5248 |
West-Francië (1000 - 1031) |
![]() |
![]() |
![]() Sinds 996 regeerde in Frankrijk koning Robert en zijn opvolgers links: |
De voornaamste van hen allen was de hertog van Normandië. Maar de Capetingers wachtten hun tijd af. Om te beginnen versterkten zij hun macht binnen het kleine gebied dat werkelijk van hen zelf was. Weerspannige vazallen zetten zij op hun nummer en het werkende deel van de bevolking beschermden zij tegen roofridders. Tegenover de Normandische dynastie beperkten de Capetingers zich tot het defensief. Het van die kant dreigende gevaar weerden zij af door flink te stoken en te roeren als er onenigheid was in het Normandische koningshuis.
Eenmaal koning deed Robert II precies hetzelfde, hij liet zijn oudste zoon Hugo tot opvolger kronen. Maar doordat prins Hugo overleed, werd Robert II uiteindelijk opgevolgd door Hendrik I. Robert trouwde in 988 met Suzanna (Rosala) van Italië, een huwelijk dat door Roberts vader Hugo Capet gearrangeerd was. Het huwelijk was blijkbaar geen succes en eindigde in een scheiding. In 998 hertrouwde Robert met Bertha, dochter van Koenraad van Opper- Bourgondië in 998. Bertha was de grote liefde van Robert II, maar omdat Bertha een nicht van Robert II was, kreeg Robert van de Paus voor dit huwelijk geen toestemming. Dit leidde tot zijn excommunicatie. Pas na lange onderhandelingen met de nieuwe paus
Door problemen met zijn huwelijken werd Robert II tijdelijk geëxcommuniceerd door paus Het koninkrijk dat Robert II erfde van zijn vader was niet groot en in een poging om zijn macht te vergroten legde Robert II een claim op elk stuk land dat vrijkwam. Dit leidde regelmatig tot conflicten en oorlogen met andere gegadigden. In 1003 werd zijn invasie van het hertogdom Bourgondië gedwarsboomd; pas in 1016 kreeg hij de steun van de katholieke kerk en werd hij hertog van Bourgondië. Door deze manier van gebiedsuitbreiding had Robert II weinig vrienden en veel vijanden. Zijn grootste vijanden waren zijn eigen zonen Hendrik en Robert. In 1030 kwamen Hendrik en Robert I tegen hun vader 1030 in opstand, maar sloot al snel weer vrede. In de periode 1030-1040 heerste er jarenlang een grote nood. Misoogst en hongersnood teisterden vooral Zuid-Frankrijk, de streken ten zuiden van de Loire, waar anders overvloed heerste. De mensen stierven er bij massa's; verteld wordt dat zij, waanzinnig van de honger elkander verscheurden en opaten. Priesters en monniken predikten dat de hongersnood een straf van God was voor de zonden van de mensen, het lichtzinnige leven, dat in dit rijke land werd geleid en voor de oorlog van allen tegen allen, met moord en roof. Toen het land tenslotte met een goede oogst werd gezegend, klonk van overal de roep om vrede. Ieder die de eed aflegde dat hij de "Godsvrede" zou bewaren, kreeg vergiffenis van al zijn zonden, maar wie de eed brak, werd gestraft met der kerkelijke ban. Velen die zich voorheen niet hadden laten afschrikken door lijfstraffen, beefden voor de banvloek en schrokken terug voor de eeuwige pijn in de hel. In een tijd van wetteloosheid, toen de zwakke Franse koningen de misdaad niet konden straffen, kwam de kerk de staat te hulp door de zonden te bestrijden. Een vrucht van de Godsvrede was de geest van de ridderlijkheid. De eed voor de Godsvrede die door de vazallen werd afgelegd, ontwikkelde zich later tot de algemene riddereed met zijn verplichting "alle onrecht te bestrijden en wezen, maagden en weduwen te beschermen. Tijdens de burgeroorlog tegen zijn eigen zonen Hendrik en Robert stierf Robert II op 20 juli 1031 bij Melun. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik I. Na zijn overlijden brak er tussen zijn zonen Hendrik en Robert strijd uit om de opvolging als koning van Frankrijk. Robert werd tenslotte in 1032 hertog van Bourgondië. |
laatst bijgewerkt: 11-01-11 |