5193 | Lotharingen (900 - 977) |
![]() |
![]() |
Gebhard van Lotharingen (hertog-regent), graaf in de Rijngouw (903 - 910) Op 13 augustus 900 werd Na de dood van Zwentibold leek Na de dood van Lodewijk IV "het Kind" op 20 of 24 september 911 (hij was toen slechts 18 jaar) hield het koninkrijk Lotharingen op te bestaan. Het ging daarna wisselend op in het West-Frankische Rijk of Heilige Roomse Rijk. Het koninkrijk werd "gedegradeerd" tot hertogdom. Met de dood van Lodewijk het Kind was er ook een eind gekomen aan het Karolingische Huis. De adel van Lotharingen onder leiding van Reinier l van Henegouwen weigerde Lodewijks zijn opvolger |
Reinier l van Henegouwen (910 - 915) markgraaf van Lotharingen. In 910 stelde |
Wigerich (Wigerik, Wigeric) paltsgraaf van Lotharingen (915 - 922/923) Wigerich (of Wigerik: over de precieze spelling van zijn voornaam bestaat geen eenduidigheid; in het bronnenmateriaal. komen zowel Wigericus, Widericus, Windericus en Widiacus voor) wordt in een koningsbrief in 899 als één van de belangrijkste graven in Lotharingen vermeld. Hij was graaf van de Bitgouw (een Frankische gouw rond het stadje Bitburg in Rijnland-Palts) en van de Ardennengouw, graaf van Trier. Mogelijk was hij de zoon van Odacar van de Ardennengouw of van de Methingouw, Bid- en Bliesgouw en een broer van Frederik, abt van de rijksabdijen van Gorze und Saint-Vanne. Via zijn echtgenote Kunigunde van Henegouwen werd hij paltsgraaf van Lotharingen en vanaf 915/916, meer bepaald na de dood van Reinier I van Henegouwen in 915, nam hij als hertogregent /paltsgraaf van Neder-Lotharingen onder Zijn zoon Gozelo van de Ardennen (*914) werd graaf van de Ardennengouw. Zijn kleinzoon Godfried van Verdun zou hertog van Neder-Lotharingen worden (1012 - 996). |
![]() |
Wigerik was de stichter van de Sint-Hadelinusabdij van Hastière, waar hij waarschijnlijk ook begraven werd. Wigerik trouwde met Kunigunde van de Ardennen, kleindochter van Lodewijk de Stamelaar. Wigerich is de stamvader van de Huis Ardennen of de Wigerik-dynastie en van verscheidene hertogen van Neder- en Opper-Lotharingen uit de 10e en 11e eeuw. Links: Sint-Hadelinusabdij van Hastière
|
In 922 werd Tussen 922 en 925 maakte Onbekend (923 - 926) Everhard lll van Franken (926 - 928) Everhard lll van Franken, de jongere broer van koning Giselbert ll van de Maasgouw (928 - 939) In 928 werd Giselbert van de Maasgouw, de zoon van Reinier l van Henegouwen door keizer Hendrik van Saksen had alleen in naam het oppergezag over het hertogdom Lotharingen. Na zijn dood in 936 bleek diens zoon Hendrik l van Beieren (939 - 940) Hij werd door de Lotharingers verdreven en moest zijn hertogdom na een jaar teruggeven. |
Otto van Verdun (940 - 944) Otto, de graaf van Verdun, was de zoon van Ricuinus van Verdun. Hij kreeg tevens de voogdij over Hendrik, de zoon van Giselbert II van de Maasgouw, die in 939 bij zijn vlucht in de Rijn verdronken was. Koenraad de Rode (944 - 953) In 944 stelde Graaf Reinier lll van Henegouwen, een neef van Giselbert ll, keerde zich tegen Koenraad, niet omdat hij koning Otto trouw wilde blijven, maar omdat hij hoopte zo zijn familiebezittingen terug te krijgen.
Koning |
![]() |
In 959 werd Lotharingen opgedeeld in de vice-hertogschappen Neder-Lotharingen (Lotharingia Inferior) en Opper-Lotharingen (Loharingia Superior) onder het overstijgend hertogschap van Bruno, aartsbisschop van Keulen. In 977 zouden deze twee territoria volwaardige hertogdommen worden. Neder-Lotaringen waarvan de zuidgrens ruwweg samenviel met die van het tegenwoordige België - overigens volkomen toevallig - schijnt van 965 tot 977 geen eigen hertog te hebben gehad. De Saksische koningen zouden hier voortaan hun invloed doen gevoelden via de bisschoppen. |
Gemaakt: 12-01-08; laatst bijgewerkt: 19-01-08 |