2756

Kent (ca. 450 - 700)

 Brittannië (577 - 600)

 

De naam Kent is ontleend aan de Cantiaci - de Keltische stam die er woonde vóórdat de invallers er binnendrongen).

Ca. 442 had Vortigern (425 - ca. 455), de koning van Powys, de hulp ingeroepen van twee uit Anglen (Denemarken) afkomstige legeraanvoerders Hengest (Hengist) (= hengst) en Horsa (= paard), om zijn vijanden, de Scoten (Ieren) en de Picten het hoofd te kunnen bieden. In 443 kwamen zij met hun mannen aan in Kent (Ebbsfleet), sloegen de vijanden terug en keerden terug naar hun vaderland. Daar vertelden zij hun stamgenoten over het  land waar zij geweest waren en over de Britten die in de strijd weinig waard waren. Enkele jaren later (ca. 448) keerden de Angelen terug, tezamen met de Saksen en Jutten en vestigden zij zich voorgoed op Britse bodem.

In 488 stierf Hengist.

Zijn zoon Æsc (Oisc, Oeric) volgde hem op als koning van het Kent, waarover hij 34 jaar zou regeren (488-522).

Er worden twee jaartallen gemeld voor het begin van zijn koningschap: samen met Hengest in 455 bij de dood van Horsa en alleen in 488, bij de dood van Hengest. Naar hem heet de Kentse koninklijke familie de Oiscengae.

Koningen van Kent

Hengest  ca. 448 - 488
Horsa
Aesc 488 - 522
Octha 522
Eormenric 522 560
Æðelberht I 560 - 616
Eadbald 616 of 618 - 640
Eorcenberht 640 - 664
Eormenred
Ecgberht I 664 - 673
Hlothhere 674 - 685
Eadric 685 - 686
Mul 687
Swæfheard 687 of 688  - ca. 692
Swæfberht 689
Oswine 689 - 690
Wihtred 691 of 692 - 725

Octha (Octa, Ocga) 522

Volgens sommige bronnen was Octa de zoon van  Æsc, maar volgens andere was hij de zoon van Hengest en was Æsc de zoon van Octha.

Eormenric (522 - 560)

Eormenric (ook Irminric, Iurminric) was de zoon van Octha. Eormenrics naam doet gedeeltelijk Frankische afstamming vermoeden.

 

Æðelberht I (560 - 616)

In 597 zette de door paus Gregorius de Grote uitgezonden Benedictijner monnik Augustinus (z. afb. rechts) samen met een groep volgelingen in Kent voet aan wal. De eerste belangrijke bekeerling die zij maakten was de Angelsaksische koning Aethelberht (Ethelbert) van Kent (560-616), die door zijn huwelijk met Bertha, de dochter van de Merovingische koning Charibert l van Parijs (561-567), al een zekere sympathie had voor het Christendom. Ethelbert was de eerste Engelse vorst in de geschiedenis van de kerstening der Angelsaksen. Zijn doop in 598 opende terstond alle deuren. Dankzij Ethelberts steun mochten de Italiaanse missionarissen preken en kerken bouwen, niet alleen in Kent, maar ook in verscheidene andere Angelsaksische vorstendommetjes. Augustinus vestigde zijn zetel in Canterbury en werd tot eerste bisschop van de Engelsen gewijd. Ethelbert was de eerste Angelsaksische vorst van wie de wetgeving is bewaard. De tekst van zijn wet is de oudst bewaarde tekst van Germaans recht in een Germaanse taal.

Rechts: Augustinus

Eadbald (616 of 618- 640)

Eadbald was een zoon van Æðelberht I , die hem na zijn dood (waarschijnlijk in 616 of 618) opvolgde. In tegenstelling tot zijn vader was hij het heidendom toegedaan. Bisschop Justus van Rochester vluchtte naar Francia, maar aartsbisschop Laurentius bleef na een periode van twijfel, en wist de nieuwe koning te bekeren.

Eorcenberht 640 - 664 - Eormenred 664

Ecgberht I 674 - 685  zoon van Eorcenberht

Hij werd opgevolgd door zijn broer

Hlothhere 673 of 674 - 685 - Eadric (685 - 686)

In 684 viel zijn neef Eadric (zoon van Ecgberht I) met steun vanuit Sussex Kent binnen, en dwong Hlotthere tot een gezamenlijk koningschap. Hlotthere stierf een jaar later, Eadric stierf het daaropvolgende jaar, waarna een periode van crisis in Kent volgde.

Mul (687) Hij was de broer van koning Caedwalla(685-688) van Wessex

Swæfheard (687 - 692) Hij was de zoon van koning Saebert van Essex

Swæfberht (689)

Oswine (689 - 690)

Wihtred (691 of 692 - 725) Hij was de zoon van Ecgberht I

laatst bijgewerkt: 21-11-07

colofon