3681

Britse Eilanden (900 - 1000)

Britse Eilanden (700 - 900); Beowulf
Edward the Elder (Eduard de Oudere) (899-924)

In 899 werd Alfred de Grote van Wessex opgevolgd door zijn zoon Eduard de Oudere. Zijn opvolging werd betwist door zijn neef Ethelwold, die zich had aangesloten bij de Denen in Northumbria (Noord-Engeland) en East Anglia. De dood van Ethelwold in 902 maakte een eind aan deze strijd. 

Edward was een uitstekend militair leider en wist het Deense gebied met geweld en geduld terug te brengen onder Engelse heerschappij. Bijna zijn gehele regering streed hij tegen de Denen, daarin bijgestaan door zijn zwager Aethelred.  In 901 begon hij zijn strijd met de Denen (Vikingen) en versloeg in 906 een grote strijdmacht die Kent en Essex was binnengevallen. In 907 werd een vrede bereikt met de Denen in East Anglia en York. In 910 versloegen Edward en Aethelred de Denen in het noorden en daarmee was Edward heerser geworden over het grootste deel van Engeland.

± 901 heroverden de Ieren Dublin

Na de dood van Aethelred in 911 kreeg Edward steun van zijn zuster Aethelfled, Aethelreds weduwe, die het deel van Mercia dat niet aan de Denen verloren was gegaan, voortreffelijk bestuurde en de Danelaw ( het door de Deense Vikingen in de 9e en 10e eeuwe gekoloniseerde gebied in Noord-Engeland)heroverde (slag bij Tettenhall, 911). 

Na 918 begon het Angelsaksische tegenoffensief. Aethelfled overleed in 918, maar Eduard zette de strijd voort, die bij zijn dood tot herovering van de belangrijkste delen van de Danelaw zou leiden. Edward had Wessex, Kent en Sussex geërfd en Mercia, Essex en East Anglia veroverd, terwijl hij zich opperheerser over Schotland, Wales en Northumbria deed erkennen.

Edward trouwde tweemaal en kreeg vele kinderen. Nadat zijn zoon en opvolger Ethelweard na een koningschap van slechts 16 dagen overleed, werd deze opgevolgd door de waarschijnlijk buitenechtelijke zoon van Edward Aethelstan. Twee andere zoons, Edmund en Edred, zouden later de troon bestijgen. Edward stierf in 924 en werd evenals zijn vader begraven in Winchester.

Rechts: Vikingstrijder

 

Aethelstan (924-939)

Edward de Oudere werd in 924 opgevolgd door zijn vermoedelijk onwettige zoon Aethelstan. Athelstan wordt wel beschouwd als de eerste echte koning van Engeland. In ieder geval was hij de eerste die gekroond werd op de King's Stone in Kingston upon Thames in 925. 

Aethelstan wist bij de dood van Sitric, de Deense koning van Northumbrië, de hand te leggen op diens rijk (Deira: Oost Northumbrië)). Als bekwaam en krachtig vorst, slaagde hij erin door talloze oorlogen tegen de Denen Gutfrith, de broer van Sitric uit Northumbrië te verdrijven (927). Olaf, de zoon van Sitric vluchtte naar Schotland en later naar Ierland. In 934 viel Aethelstan Schotland binnen. In 937 versloeg hij bij Brunanburh de coalitie tussen de Schotten, de Britten van Strathclyde, Weshmen en Noren uit Ierland. Daarna breidde hij zijn gebied uit naar delen van Wales en Cornwall.
In Wessex, Mercia en Northumbrië, waar hij rechtstreeks heerser was, oefende hij sterke controle uit over de overige Angelsaksische rijkjes. Hij was de eerste vorst wiens titel rex totius Britanniae aan de werkelijkheid beantwoordde. 

Op het gebied van de wetgeving heeft hij eveneens veel gepresteerd (optekening van oude verbeterde wetten, van nieuwe wetten en voorschriften en voor de geestelijkheid). Athelstan vaardigde wetten uit die het bestuur over zijn grote gebied versterkten. Hij vormde bondgenootschappen door vier van zijn halfzusters te laten trouwen met West-Europese heersers. Hedwig van Wessex, trouwde met Karel de Eenvoudige van West-Francië en met Herbert III van Vermandois. Edith huwde met Otto de Grote van het H. Roomse Rijk.

Aethelstan was ook een cultuurliefhebber en verzamelaar van kunstwerken en relieken. Veel daarvan gaf hij weg aan zijn volgelingen en aan kerken, om zich van hun steun te verzekeren. Ook steunde hij vele kloostergemeenschappen en vooral die in Malmesbury, waar zijn graf te vinden is.

Athelstan had geen kinderen en werd opgevolgd door zijn halfbroer Edmund de Oudere (939 - 946)

Links: King's Stone in Kingston upon Thames

 

Graftombe van Aethelstan in Malmesbury

Edmund de Oudere (939 - 946)

Edmund I de Geweldige was de zoon van Edward de Oudere en de halfbroer van zijn voorganger Aethelstan.  Al snel na zijn aantreden moest hij het hoofd bieden aan militaire dreigingen. Koning Olaf I van Dublin veroverde Northumbria en viel de Midlands binnen. Na Olafs dood in 942 heroverde Edmund het gebied. Ook onderdrukte hij opstanden van de Denen in Mercia.

Edmond werd gedood tijdens een feest in zijn eigen verblijf door Leofa, een verbannen misdadiger, die bij het gevecht ook het leven liet. Hij werd opgevolgd door zijn broer Edred. Ook zijn zoons Edwy en Edgar werden later koning.

 

Edred (Eadred) (946 - 955)

Ook Edred wist overwinningen te behalen op de Vikingen. Hij was sterk religieus ingesteld en had een zwakke gezondheid, waardoor hij nauwelijks kon eten.

Edred stierf op 23 november 955 en werd begraven in Winchester. Zijn neef Eadwig (Edwy), de zoon van zijn broer Edmund de Oudere, volgde hem op.

 

Eadwig (Edwy) (955 - 959)

Edwy (ook wel Edwig of Eadwig, bijgenaamd All-Fair, was de oudste zoon van Edmund I en diens vrouw Elgiva. Hij werd door de adel uitverkoren om zijn oom Edred op te volgen. In 956 werd hij op 13-jarige leeftijd in Kingston-on-Thames gekroond door Odo, de aartsbisschop van Canterbury.

In zijn korte regering kende hij veel conflicten, met zijn familie, met de kerk, door intriges aan het hof en door de opstandigheid van Northumbria en Mercia. Er ontwikkelde zich ook een vete met de kerk, onder het leiderschap van Dunstan en Odo.

Volgens de legende begon dat al op de dag van zijn inwijding, toen hij niet verscheen op een bijeenkomst van de edelen. Dunstan trof de jonge koning aan in een amoureuze situatie met een adellijke dame, ene Ethelgive. Edwy weigerde met Dunstan mee te gaan, maar deze sleepte hem mee. Toen hij besefte dat hij door dit gedrag in gevaar zou komen, vluchtte hij naar zijn klooster. Daartoe aangezet door Ethelgive plunderde Edwy het klooster. Dunstan wist te ontsnappen, maar keerde pas naar Engeland terug na de dood van de koning. Gesteund door aartsbisschop Odo kozen de heren van Mercia en Northumbria in 957 partij voor Edwy’s broer Edgar. Edwy werd verslagen in de slag bij Gloucester, maar om een burgeroorlog te voorkomen kwam men tot een oplossing door het rijk te verdelen. Hierbij kreeg Edwy het zuidelijke deel (Wessex en Kent) en Edgar het noordelijke. In de korte periode daarna gedroeg Edwy zich verstandiger en begunstigde hij de kerk. Hij stierf echter al voor zijn twintigste en werd begraven in de kathedraal van Winchester. Hij werd opgevolgd door zijn broer Edgar, die het rijk weer verenigde.

Edgar (959 - 975)

Edgar was de jongste zoon van Edmund I en diens vrouw Elgiva. Hij verwierf de bijnaam ‘de Vreedzame’. Edgar was een daadkrachtige en bekwame koning, wiens heerschappij werd erkend door andere Britse heersers, ook die in Wales en Schotland. Hij begunstigde de kloosters en benoemde nieuwe bisschoppen. Hij verplichtte de, in zijn opdracht door Aethelwold in het Engels vertaalde, regel van Benedictus in de kloosters en liet in de kathedraalkapittels de kanunniken vervangen door monniken. Dunstan werd aartsbisschop van Canterbury. Beweerd wordt wel dat hij aanvankelijk had geweigerd Edgar te kronen, vanwege zijn levenswijze. De kroning vond uiteindelijk toch plaats in 973 in Bath. De door Dunstan ontworpen plechtigheid vormde de basis voor de daaropvolgende kroningsceremonies. Zijn vrouw Aelfthryth was de eerste gemalin die tot koningin van Engeland werd gekroond. Edgar stierf in Winchester op 8 juli 975 en werd begaven in Gloucester. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Edward.

Edward the Martyr (Eduard de Martelaar) (975 - 978)

Eduard de Martelaar volgde in 975 zijn vader Edgar op als koning van Engeland, maar werd na een paar jaar al vermoord. Eduard werd beschouwd als een goed christen en werd in 1001 heilig verklaard. Zijn koningschap werd betwist door een groep mensen onder leiding van zijn stiefmoeder, koningin Elfrida. Zij wilde dat haar zoon en Eduards halfbroer Aethelred II koning zou worden. Edward had echter meer steun, ook van St.-Dunstan en de Witan (het koninklijk adviesorgaan van hooggeplaatsen uit de samenleving). 

Een paar jaar later bezocht hij Elfrida en Aethelred in Corfe Castle. Daar bood Elfrida hem een glas mede aan en terwijl hij dit dronk werd hij in de rug gestoken. Aethelred was pas tien jaar oud en was dus niet rechtstreeks bij de moord betrokken.

Boven: de ruïne van Corfe Castle in Dorset waar Edward werd vermoord.

In 1001 werd Edward heilig verklaard. Men haalde zijn stoffelijk overschot uit zijn graf en plaatste het in een reliekschrijn in Shaftesbury Abbey. Onder koning Hendrik VIII werden veel kloosters gesloten en heilige plaatsen verwoest, maar Edwards overblijfselen werden verborgen. In 1931 werden de relikwieën bij een archeologische opgraving teruggevonden. De relikwieën werden geschonken aan de Russisch Orthodoxe kerk buiten Rusland. Ze werden geplaatst in een kerk in Brookwood Cemetery in Woking (Surrey). De kerk heet nu St. Edward the Martyr Orthodox Church.

Aethelred ll (978-1016)

Volgens de geschiedschrijver Willem van Malmesbury ontlastte Aethelred zich als baby in het doopvont. Naar aanleiding hiervan voorspelde bisschop Dunstan dat de Engelse monarchie onder Aethelreds bewind zou worden omvergeworpen.

Aethelred, de zoon van Edgar, kwam op tienjarige leeftijd op de troon als opvolger van zijn in 978 vermoorde halfbroer Edward de Martelaar. In het Engels is zijn bijnaam the Unready, wat in dit geval zonder raad betekent. Hij kreeg die bijnaam wegens zijn gebrek aan doortastendheid.

rechts: Aethelred ll

Aethelred probeerde de Vikingen af te kopen met betalingen die men kent als Danegeld. Hij had weinig keus want zijn generaals waren niet te vertrouwen. Het gerucht ging dat de Denen van plan waren Aethelred en zijn familie uit de weg te ruimen. Dit gerucht was de aanleiding van de moord op alle in Engeland wonende Denen op 13 november 1002, de dag van St.-Bricius (St. Brice's Day). In reactie hierop begon koning Sven Gaffelbaard (986-1014) van Denemarken met zijn pogingen Engeland te veroveren. Dit lukte hem in 1013 en Aethelred vluchtte naar zijn zwager Robert de Duivel, de hertog van Normandië en de vader van Willem de Veroveraar. In 1014 verjoegen de Engelsen Svens opvolger Knut den Store en herstelden Aethelreds macht.

Aethelred had minstens zestien kinderen uit twee huwelijken. Zijn tweede vrouw was Emma van Normandië. Emma's achterneef Willem de Veroveraar voerde deze familieband later aan als basis voor zijn aanspraak op de troon. 

In april 1016 stierf hij in Londen, alwaar hij ook werd begraven. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Edmund II.

Britse Eilanden (1016 - 1042)

laatst bijgewerkt: 29-12-07

colofon