5256 |
Het Roomse Rijk (936 - 973) |
![]() |
Otto I hield zich eerst bezig met de Slaven die in Noord-Duitsland woonden. Zij werden door hem bijkans uitgeroeid. Otto I hanteerde daarbij de beproefde methode van zijn grote voorganger, Otto l was gehuwd met Eadgyth (Edith, Editha) van Wessex, de dochter van koning De opstand van 939Otto I was niet zo'n geduldig man als zijn vader. Hij joeg de Lotharingers flink tegen zich in het harnas door te stellen dat alle hertogen ondergeschikt waren aan de koning. Dit idee van rijkseenheid sloeg in Lotharingen niet aan. Daarnaast had Otto I een vertroebelde relatie met zijn broer Hendrik, hertog van Beieren (920 - 955), die geboren was toen hun vader Rechts: |
![]() |
Opnieuw kwam Giselbert, de hertog van Lotharingen, in opstand, samen met Hendrik van Saksen en hertog Eberhard van Franken, de broer van voormalige koning Giselbert liet na zijn dood een minderjarig zoontje, Hendrik geheten, achter. De andere opstandeling, Hendrik van Beieren, sloot vrede met zijn broer (Otto I), die hem vervolgens als dank benoemde tot hertog van Lotharingen. Een succes was dat niet. Prompt nadat Otto I Lotharingen had verlaten brak er een opstand uit en werd de kersverse hertog zijn land uitgejaagd (940).
In 944 overleden zowel Otto van Verdun als Hendrik, het zoontje van Giselbert. Hierop meende |
In 946 marcheerde Otto l naar Rouen en veroverde Reims. In 950 werd Bohemen ingenomen en in 951 ondernam hij een expedities naar Italië, waarbij Otto in het bezit kwam van Noord-Italië. Hierdoor viel Rome, hoofdstad der westelijke Christenheid, nu ook onder hem. Hij ontmoette ook ![]() ![]() |
![]() |
In maart 953 wist Otto's oudste zoon Liudolf, de hertog van Zwaben Koenraad de Rode (hertog van Lotharingen) en Hendrik, hertog van Beieren en broer van Otto en talrijke grote heren over te halen tot een opstand tegen de steeds groeiende inmenging van de koning in het bestuur van hun gebieden. Otto zette Koenraad af, waarop Reinier (Reginar) III van Henegouw, deze kans onmiddellijk aangreep om de "buitenlandse" hertog legitiem het land uit te schoppen. Reginar III's plan was tevens de goederen van zijn oom Giselbert te verwerven. Dat ging echter niet door, want Otto l stelde zijn eigen broer Koenraad "de Rode" sloeg in 955 terug met een leger Magyaren en trok een spoor van vernieling door het gehele rijk, waaronder Lotharingen. |
![]() |
Detail uit het schilderij „Die Ungarnschlacht auf dem Lechfeld 955” von Michael Echter (1812-1879). Het originele schilderij evindt zich in de Stiftung Maximilianeum in München. |
In 958 werd het hertogdom Lotharingen gesplitst in de hertogdommen Neder-Lotharingen (Brabant) en Opper-Lothearingen (Moezel). Beiden beven echter vazalstaten van de Duitse kroon. Frederik van Bar werd als hertog in Opper-Lotharingen aangesteld.
Of Neder-Lotharingen van meet af aan ook een hertogdom was, is de vraag. In ieder geval kwam het ambtsgebied Neder-Lotharingen in handen van Godfried I, graaf van Keulengouw en paltsgraaf van Lotharingen. Bruno, de laatste hertog van Lotharingen, had Godfried goed gekend, want deze was een leerling van hem. |
![]() |
Ondanks de de duistere regeling rond de hertogstitel komt Godfried I in 964 in de bronnen voor als "dux", maar zonder ambtsgebied. Om in zijn nieuwe hertogdom meer status te krijgen werd hij bekleed met de grafelijke macht in Henegouwen. De eerste opdracht van Godfried I was de uitschakeling van Irmfried II van Luikgouw. Hoe hij met zijn achterneef afrekende is onbekend, maar blijkbaar slaagde hij daar in. Veel tijd om een hertogelijke dynastie te stichten was Godfried I niet vergund. Al in 964 overleed hij aan de pest, toen hij keizer Otto I op zijn kroningsreis naar Rome begeleide. Godfried I overleed zonder kinderen achter te laten, waardoor er plotseling een hertogelijke functie vacant was. Neder-Lotharingen ging wederom onrustige tijden tegemoet. In Neder-Lotharingen werd een neef van Godfried I, Richer, graaf van Luikgouw, benoemd. In 962 werd Otto I in Rome met de keizerskroon van Karel de Grote door paus Het Heilige Roomse Rijk was leven ingeblazen. Otto I kreeg echter problemen met de pausen en zette enkele van hen af. Zijn beleid was gericht op het nauw samengaan van het rijksgezag met bisschoppen en hun colleges van kanunniken. Wie het daar niet mee eens was moest vertrekken. Otto I was sowieso druk in Italië, waar hij een oorlog voerde met koning laatst bijgewerkt: 07-01-08 |