3509

Angelen en Juten (400 - 800)

Vikingen
De Angelen waren een West-Germaans volk uit het noorden van Europa. Rond 100 na Chr. woonden de Angelen volgens historicus Tacitus in Noord-Duitsland. Deze streek heet ook tegenwoordig ook Angeln. De kern van hun gebied was waarschijnlijk gelegen in Sleeswijk. Vijftig jaar later bracht de Griekse historicus Ptolomeus de stammen in kaart. Hij gaf de Angelen aan in Midden-Duitsland, rondom Hameln, een nederzetting aan de Weser. Achter Hameln liggen de heuvelruggen Ith Hills en Deister. In Midden-Duitsland vind je dorpen als Swaney, Quickborn en Barningshausen. De Angelse taal heeft ook veel overeenkomsten met Nederlands en Fries. 

De Juten waren eveneens een West-Germaans volk, afkomstig uit het huidige Jutland (Latijn: Iutum), een geografisch gebied zich ooit uitstrekte over het westen van Denemarken en een deel van de Friese kust. Volgens Bede vestigden de Juten zich na hun oversteek van de Noordzee (Het Kanaal) in Kent, Hampshire en op het eiland Wight. Een aantal namen van geografische plaatsen zouden getuigen van de Jutse aanwezigheid in dit gebied, zoals Ytene, waarover Florence van Worcester weet te vermelden dat het in zijn tijd de naam was van het huidige New Forest. Van een Jutse aanwezigheid in Hampshire en het eiland Wight ontbreekt echter vrijwel elk archeologisch spoor. Robin Bush, een recent expert op het gebied, kwam zelfs met de theorie dat de Juten van Hampshire en het eiland Wight slachtoffers zijn geworden van genocide door de West Saksen, hoewel dit het onderwerp van veel academisch debat is geweest en werd tegengeworpen dat misschien alleen de adel werd vernietigd. 

Juten, Gauten en Goten
Volgens de zogenaamde "Jutse hypothese" waren de Juten identiek aan of verwant aan de Gauten (die in het epos Beowulf worden genoemd), een Scandinavisch volk dat tijdens de Germaanse volksverhuizing in zuidelijk Zweden (Götaland) leefde. Het is niet uitgesloten dat de Gauten en Juten verwant waren aan de Goten, die vermeld worden in de Gutasaga, een sage over de geschiedenis van Götaland. Volgens dat verhaal bereikten de bewoners van Götaland het vasteland van Europa. De archeologische vindplaats Wielbark in Polen zou aantonen dat de Goten daar in een vroeg stadium aankwamen.

In het Lied van Eric wordt Eric genoemd als de eerste koning van Götaland (Zuid-Zweden), die leger zuidwaarts stuurde naar een land dat Vetala heette, waar nog geen volk het land tot cultuur had gebracht. Tenslotte zette de koning van Götaland Humli zijn zoon Dan aan om te heersen over deze kolonisten en werd Vetala sindsdien Danmark genoemd. 

Volgens de Lejre kroniek heerste Dan l aanvankelijk over Sjaelland en  werd hij nadat hij een aanval af weten af te slaan van de Romeinse keizer Augustus (31 v. Chr. - 14 n. Chr.), door de Juten en de bewoners van Fyn en Scania gekozen als tot koning.

Volgens de geschiedschrijver Saxo Grammaticus in de Gesta Danorum waren Dan en Angul, de zonen van Humbli en werden zij als leiders door aangesteld wegens hun dapperheid. Saxo noemt hen "koningen", maar die benaming was toen niet gebruikelijk. Van de naam Angul is de naam "Angelen" afgeleid. Dan en zijn echtgenote Grytha hadden twee zonen: Humblus en Lother

Vanaf omstreeks 409-410 pleegden de Angelen, die Zuid-Jutland of het gebied rond de trechtermonding van de Elbe bewoonden en de Juten invasies in Brittanniė, waar de kusten na het vertrek van de Romeinen niet langer beschermd werden. Vanaf 443 streden zij aan de zijde van de Britten tegen de Scoten en de Picten. Omstreeks 450 vestigden de Denen zich in Scane

In 515 werd de Deense koning Huglik (Hygelac, Hugleik, Chlochilaich, Chochilaichus, Chocillaicus) gedood bij een Deense aanval tegen de Frankische koning  Theuderic (Thierry) van Metz (511-534). In het Oud-Engelse heldenepos Beowulf wordt verwezen naar een Deense koning, wiens neef Beowulf erop uit trok om koning Hrothgar te bevrijden van het monster Grendel. Mogelijk heeft de schrijver het hier over de Deense koning Huglik, die door de schrijver van het epos wordt Rex Getarum, de koning van Geatland wordt genoemd.

Skjöldr (Skioldus) (in Beowulf Scyld genoemd). Volgens de Skjöldunga en de Ynglinga saga, was hij een van de twee zonen van Odin, die afkomstig was uit Aziė en het noorden van Europa veroverde. Zweden gaf hij aan zijn zoon Yngvi en Denemarken aan zijn zoon Skjöldr. Sindsdien worden de koningen van Zweden Ynglings genoemd en de de koningen van de Denemarken Skjöldungs of Scyldings. Gram, Hadingus, Fróši (Frotho, Frode) I (zoon van Hadingus)

In de Gesta Danorum maakt de geschiedschrijver Saxo Grammaticus melding van een nederlaag die de Hunnen omstreeks 430 leden in de strijd tegen de Deense koning Fróši , "die een enorm leger onder zich verenigd uit de door hem veroverde gebieden". Volgens de sage werd hij een rijk man nadat hij een draak (vijand) had verslagen, en financierde hij met het  buitgemaakte geld expedities naar het gebied aan de Baltische zee waar hij overwinningen behaalde dankzij zijn strategisch inzicht. Nadat hij in zijn rijk de ontstane problemen had hersteld ondernam hij nog een aantal veldtochten in  Brittanniė en veroverde hij Londen. Tenslotte sneuvelde hij in de strijd tegen de koning van Zweden. 

Halfdan (Haeldene in Beowulf), de zoon van Fróši l, regeerde aan het eind van de vijfde eeuw - begin van de 6e eeuw. Hij voerde strijd tegen de Zweedse Yngling-koning Aun.

Links: Op deze illustratie is te zien hoe de legendarische Skjöldr tot koning wordt uitgeroepen.

Omstreeks 737 regeerde de Deense koning Ongendus (Angantyr in het Deens). We weten dat Willibrord (657 - 639) het land van de Denen heeft bezocht toen Ongendus regeerde. Hij keerde terug met 30 jonge priesters voor onderricht in het missiewerk. Van Ongendus weten we niet veel meer dan dat hij "wilder was dan enig beest en harder was dan steen", een echte viking dus. Aan de andere kant was hij Willibrord toestond vrij door zijn rijk rond te trekken en naar zijn thuisland kon terugkeren met 30 potentiėle discipelen. Of hij werkelijk zo'n bruut was valt dus te bezien. Iedere heiden werd in die tijd al bij voorbaat als brute wilde afgeschilderd. Ongendus was mogelijk de stichter van Ribe.

In 772 trok de Frankische koning Karel de Grote met een groot leger naar het noorden om een einde te maken aan de herhaaldelijke grensoverschrijdingen en rooftochten van de Saksen. De Franken veroverden de stad Paderborn, maar de diepe wouden van Holstein verhinderden een verdere Frankische opmars tegen de Denen. 

Sigfrid (voor 776 - voor 804)

Aan het eind van de 8e eeuw regeerde over Danevirke koning Sigfrid. Hij wordt voor het eerste genoemd in 776  en  overleed voor 804).  Hij of zijn opvolger Gudfred (Godfred) verenigde de Noord- en Zuid-Denen kort voor het jaar 800. 

Omstreeks 789 begonnen de Vikingen met aanvallen op Engeland. In 799 deden zij hun eerste inval in het Frankische rijk.

De huidige Duitse gebieden langs de Oostzee waren in de vroege middeleeuwen zeer dun bevolkt, vermoedelijk pas sinds enkele decennia voor het begin van de 7e eeuw. Een Slavisch volk, de Obroditen, had zich hier gevestigd, met Mecklenburg als centrum. 

  Denemarken (800 - 820)

laatst bijgewerkt: 27-03-02

colofon