4152

Brittannië (577 - 600)

  Brittannië (400 - 577)

In 577 leden de Britten in de slag van Deorham een geweldige nederlaag als gevolg waarvan zij werden teruggedrongen naar Wales en Cornwall. De beweging naar het westen van diverse Germaanse horden was nu ten einde en er rees een moeizame orde o uit de chaos.

De gevolgen van deze verovering bij stukjes en beetjes - en van de bescheiden omstandigheden van de veroveraars - waren precies wat men er van verwachten kon. De verschillende Germaanse benden stelden meer een aantal kleine, ruziënde vorstendommen voor dan één enkel gebied. Deze koninkrijkjes, waarvan de namen nog steeds ongeveer de tegenwoordige streken dekken, omvatten Wessex (West-Saksen), Kent (het gebied waar de Jutlanders zich gevestigd hadden), Sussex (Zuid-Saksen), Middlesex (Midden-Saksen) en Essex (Oost-Saksen). De Angelen bewoonden East-Anglia (Oost Angelen) in het uiterste oosten van Brittannië, midden in de huidige streken Norfolk en Suffolk (Noord-volk en Zuid-volk). 

In het begin van de 6e eeuw vestigden de Angelen, die in de 5e eeuw samen met de Saksen, Friezen en de Juten Het Kanaal waren overgestoken en Brittannia waren binnengevallen zich in het uitgestrekte kustgebied tussen de Humber en de Firth of Forth. Zij drongen steeds verder naar het binnenland en onderwierpen de Britse vorstendommen. Zij stichtten twee koninkrijken: Bernicia ten noorden van de Tyne en Deira met York als hoofdstad. In 588 werden beide koninkrijken verenigd in het koninkrijk Northumbria. Het was een onafhankelijke staat met banden met de andere Angelsaksische koninkrijken in het midden (Mercia), oosten (East-Anglia (Oost Angelen)) en zuiden van Engeland (Sussex, Middlesex en Essex). Samen vormden ze de heptarchie, de zeven koninkrijken. De belangrijkste vorst werd naar Keltisch model tot opperkoning uitgeroepen. In de 7e eeuw kwam de koningen van Northumbria deze eer toe.

In Engeland, meer dan ergens anders, legden de Germaanse indringers de inheemse bevolking hun eigen taal, gebruiken, wetten en landbouwmethoden op. Alleen in Engeland verdween de Latijnse taal en georganiseerde Kerk geheel. Al deze dingen, plus allerlei op zichzelf staande gevallen van wreedheid, maakten de eerste Angelsaksen niet geliefd in Engeland. Een verbolgen Brit deed hen bitter af als "een ras bij God en mensen gehaat".

De Angelen hebben op den duur geheel Engeland zijn naam gegeven (Angelenland). Maar het was het koninkrijk van de West-Saksen, Wessex, dat uiteindelijk bestemd was om de Engelse te verenigen onder één kroon. 

Paus Gregorius l (de Grote) stuurde de Benedictijner monnik Augustinus met 12 gezellen naar Brittannia om het missiewerk te beginnen.  In 597 zette Augustinus samen met een groep volgelingen in Kent voet aan wal. 

Wessex (495-600)

laatst bijgewerkt: 27-07-10

colofon