5245 |
West-Francië (898-923) |
![]() |
![]() |
Dankzij de steun van Na de dood van Karel lll was op het idee gekomen tegen de Vikingen een grenswacht te vormen uit mannen van hun eigen stam. Grote ontzetting heerste er in het land der Franken bij het gerucht dat er [opnieuw] een geweldige Vikingvloot in de monding van de Schelde was geland. |
De Franse kanunnik Dudo, die een eeuw later in opdracht van een Normandische hertog de geschiedenis van Normandië heeft geschreven, geeft ons in een dramatisch verhaal een aanschouwelijke indruk van de tegenstelling tussen de Frankische en de Scandinavische gedachtegang.
De Frankische vazal, die over het land aan de Seine heerste, riep zijn troepen op, maar probeerde eerst door onderhandelingen iets te bereiken. Hij wendde zich tot een beroemd Noorman, Hasting, die zelf een geweldige Viking was geweest, maar in dienst van de Frankische koning was getreden. Hem verzocht hij met zijn vroegere landgenoten te spreken. Gevolgd door twee Frankische ridders, die Deens kenden, begaf Hastings zich naar de oever van de rivier. Van daar riepen zij: "Wij ridders zijn uitgezonden door de koning der Franken en eisen, dat ge ons zegt, vanwaar gij komt en wat ge wenst."Antwoord: "Wij zijn Denen, gekomen uit Denemarken en wij willen Francia veroveren". - "Hoe heet uw heer?"- "Wij kennen geen heer, want wij zijn allen gelijk" - "Hebt ge ooit horen spreken over een een zekere Hasting, die uw landgenoot was en met vele krijgslieden hierheen voer?" - "Ja, die man begin goed, maar het liep slecht met hem af."Hasting vervolgde: "Wilt ge u onderwerpen aan Karel, de koning van Francia, bij hem in dienst treden en van hem rijkelijke beloning ontvangen?" De toonden toonden geen animo. "Wij onderwerpen ons aan niemand. De beloning, die wij met wapenen en heldenfeiten verwerven, zint ons het meest" - "Waarheen trekt gij nu?""Maak dat je weg komt", klonk het van de Denen. "Wij houden niet van al dat gepraat. En wij zijn niet van plan jullie over onze plannen in te lichten. Hun ingenomenheid met de manier van leven in nieuwe land bracht de Noormannen er toe in 911 het aanbod van Karel de Eenvoudige aan te nemen en zich in zijn land te vestigen (akkoord van St. Clair sur Epte). De voorwaarden waren dat zij hun nieuwe woonplaats tegen andere Vikingen zouden verdedigen, dat ze tot het christendom zouden overgaan en de rest van Francia met rust zouden laten. Het land werd naar hen Normandië genoemd en een van hun aanvoerders. Karel was inmiddels (911) ook koning van Lotharingen geworden. De Lotharingse graaf Hagano kreeg een sterke positie aan het hof van Karel en werd boven alle andere edelen begunstigd. Dit leidde tot steeds grotere weerstand onder de andere edelen en de bisschoppen. Toen Karel de abdij van Chelles confisqueerde om aan Hagano te schenken, kon Robert dat niet over zijn kant gaan. Met de hulp van de belangrijkste edelen voerde Robert een staatsgreep uit. |
Op 22 juni werd Robert te Reims tot koning gekozen en op 30 juni 922 daar tot koning gekroond. Robert was de jongste zoon van hertog Robert de Sterke van Neustrië.en een broer van |
![]() |
Na de staatsgreep werd Robert op 22 juni te Reims tot koning gekozen en op 30 juni 922 daar tot koning gekroond. Na enkele korte gevechten rondom Reims en Laon, wist Robert de koninklijke schat in Laon in handen te krijgen en moest Karel de Eenvoudige vluchten. ![]() Hugo de Grote Graaf van Auxerre (952-956), Hertog van Aquitanië (955-956) De oudste zoon van Robert, Hugo, erfde van zijn vader de titels markgraaf van Bretagne, graaf van Parijs, Troyes, Orléans, en lekenabt van Saint-Denis, Saint-Germain-des-Prés, Marmoutier, Saint-Martin te Tours, Carmery, Villeloin. In de volgende jaren werd hij hertog van Neustrië en verwierf hij ook nog de graafschappen Autun, Auxerre, Nevers, Sens, Chalon en Mâcon. Hierdoor werd Hugo de machtigste edelman van Frankrijk. |
laatst bijgewerkt: 11-01-11 |