (Edirne) naar Constantinopel (Istanbul). Naar alle waarschijnlijkheid verbleef hij, zoals de meeste pelgrims in die dagen, rond de kerk die nu bekend staat als de Küçük Ayasofya (De kleine Hagia Sophia). Hier moest hij de Bosporus oversteken om in Azië te belanden. Via Iconium (Konya), waar Dirk in de omgeving een nog steeds bestaande bergput sloeg, Aniochië (Antakya), Aleppo (Haleb), Damascus en Acre (Akka) bereikte de graaf eind 1005 Jeruzalem.

Hoe hij terugkeerde is niet bekend. Tot zijn ontsteltenis bleek bij zijn terugkeer Holland nogal onveilig te zijn. Zeker in het noorden van zijn graafschap. In plaats zich in het kernland van Holland, het gebied rond Haarlem, te vestigen, trok Dirk III zich terug in het bosrijke en moerassige zuiden van Holland, het gebied rond Vlaardingen. Het domein Maasland was in 985 door koning Otto III aan Graaf Dirk II geschonken, die het huidige dorp Maasland aanwees om een kerk te bouwen. 

Het bezit van het aanpalende Merwedewoud, een bosrijk en moerassig gebied, werd betwist door de bisschoppen van Utrecht, Trier en Keulen. Dirk III liet dit braak liggende gebied aan de monding van de Maas en Waal in cultuur brengen door in West Friesland en Kennemerland geworven landarbeiders en zo ontstond de huidige Riederwaard, zoals het Merwedewoud later zou worden genoemd.
 

Namens hem gaf zij boeren de opdracht om grote delen van de moerassen in dit gebied droog te leggen en bewoonbaar te maken. Stukje voor stukje werden de Utrechtse en Hollandse moerasgebieden ontwaterd en voor de veeteelt geschikt gemaakt. Ook Waterland en het gebied rond de Amstel (Amstelland) werden ± 1000 op die manier ontgonnen. Boeren uit Kennemerland en het Gooi vestigden zich in deze streken. Aan de weg bouwden de boeren hun kleine houten huisjes. Zo groeiden in Amstel- en Waterland en bij de Zaan langgerekte veendorpen, zoals Sloten, Ouderkerk en Diemen. elk met een eigen kerkje of kapel. 

Omstreeks 1000 werd er begonnen met het aanleggen van dijken om het land te kunnen beschermen tegen de zee. Op de hoge zandgronden in het oosten en zuiden van de Lage Landen werden grote stukken zand- en heidegrond ontgonnen en grote stukken bos gekapt en in akkervelden of weiden veranderd. 

In 1005 kwamen de Friezen nogmaals in opstand. Gravin Liutgard (de moeder van Dirk lll die wegens zijn jonge leeftijd sinds de dood van haar echtgenoot Aarnout over het graafschap regeerde, riep daarop de hulp in van haar zwager, de Duitse keizer Hendrik ll (zij was de zuster van koningin Kunigunde, de echtgenote van Hendrik ll van Duitsland.) Deze begaf zich in mei/juni van dat jaar vanuit Utrecht per schip met een leger naar het Friese gebied en wist de opstand te bedwingen. 

Bij Vlaardingen bouwde Dirk lll een (waarschijnlijk eenvoudige houten) burcht op de plaats waar zich nu kern van het huidige dorp Maasland bevindt, even ten noorden van Maassluis. 

Toen een schipper uit Tiel (in het bisdom Utrecht) weigerde tol te betalen, plunderen de mannen van Dirk III zijn schip. Toen de Tielenaren het gebeuren vertelden aan bisschop Adelbold (Adalbold) van Utrecht, ontstak deze in woede. Hij vond dat alleen hij als bisschop het recht had hier tol te heffen. Bisschop Adelbold liet niet met zich spotten. 

In 1016 had hij graaf Balderik van moord aangeklaagd bij keizer Hendrik II, hoewel zijn echtgenote Adela van Hamaland achter de moord zat. Balderiks bezittingen werden toen verbeurd verklaard en zijn kasteel tot op zijn grondvesten gesloopt. Adelbolt dacht nu hetzelfde kunstje te herhalen nu er geklaagd werd over Dirk III. Direct spoedde de bisschop Adelbold zich naar de Duitse keizer, die Dirk II in 1018 opdroeg zijn versterking bij Vlaardingen onmiddellijk te ruimen,  zodat de bisschop van Utrecht er zijn tol kon gaan heffen. Adelbold kon dat geld best gebruiken. Een jaar eerder had een brand zijn Utrechtse Domkerk ernstig beschadigd. Dirk III wist wat hem te wachten stond nu hij de woede op de hals had gehaald van de Utrechtse bisschop, maar wilde niet voor hem buigen. Opnieuw deed hij een 'promessa' om nogmaals op bedevaart te gaan als de hemel hem zou bijstaan. Dirk weigerde zijn burcht (nu de kern van het huidige dorp Maasland, even ten noorden van Maassluis) te verlaten. Ook zijn mannen waren niet van plan zich van huis en haard te laten verjagen of de door hen ontgonnen gebied cadeau te doen aan de Utrechtse bisschop. Keizer Hendrik ll zag zich nu wel genoodzaakt tegen hem op te treden. Hij. stuurde een vloot met eenheden van de bisschoppen van Utrecht, Keulen en Luik op hem af. onder aanvoering van hertog Godfried van Lotharingen

Lees ook het artikel: De slag bij Vlaardingen 29 juli 1018

Het leger ontscheepte zich ergens halverwege de burcht van Dirk lll en Vlaardingen waaraan het te land optrok richting de burcht. Daar liep het vast door de vele dijken en sloten, waardoor Godfried gedwongen was een andere route te kiezen. Onderweg naar de schepen liep het leger in een hinderlaag en werd het verpletterend verslagen. Dit alles werd door de monnik Alpertus van Metz in het Latijn beschreven. Deze Alpertus werd vermoedelijk geboren in het bisdom Utrecht. Nadat hij monnik was te Metz, keerde hij waarschijnlijk als kanunnik naar Utrecht terug. Terwijl hij de bevolking ter plekke had beschreven als Friezen die zich verbonden hadden met rovers, vermeldt hij over de verlopen strijd:

"Toen het leger van de hertog een terugwaartse beweging moest maken, schreeuwde een schurkachtig familielid der rovers, dat een ieder op zijn leven bedacht moest zijn, dat de voorste gelederen verslagen waren en de hertog gevlucht was." Hij vervolgt verder dat er hierdoor in het leger van de hertog grote paniek uitbrak en men in volle wapenrusting de rivier in sprong om de schepen te bereiken. Anderen raakten vast in de moerasbodem. Op dat moment zouden de Friezen toegeschoten zijn en de restanten van het machtige leger in de pan hebben gehakt. Hertog Godfried werd daarbij door de mannen van Dirk lll gevangengenomen. Onder de belofte bij de keizer een goed woord voor hem te doen, werd de hertog later weer vrijgelaten.

Vanuit zijn versterking te Vlaardingen breidde Dirk lll zijn macht verder uit naar het oosten. Deze uitbreiding ging ten koste van de invloed van de Utrechtse bisschop in dat gebied. Hij nam daarbij onder meer het gebied ten zuiden van Alphen aan de Rijn, tussen Zwammerdam en Bodegraven in.

In het jaar 1024 overleed Dirks oom, de Duitse keizer Hendrik ll kinderloos. Dirk lll in datzelfde jaar actief betrokken bij de de troonstrijd in Duitsland. Hij steunde in deze strijd de kandidatuur van koning Koenraad ll, die spoedig algemeen erkend werd en op 8 september 1024 te Mainz tot keizer werd gekroond. Naar alle waarschijnlijkheid was Dirk lll bij deze plechtigheid aanwezig. Vermoedelijk werd bij die gelegenheid ook het huwelijk met Othilde van Saksen geregeld, want als voornaamste onder de getuigen wordt Bernard ll, de hertog van Saksen, genoemd. Tussen 1024 en 1026 moet het huwelijk zijn voltrokken. Dirk lll was toen al op middelbare leeftijd: 43-45 jaar. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen bekend, twee zonen (Dirk en Floris) en twee dochters (Betrade en Swanhilde).Dirk ondernam waarschijnlijk nog een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Hij overleed in 1039 en werd begraven in de abdijkerk van Egmond. Zijn vrouw Othilde vertrok terug naar Saksen waar zij in 1044 overleed.

Het bleef niet bij die ene reis naar Klein Azië en Palestina. Dirk lll wilde blijkbaar maar al te graag nog eens ver weg uit de Hollandse moerassen. Bovendien vreesde de graaf de toorn van god als hij zijn gelote, gedaan voorafgaande aan zijn Grote Overwinning op de Verenigde Bisschoppelijke Legers, niet inloste. Toen zijn jongere broer Sicco in 1030 stierf, maakte Dirk een tweede bedevaart naar Jeruzalem. Waarvan hij in 1034 terugkeerde in Holland.
Velen maakten in die dagen deze heilige tocht, maar slechts weinigen durfde het een tweede keer aan. Vandaar dat Dirk III de bijnaam 'Hierosolymita', 'Jeruzalemganger', kreeg, omdat hij de bedevaart met succes tweemaal had volbracht. De soms gebezigde term Dirk III 'Kruisvaarder' is belachelijk omdat de Eerste Kruistocht in 1095 plaatsvond.

Graafschap Kennemerland (1039 - 1049)

laatst bijgewerkt: 19-02-08

colofon