5735

Denemarken (1000 - 1047)

Denemarken (900 - 1000)

Svend (Sven) l Tveskæg (Gaffelbaard) koning van Denemarken, Noorwegen en Engeland (986-1014)

Na de dood van Harald Blåtand in 986 werd hij opgevolgd door Svend l Tveskæg. Hij wordt genoemd als de stichter van de stad Kopenhagen, samen met zijn zoon Knoet de Grote. In de zeeslag van Svolder (9 september 999), versloeg hij, samen met de Zweden, de Noorse koning Olaf I Tryggvason, die hierbij verdronk. 

Boven: De zeeslag bij Svolder, schilderij van Otto Sinding (1842-1909)

Nadat hij na een korte Zweedse invasie het roer weer in handen had, greep hij in 1000 de macht in een deel van Noorwegen. Na een hele reeks aanvallen op Engeland wist Svend, toen in december 1013 koning Ethelred II naar Normandië vluchtte, uiteindelijk de macht over Engeland in handen te krijgen. Na Engeland vijf weken geregeerd te hebben stierf hij in Gainsborough (Lincolnshire).

Svend Gaffelbaard was getrouwd (na 995) met de weduwe van koning Erik VI van Zweden Gunhilda (eigenlijk Swiatoslawa), een dochter van Mieszko I van Polen en Dubrawka van Bohemen. Hij werd na zijn dood in 1014 opgevolgd als koning van Denemarken door zijn oudste zoon Harald II en als koning van Engeland door zijn andere zoon Knut ll den Store (Knoet de Grote).

Svend Gaffelbaard wordt genoemd als de stichter van de stad Kopenhagen, samen met zijn zoon Knut den Storre (Knut de Grote). 

Omstreeks het jaar 1000 staken Bjarni Herjolfsson en Leif Eriksson de noordelijke Atlantische oceaan over en bereikten "het eiland Vinlanda" aan de kust van Noord-Amerika. (z. ontdekkingsreizen van de Noormannen)

Harald ll (1014-1016)

Harald ll, de oudste zoon van Sven Gaffelbaard (Sven I) en Gunhilda was al eerder regent toen zijn vader in oorlog was met Ethelred II van Engeland. Hij erfde de Deense troon in 1014 en stierf in november 1016. Na zijn dood werd hij opgevolgd door zijn broer Knut de Grote (Knoet II).

Knut (Canute, Knoet) ll den Store (de Grote) (1016 - 1035)

In 1016 volgde Knut ll den Store, de zoon van Sven l Tveskæg zijn oudere broer Harald II op als koning van Denemarken. Knut had zijn vader geholpen bij een succesvolle invasie van Engeland in augustus 1013 en was na diens dood in februari 1014 door de Deense vloot tot koning uitgeroepen. Toen in april de Engelse adel de verslagen koning Aethelred II weer op de troon zette, keerde Knoet terug naar Denemarken.

Knut ll regeerde tot zijn dood in 1035 met kracht over Denemarken, Noorwegen en Engeland, waarover hij als koning regeerde. Als gouverneur heerste hij ook over Sleeswijk en Pommeren. Zijn bewind was voor zijn volk een periode van vrede, maar zij duurde slechts kort. Knoet wordt over het algemeen beschouwd als een wijs en succesvol koning, maar dit beeld kan gekleurd zijn door zijn goede behandeling van de kerk (de meeste geschiedschrijvers waren monniken).

In augustus 1015 viel Knut Engeland weer binnen en voerde hij een aantal onbesliste slagen tegen koning Ethelred en (vanaf april 1016) tegen diens zoon Edmund II. In oktober 1016 versloeg Knoet de Engelsen verpletterend bij Ashingdon in Essex. Knoet en Edmond kwamen overeen dat het koninkrijk verdeeld zou worden, maar in november stierf Edmond. Knoet bleef als enige heerser over.

In 1017 verdeelde hij Engeland in vier grote graafschappen: Wessex, Mercia, East Anglia en Northumbria. In 1018 voelde Knut zich veilig genoeg om zijn vloot terug te sturen naar Denemarken.

Om zich te verbinden met de oude Engelse monarchie en zichzelf te beschermen tegen aanvallen van Normandië (waar Ethelred en diens zoon Eduard de Belijder naar toe waren gevlucht) trouwde hij met Emma, de weduwe van Ethelred II en dochter van Richard zonder Vrees, hertog van Normandië. Aangezien Normandië christelijk was bekeerde Knoet zich officieel tot het Christendom. Zijn moeder was al christelijk opgevoed, maar zijn vader Svend was zijn hele leven heiden gebleven. Met Emma kreeg Knoet zijn zoon en opvolger Hardeknut (later Knut III). Hiermee passeerde hij zijn oudste zoon Harold (I van Engeland) die hij bij zijn eerste vrouw Aegifu van Northampton had.

inks: munt met afbeelding van Knut ll den Store

 

Koenraad II van het Heilige Roomse Rijk was met Knoet bevriend en liet zijn zoon Hendrik trouwen met Knoets dochter Cunigunde of Gunhilda. De keizer maakte Knoet gouverneur van de marken Sleeswijk en Pommeren.

Knut ll versloeg de Noren en de Zweden in de slag van Helgeå in 1026. Nadat koning Olaf ll van Noorwegen, in 1027 wegens binnenlandse moeilijkheden de wijk had moeten nemen naar het buitenland, veroverde Knut ll in 1028 een groot deel van Noorwegen en een deel van Zweden en stelde hier zijn zoon Sven aan tot regent. Zijn rijk was het grootste waarover een Scandinavisch vorst ooit had geregeerd. Zijn nacht steunde het meest op Engeland, van waaruit hij bisschoppen en kloosterlingen naar Scandinavië zond om er het Christendom te verspreiden. In 922 werd het bisdom Roskilde gesticht. Knut ll was in zijn tijd een der machtigste vosten van Europa. Hij bewonderde de beginselen van Cluny en was een vriend van de Kerk.

Knut II zou ook bij de Vikingen van Jomsburg hebben gehoord, een Vikingfort in Pommeren aan de Oostzee. Jomsburg (of Vineta) was een stad aan de Duitse Oostzeekust, maar of Jomsburg werkelijk heeft bestaan is niet zeker.

Knut stierf op 12 november 1035 in Shaftesbury (Dorset), slechts 40 jaar oud. Hij werd begraven in Winchester. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hardeknut, die regeerde als Knut III. Zijn andere zoon Harald I kwam aan de macht in Engeland, maar na diens dood in 1040 werd Hardeknut koning van beide rijken. Beiden waren niet in staat de grote erfenis van hun vader te beheren. Zij stierven beiden jong en het Deense rijk viel uiteen.

Knut lll  koning van Denemarken (1035 - 1042), koning van Engeland (1040 - 1042)

Knut lll (Hardeknut Hardeknut (Hardeknoet, Eng. Harthacanute; Deens Hardeknud; ook wel Hardicanute of Hardecanute /) was de enige zoon van Knut ll de Grote en Emma van Normandië. In 1035 volgde hij zijn vader op als koning van Denemarken (1035-1042) en hij was ook de wettige erfgenaam van de Engelse troon, maar kon die op dat moment niet opeisen. Zijn onwettige halfbroer Harold deed dat wel en werd in 1037 uitgeroepen tot koning Harold l (Hazenvoet) (1037 - 1047)

Hardeknut zette een expeditie op touw om zijn recht op te eisen. Zijn broer Harold stierf echter voor hij aankwam. Hierop werd Hardeknut op 18 juli 1040 in de kathedraal van Canterbury tot koning van Engeland uitgeroepen. Daarna liet hij het lijk van zijn broer opgraven, onthoofden en in een moeras werpen.

Zijn regeerperiode was kort en weinig succesvol, mede omdat hij zware belastingen oplegde. Hij was niet getrouwd en had geen kinderen. Hij nodigde Eduard de Belijder, een zoon van Emma die zij had bij Ethelred, uit de macht te delen en zijn opvolger te worden. In 1042 overleed hij aan de gevolgen van een drankgelag. Hij werd begraven in Winchester. Hij werd als koning van Engeland opgevolgd door Eduard de Belijder, waarmee voor korte tijd de macht van de Saksische vorsten werd hersteld.

Na de dood van Hardeknut in 1042 werd Magnus, koning van Noorwegen, gekozen tot koning van Denemarken. Svend Estridsen maakte echter ook aanspraak op de Deense troon. Hij was de zoon van Ulf Torgilsson, jarl (graaf) van Skåne, en Estrid, de zuster van koning Knut de Grote. Hij groeide op in Engeland.Svend Estridsen kwam tegen Magnus in opstand en liet zich door de Deense edelen tot koning kronen. Magnus kwam uit Noorwegen om de opstand neer te slaan. Sven werd verslagen en moest naar Zweden te vluchten, van waaruit hij verschillende pogingen ondernam om Denemarken te veroveren.

Het conflict om Denemarken duurde voort tot Magnus' neef Harald lll Hardråde van Noorwegen in 1045 terugkwam uit Constantinopel, beladen met goud dat hij had vergaard tijdens zijn tijd als huursoldaat in het Byzantijnse Rijk en aanspraak maakte op de troon. Magnus zag hem als een grote bedreiging en besloot om de Noors-Deense troon met hem te delen. De twee koningen trokken nu samen ten strijde tegen Sven Estridsen, die uit Denemarken werd verdreven. Een jaar later, in 1047, stierf Magnus na een val van zijn paard. De omstandigheden rond zijn dood zijn nogal onduidelijk; indertijd werd algemeen aangenomen dat hij door Harald was vermoord. Op zijn sterfbed deelde Magnus zijn koninkrijk: Harald kreeg de troon van Noorwegen, terwijl Svend koning van Denemarken werd. Magnus ligt begraven in de domkerk van Nidaros (Trondheim).

Denemarken (1047 - 1095)

laatst bijgewerkt: 04-02-10

colofon