3683

Britse eilanden (1042-1100)

Britse Eilanden (1000 - 1042)
Edward de Belijder (1042 - 1066)

Na het uiteenvallen van het Scandinavisch-Engelse rijk, besteeg de zoon van Aethelred, Edward, de Engelse troon (1042).Tijdens de Deense overheersing verbleef hij in Normandië, daar zijn moeder uit het Normandische hertogelijke huis stamde. Tijdens zijn regering nam de Normandische invloed in Engeland sterk toe, vooral aan het hof. Eduards huwelijk was kinderloos en hij wenste dat Willem, hertog van Normandië, hem zou opvolgen. Dit stootte op weerstand vanwege zijn schoonvader Godwin, die hem bij de troonsbestijging had geholpen. Er ontstond een conflict en Godwin werd met zijn familie verbannen (1051). De Normandische invloed steeg en hertog Willem bracht een bezoek aan Eduard in 1052.

 

 

 

 

 

 

 

 In hetzelfde jaar echter keerde Godwin uit Vlaanderen naar Engeland terug en zijn geslacht nam een overheersende positie in, die nog versterkt werd onder zijn zoon Harold, een flinke Angelsakser, terwijl Edward zich meer en meer aan zijn godsdienstige belangstelling overgaf en onder meer de St. Pieters abdij te Westminster liet bouwen. Zijn vroomheid werd door de Kerk beloond met de erenaam De Belijder (The Confessor). Harold beloofde waarschijnlijk onder ede in 1064 dat hij hertog Willems aanspraken op de Engelse troonopvolging zou respecteren.

Toen Edward in 1066 overleed, was Edgar Ætheling (ca. 1051 - ca. 1126), de kleinzoon van Edmund ll, de laatste mannelijke erfgenaam van het Angelsakische koninklijk huis na de Normandische verovering van Engeland in 1066. De benaming Ætheling (Angelsaksisch: Æþeling) werd gebruikt voor Angelsaksische prinsen die afstamden van koning Ethelred II en daarom kandidaat waren voor de troon van Engeland. Een andere Edgar Ætheling was Edgar Ætheling de Oudere, een zoon van Ethelred II die waarschijnlijk op zeer jonge leeftijd stierf. Edgar werd waarschijnlijk in Hongarije geboren. Hij was de enige zoon van Eduard Ætheling (zoon van koning Edmund II van Engeland) en Agatha, over wie weinig bekend is. Ze was mogelijk een dochter van koning Stefanus I van Hongarije. 

In 1056 had Edward de Belijder zijn neef Eduard Ætheling (bijgenaamd Eduard de Verbanneling) teruggeroepen uit Hongarije naar Engeland en hem uitgeroepen tot zijn opvolger. Eduard Ætheling stierf echter kort daarna, in februari 1057, waarop zijn jonge zoontje Edgar tot troonopvolger werd uitgeroepen. Omdat hij nog maar zo'n 14 jaar oud was en bovendien in het buitenland was geboren, ging de Engelse troon na Edmunds dood in 1066, niet naar Edgar Ætheling maar eigende Harold Godwinson zich de troon toe. 

Ook de Noorse koning Harald Hardråde en hertog Willem van Normandië maakten gebruiken van de situatie en eisten alle twee de troon op. Harald reageerde daarop met de woorden dat de Angelsaksen een vrij volk waren, dat zijn eigen koning koos. Daarop riep Willem zijn strijdlustige vazallen te wapen; zij zouden Engelands kastelen en vruchtbare grond met hem mogen delen. De paus gaf zijn zegen op de onderneming. Zowel Harald Hardråde als Willem vielen vervolgens met een invasiemacht Engeland binnen. Het lukte Harold de Noren te verslaan, maar hij verloor vervolgens de Slag bij Hastings (1066) tegen de Normandiërs en sneuvelde op het slagveld.

Met zijn geharnaste ruiters en bekwame boogschutters rukte Willem in 1066 op tegen Harald en zijn manschappen, die zich hadden verschanst op een hoogte in de nabijheid van de kustplaats Hastings. Herhaaldelijk sloegen de Angelsaksen de aanstormende vijand terug. Hun tactiek was zuiver verdedigend. Voor een tegenaanval ontbrak het hen aan ervaring. Maar zuiver verdedigend kan geen overwinning worden behaald. Vandaar dat na een taaie strijd de zege ten deel aan de Normandische ruiters, die hun kracht zochten in de aanval en over veel meer krijgsroutine beschikten dan Harald en zijn manschappen. Onder de vele gesneuvelden van het Angelsaksiche leger  waren koning Harald en zijn beide broers. 
 

Tapijt van Bayeux

Na Harolds dood werd Edgar Ætheling in oktober 1066 alsnog uitgeroepen tot koning Edgar ll van Engeland door de Witan, de Angelsaksische raad van wijze mannen. Willem van Normandië wilde daar echter niets van weten en beweerde dat Edmund II hèm als troonopvolger had aangewezen. Edgar werd gesteund door de inwoners van Londen. Toen Willem oprukte naar de stad, verdedigden de Londenaren London Bridge en verhinderden zo dat Willem de stad kon innemen. Hierop omsingelde Willem de stad. Bij Berkhamsted, ten noordwesten van Londen, gaf Edgar zich uiteindelijk over aan Willem van Normandië. Edgar ll, die nog niet tot koning was gekroond, moest de troon afstaan aan Willem van Normandië. Op 25 december werd deze tot koning van Engeland gekroond.

Edgar verliet het hof en reisde af naar Schotland, samen met zijn moeder Agatha en zuster Margaretha. Het jaar daarop nam hij deel aan een Angelsaskische opstand tegen Willem de Veroveraar, onder leiding van graaf Morcar van Northumbria. De opstand faalde echter en Edgar moet vluchten naar Schotland. in 1070 trouwde de Schotse koning Malcolm III met Edgars zuster Margareta. Malcolm beloofde Edgar om zijn claim op de Engelse troon te steunen.

Edgar vond een tweede bondgenoot in de Deense koning Svend Estridsen. In 1069 vielen ze Engeland binnen met een invasieleger en namen de stad York in. Svend accepteerde echter een afkoopsom van Willem de Veroveraar en trok zich terug uit Engeland, waarop Edgar weer naar Schotland moest vluchten.

In 1074 viel Willem de Veroveraar Schotland binnen met een leger en dwong de Schotse koning Malcolm een vredesverdag te sluiten, waarbij Edgar uit Schotland verbannen werd. Edgar vlucht naar Vlaanderen maar keerde later dat jaar weer terug, toen Willem inmiddels weer Schotland verlaten had. Malcolm overtuigde Edgar dat hij vrede met Willem moest sluiten, waarop Edgar afreisde naar het hof in Normandië en daar vergiffenis van Willem kreeg. Pas in 1086 verliet hij het Normandische hof weer. In 1097 was hij weer in Schotland, waar hij een Engels leger leidde tegen koning Donald III en zijn aangewezen troonopvolger Edmund I. Edgar versloeg Donald en Edmund en hielp zo zijn neef Edgar om koning van Schotland te worden.

Rond 1098 vertrok Edgar naar Constantinopel en diende daar waarschijnlijk in de Varangiaanse Wacht (een militaire eenheid van Vikingen en Angelsaksen) van het Byzantijnse Rijk. Datzelfde jaar kreeg hij het commando over een Byzantijnse vloot met proviand en versterkingen voor de kruisvaarders tijdens het Beleg van Antiochië.

Terug in Europa raakte Edgar verzeild in de strijd tussen koning Hendrik I van Engeland en zijn broer Robert Curthose en vocht aan Roberts kant in de Slag van Tinchebray op 28 september 1106, waarbij hij gevangen werd genomen. Edgar keerde terug naar Engeland, waar hij vergiffenis kreeg van Hendrik. Edgar bleef hierna op zijn landgoed in Hertfordshire wonen, tot hij op hoge leeftijd stierf.

Willem (1066 - 1087)

Na zijn kroning tot koning van Engeland moest Willem van Normandië zijn beloften vervullen tegenover zijn op buit beluste ridders in zijn leger. Hij loste de moeilijkheid op door alle Engelsen, die de wapenen tegen hem hadden gevoerd tot hoogverraders te verklaren en hun bezittingen te confisqueren. De landerijen, welke de koning niet voor zichzelf hield, deelde hij uit als lenen aan zijn Normandiërs. Daarmee werd het leenstelsel in Engeland ingevoerd. 

Weldra regeerden Normandische vazallen uit hun onneembare burchten met ijzeren hand over de Angelsaksen en zagen de eertijds vrije burgers van Londen de koninklijke burcht, de Tower, uitgroeien tot een symbool van koninklijke alleenheerschappij. 
Terwijl vroeger de jacht in de bossen vrij was geweest, werd ze nu verboden, behalve voor de Normandiërs. Werd een Angelsakser op jacht aangetroffen, dan werd hij met zware boeten gestraft. Als hij die niet kon betalen, hieuw men hem de handen af of stak men hem de ogen uit. In hun wanhoop kwamen de Angelsaksen meermalen in opstand, maar iedere opstand werd in bloed gesmoord. Een groot deel van de vrije boeren die afstamden van de Normandiërs in het noordoosten van Engeland, verviel tot lijfeigenschap onder de grootgrondbezitters. Hun Scandinavische cultuur moest evenals de Angelsaksiche wijken voor de Normandische. In plaats van hun land zelf te mogen besturen, kwamen zij onder het bewind van de Normandiërs.

Na de dood van Willem de Veroveraar (1087) erfde zijn oudste zoon Robert Curthose Normandië. Zijn tweede  zoon Willem Rufus werd koning van Engeland. Zijn jongste zoon Hendrik kreeg alleen de stad Avranches en het graafschap Coutances als erfgoederen toegewezen.

Willem ll Rufus (de Roodharige) (1087-1100) 

Willem ll verijdelde een poging van een aantal edelen en prelaten om zijn broer Robert op de troon van Engeland te plaatsen. Willem, zeer intelligent, was een tiranniek heerser, die o.a. door fiscale afpersing onpopulair werd en door zijn immoreel gedrag zowel als door de plundering van kerkelijke bezittingen de toorn van de kerkelijke geschiedschrijvers opwekte, De investituurstrijd brak in Engeland onder zijn regering uit en leidde tot conflict tussen hem en aartsbisschop Anselmus van Canterbury, die gedwongen werd in ballingschap te gaan. Willems houding tegenover het christendom werd als oneerbiedig ervaren en getuigde van diepgaande scepsis. Hij voerde oorlogen tegen Wales en Schotland en viel Normandië binnen, dat hij in 1096 in handen kreeg, toen Robert Curthose op kruistocht ging. Willem werd in 1100 tijdens een jachtpartij dodelijk getroffen door een pijl. Het is niet uitgemaakt of het hier om een jachtpartij of om een aanslag ging, maar het was waarschijnlijk een ongeval. Willems jongere broer was in de buurt en werd onmiddellijk tot koning van Engeland gekroond ( Hendrik l (1100 - 1135).

Britse Eilanden (1100 - 1154)

laatst gewijzigd: 05-10-03

colofon