3490 |
Gregorius van Tours (ca. 538 - 604) |
![]() |
![]() Het Gallië van de zesde eeuw bood na de ineenstorting van het centrale gezag van het Romeinse rijk de aanblik van de allergrootste chaos. Het stedelijke leven verkeerde in verval, een kleine groep machtige grootgrondbezitters had zich op hun latifundia teruggetrokken, terwijl de plattelandsbevolking in rechteloosheid, onvrijheid en verpaupering verzonk. Hongersnoden en epidemieën waren hun deel (z. inleiding zesde eeuw), burgeroorlog of liever gezegd broederoorlog tussen de nakomelingen van |
Het episcopaat omvatte in die tijd niet alleen de zorg voor de ziel, maar vervulde ook taken van seculiere aard. Gregorius was nog slechts een paar weken in zijn ambt, of een neefje van de koning (![]() ![]() Tijdens zijn 21-jarige episcopaat moest Gregorius meerdere malen toezien hoe hetgeen hij had opgebouwd door de barbaren van het Merovingische huis in enkele weken teniet werd gedaan. Meerdere malen verkeerde hij aan het hof om een wat verstandiger gebruik van zijn stad te bepleiten, of werd hij op vredehandel gestuurd naar een rivaliserende koning. Hij deed zijn beklag over lokale potentaten, hield toezicht op de juridische ambtenaren van de koning en bepleitte lichtere straffen. Hij wendde de grote rijkdom van de kerk van Tours aan voor liefdadige doeleinden, zoals onderdak voor de zieken, voedsel voor de hongerigen, schuldbetaling voor de gevangenen. Hij ging zelfs zo ver de vrijheid van krijgsgevangenen te kopen met kerkzilver. Intussen zuiverde hij de kerkelijke discipline en zag hij toe op religieuze en civiele bouwactiviteiten. Gregorius maakte van Tours de belangrijkste stad in het rijk der Franken en het centrum van pelgrimage. Gregorius leidde een bijzonder actief leven. Behalve dat hij naast de eigenlijke kerkelijke taken volop actief was in de politiek, vond hij ook nog tijd om een aanzienlijke hoeveelheid geschriften te produceren. Behalve de "Historiën" over de geschiedenis van het frankische rijk, schreef hij onder meer een levensbeschrijving van |
De volgende boeken beschrijven met name gebeurtenissen uit Gallië. Veel aandacht krijgen Clovis en de burgeroorlogen na zijn dood. Gregorius heeft veel van de gebeurtenissen die hij beschrijft zelf meegemaakt, als hij al niet zelf medeacteur was. Zeker de laatste van de tien boeken hebben daardoor een sterk autobiografisch karakter. Ook de geografische reikwijdte van de laatste boeken is sterk bepaald door Gregorius' eigen leefwereld: Gallië, en met name de streek rond Tours. Tot het vijfde boek moest Gregorius het hebben van geschreven bronnen en mondelinge overlevering, daarna kon hij putten uit eigen geheugen. Gregorius' Historiën doen de lezer meer dan eens de haren ten berge rijzen. Zo veel achterbaks gekonkel, zo veel wreedheid, zo veel ontrouw en dat van alle betrokken partijen in alle lagen van de samenleving, Gregorius zelf niet uitgezonderd. Gregorius was een man van zijn tijd. Het was een tijd vol van goddelijke ingrijpen, wonderen en rampen , martelaren en ketters, een tijd ook die vol was van het naderende einde van de tijden, zoals velen dachten. In 540 dook in Italië en in Zuid-Oost-Europa de pest op. Sindsdien keerde de epidemie regelmatig terug, vergezeld door andere plagen. De Tiber stroomde over. Hongersnood en de tientallen jaren durende oorlog met de Ostrogoten (533 - 552), waarmee het Oost-Romeinse Rijk probeerde het gezag over Italië te herwinnen, hadden het land uitgeput en verwoest. De ten koste van veel geld en lijden geboekte resultaten, werden vrijwel onmiddellijk bedreigd door een nieuwe invasie van weer een Germaanse stam, de Longobarden.Gemaakt: 24-09-03; laatst gewijzigd: 27-07-10 |