5593 | Hamaland (944 - 1000) |
![]() |
![]() |
Wichman IV (944 - 974) In 944 had Everhard lV had slechts één (overlevende) erfdochter: Averarda "van Zutphen", die in de loop van de jaren 950 huwde met Godfried van Verdun, markgraaf van Ename en Antwerpen, gouwgraaf van de Bidgouw en de Methingouw, de man die in de jaren 985-987 zijn bijnaam 'de Gevangene' verdiende doordat hij dik twee jaar in Westfrankische gevangenschap werd vastgehouden. Averarda overleed vermoedelijk al in 961 met nalating van een zoon en een dochter. Wichman IV, de zoon van Meginhard lV en diens tweede echtgenote Kunegonde was graaf van Hamaland en de Veluwe, vermoedelijk ook van het Gooi (Naardingerland). Hij huwde met de Vlaamse gravendochter Liutgard (Luidgard) van Vlaanderen, de zuster van graaf Boudewijn lll van Vlaanderen. Het paar kreeg twee dochters: Adela en Liutgard en een zoon: Wichman jr. Zijn echtgenote Liutgard van Vlaanderen overleed op 15 oktober 962 op de leeftijd van ongeveer 27 jaar. Zij werd met het gezicht naar beneden bijgezet op de familiebegraafplaats in de ronde kapel van de kerk van Elten. Aan haar skelet ontbrak één hand met het polsgewricht, terwijl haar gebeente tekenen van botvliesontsteking vertoonde. Liutgard is dus overleden aan de gevolgen van hetzij een ernstig ongeval hetzij een geweldsincident. |
Zijn dochter Adela (die was vernoemd naar haar grootmoeder van moeders kant, Adele (Aleidis) van Vermandois), de zuster van Liutgard, was Volgens Alpertus van Metz, een kroniekschrijver uit die tijd, uit heel ander hout gesneden dan haar vrome zuster. Alpertus wil stilzwijgend voorbijgaan aan wat "men" over Adela vertelt, maar kan niet nalaten te melden dat: "ze te luid praatte, wulpse taal uitsloeg, even harmonisch gekleed ging als ze van binnen losgeslagen was, en door haar oogopslag haar onevenwichtigheid verried". Haar enige positieve kant blijft niet onbelicht, want in één adem door vertelt Alpertus dat Adela talenten heeft in allerlei handwerken en dat ze talrijke dienaressen verschillende weeftechnieken heeft bijgebracht. Dat ze zelfs in het vervaardigen van kostbare gewaden iedereen in de omtrek overtreft.
Rechts: Munt van Adela |
![]() |
Ondanks het haar door Alpertus toebedachte vreselijke karakter kwam Adela toch aan de man, want ze trouwde waarschijnlijk ergens tussen 960 en 965 met graaf Immed (Imad). Als huwelijksgift kreeg zij een derde deel van de Hamalandse allodia mee. Samen met Immed stichtte ze een gezin. Ze kregen vier kinderen Diederik, Meinwerk, Azela en Glismoda. Volgens sommigen was er nog een derde dochter, Emma, die bekend zou worden onder de naam Emma van Lesum. Meinwerk (ook Maginwercus, Mainwerc, Meginwerk of Meinwercus) werd bisschop van Paderborn. (z. verder Heiligen 3s/Meinwerk van Paderborn); Azela trad in bij de zusters van St.-Vitus in Hoog-Elten, terwijl Glismonda trouwde met een Beierse prins. |
![]() |
Er leek geen vuiltje aan de lucht, totdat Adela's enige broertje Wichman jr. in 965 of 966 overleed en haar vader besloot om in Elten ter memorie van junior en zijn familie een nonnenklooster te stichten. Wichman jr. stierf waarschijnlijk in 965 of 966 op de leeftijd van goed zeven jaar. Zijn dood heeft de ombouw van de burcht Elten tot het latere stift ingeleid. Wichman lV volgde daarbij het voorbeeld van onder andere de Saksische markgraaf Gero, die in 959 zijn burcht in Gernrode in de Harz tot convent liet verbouwen. Ook de Duitse koningen hadden een dergelijk 'eigen' convent in Quedlinburg. We weten dat het stift Elten in 968 in bedrijf was. Het bestond uit een stenen stiftskerk en twee woongebouwen voor de stiftsdames, die allemaal met elkaar verbonden waren door een overdekte kruisgang. Dat moet dus allemaal gebouwd zijn vóór 968 maar ná de dood van de jonge Wichman. Die is dus waarschijnlijk al in 965 of 966 gestorven. Met het overlijden van Wichman jr. werd de voortzetting van het geslacht in mannelijke lijn afgebroken, want vader Wichman, hoewel toen rond 35 jaar oud, taalde niet naar een tweede huwelijk: hij bouwde zijn burcht om tot het kanonikessenstift te Hoog-Elten, dat in 968 al in bedrijf was. Van de 12e-eeuwse stiftskerk die de door Wichman in de latere jaren-960 gebouwde verving, is een gedeelte (het schip) nog aanwezig op de Elterberg. Links: De toren van de oude St. Vitus kerk van Hoch-Elten |
Het stift (klooster) Elten was in 968 al in bedrijf. Keizer Otto I bezegelde op 29 juni 968 in Pistoia een oorkonde, waarbij hij de goederen, die Wichman tevoren persoonlijk van hem in leen hield, in eigendom overdroeg aan het stift Elten, omdat de keizer in Wichmans stichting wilde participeren. Het ging daarbij om Urk, goed in Salland, bij Naarden en in Hamaland. Om dat voor elkaar te krijgen, had Wichman zijn neef Diederik, zoon van oom Everhard en intussen bisschop van Metz (bisschop 965-984), in de arm genomen. Twee jaar later schonk Otto I het stift nog een aantal hoven en de belastingopbrengst die Wichman tevoren in Noord-Groningen had geïnd. Wichman was toen zelf naar Italië gereisd en had van de gelegenheid gebruik gemaakt om Elten onder pauselijke bescherming te stellen, waarvoor het stift jaarlijks een pond zilver naar Rome moest overmaken. In 973 ondertekende keizer Otto II (regeerde 973-983) in Nijmegen nog een document, waarin hij Elten het recht kreeg zelf een abdis en voogd aan te kiezen. De voogd was degene die het stift in wereldlijke zaken vertegenwoordigde én belast was met de rechtspraak op de stiftsdomeinen. Elten kwam zo buiten het gezag van de gouwgraaf (van Hamaland of andere graafschappen) te staan en kwam onder de bescherming van de keizer. Otto III deed in 973 ook zelf een duit in het zakje door Elten de Katentol te schenken. Elten heeft die later aan de stad Deventer verpacht. In 973 blijkt Adela's zus Liutgard de eerste abdis van het convent te zijn.
Haar zuster Adela voelde zich flink benadeeld doordat haar vader álle rijkslenen aan het stift in Elten had toegespeeld. Zij verlangde compensatie. Wichman wilde daar niks van weten, wat leidde tot een flink conflict, Adela stond helemaal op haar achterste benen toen Wichman zijn part vermogen afstond aan Liutgard en dus afstond aan het stift Elten, waar zij immers abdis was. Elten bezat nu twee-derde van het familievermogen plús de vroegere lenen van Wichman, terwijl was Adela afgescheept met één-derde, die zij als bruidschat had meegekregen. |
![]() |
Wichman lV overleed op 20 juli van een jaar (kort?) ná 974 als lekenbroeder in het klooster te Mönchen-Gladbach, nadat hij tevoren zijn graafschappen had overgedaan aan zijn schoonzoon Immed, Adela's echtgenoot. Wichman werd begraven in Hoog-Elten. Zijn stoffelijk overschot is echter niet teruggevonden bij de opgravingen van 1964-1965. Het is waarschijnlijk bijgezet in een afzonderlijke kapel waarin ook het Gangulf-altaar stond en die zich iets ten zuid-oosten van de familiebegraafplaats moet hebben bevonden. Dat gebied is bij de opgravingen niet opengelegd. De beide zussen Adela en Liutgard leefden nog steeds in onmin wegens de verdeling van hun vaders erfenis. Ze maakten het elkaar niet gemakkelijk. Balderik en Godizo, beiden vazallen van Liutgard, brandden een burcht van Adela plat. Saillant detail: Godizo was oorspronkelijk een vazal van Adela . Om onbekende redenen was hij overgelopen naar het kamp van Liutgard. Liutgard overleed op 22 oktober. Het jaar is niet met zekerheid te geven, maar omdat in december 996 haar opvolgster Liutgard II abdis is, valt het sterfjaar van Liutgard I op 995 of eerder te stellen.Zij werd in haar eigen stift begraven, als enige van de stichtersfamilie bínnen de kerkgebouwen. Haar stoffelijke resten zijn niet teruggevonden. Diederik van Hamaland (ca. 974 - 1017) Diederik, de zoon van Adela van Hamaland en graaf Immed (Imad), was nog jong. Voorlopig regeerde Adela in haar eentje, waarschijnlijk als regentes van haar minderjarige zoon, hetgeen blijkt uit het feit dat zij in Deventer munten laat slaan met het opschrift 'Adela Cometissa'. In 996 haalde zijn moeder Adela haar gelijk en kreeg ze het voor elkaar dat keizer Het graafschap Hamaland strekte zich nu uit op beide oevers van de IJssel van iets benoorden Deventer naar het zuiden, met twee uitstulpingen naar het oosten, de ene tot voorbij Lochem en de andere tot en met Doetinchem. De grens ervan kruiste de Rijn ongeveer bij Velp, pakte het uiterste oosten van de Betuwe mee om daarna de Rijn te volgen tot iets bezuiden Emmerik. In het zuiden beschikte de familie over een omstreeks 900 aangelegde ringwalburcht te Elten, op de Elterberg waar nu de middeleeuwse kerk staat die uitkijkt over de Rijn. De familie had zich daar gevestigd nadat hun vorige zetel, Zutphen, in 882 door de Noormannen was verwoest die ook Deventer onder handen hadden genomen. Ongeveer gelijktijdig met Elten legde de familie ook in Zutphen een ringwalburcht aan. Het goederenbezit van de familie was niet alleen binnen Hamaland te vinden, ook op de Veluwe, in de Betuwe en in de omgeving van Kleef had zij aanzienlijke bezittingen. De familie was al enkele generaties graaf in verschillende gouwen in de Nederlanden: Hamaland zelf, de Veluwe, Salland, Drenthe, Noord-Groningen (Hunsingo en Fivelgo) en hoogstwaarschijnlijk ook het Gooi (Naardingerland). Adela's grootvader Meginhard had echter een scheve schaats gereden door mee te doen aan de grote 'Lotharingse' opstand van 938-939 tegen keizer Immed overleed ergens tussen 983 en 996. Bronnen: Wikipedia - Hamaland ; De Graafschap in de Middeleeuwen Laatst bijgewerkt: 01-01-08 |