3507

Brittannië (400 - 577) vervolg

  Brittannië (400 - 577)

Volgens de Anglo Saxon Cronicle werd de heerschappij van de Angelen en Saksen in Brittannia gegrondvest door Hengist (Hengest) en Horsa (Hengist = hengst; Horsa = paard), beiden waren legeraanvoerders, afkomstig uit Anglen (Denemarken). Zij waren door de Britse koning Vortigern (Vawr Tigherne = De Grote Leider ook bekend onder de naam Wortigernos, 425 - ca. 455), koning van Powys, tegen de Scoten (Ieren) en de Picten te hulp geroepen, omdat hij niet over voldoende soldaten beschikte om zijn vijanden het hoofd te kunnen bieden.

In 443 kwamen zij met hun mannen aan in Kent (Ebbsfleet), sloegen de vijanden terug. Teruggekeerd in hun vaderland, vertelden zij hun stamgenoten over het  land waar zij geweest waren en over de Britten die in de strijd weinig waard waren. Enkele jaren later (?) keerden de Angelen terug, tezamen met de Saksen en Jutten. De komst van de Angelsaksen wordt traditioneel gedateerd in 449. Maar dat jaar duidt waarschijnlijk alleen op het jaar waarin de Saksische huurlingen zich voorgoed vestigden op Britse grond.

In 455 kwamen de Saksen in opstand tegen Vortigern. Volgens de legende raakte Vortigern tijdens een feestmaal zo in verrukking over de schone Rowena, de dochter van Hengist, dat hij met haar trouwde. Sindsdien kon hij de Germanen niets meer weigeren. Zo kregen de Angelsaksen de macht in handen. Vortigern werd afgezet en eindigde zijn leven in gevangenschap. 

Maar zo eenvoudig is dat natuurlijk niet gegaan. Vanaf omstreeks 449 hebben de Britten meer dan een eeuw strijd geleverd tegen hun vroegere bondgenoten. 

De Britten boden hardnekkig tegenstand, maar moesten geleidelijk wijken. Sommigen vluchtten naar Gallië en vestigden zich aan de kust van Het Kanaal, waar zij hun naam aan het Bretonse schiereiland gaven: Bretagne (Brittani).

Rond deze tijd vernam Gildas, een schrijver-monnik, dat de Britten boodschappen zonden naar een machtig Romeins legeraanvoerder - waarschijnlijk Aetius - hem smekend om legioenen te zenden om hen te beschermen tegen de invallers. Dit aanzoek, dat bekend staat onder "het gekerm van de Britten", luide de doodsklok over Romeins Brittannië. 

De Britten bleven weerstand bieden, maar zij bevonden zich in ene benarde positie. Verdeeld onder elkaar, maakten zij zich zorgen, niet alleen over de Saksen, komende van Oost-Engeland, maar ook over de eindeloze invallen van Picten, Ieren en Scoten. Toen de Franken nog kwamen aanrukken richting Kanaalkust, werden zij meer en meer afgesneden van de Romeinse wereld, waarvan zij zo lang dele waren geweest. De weerstand tegen de Saksen werd vanaf ca. 460 geleid door een zekere Ambrosius Aurelianus en daarna, misschien door een van zijn gouverneurs, Owain Ddantgwyn, die de geschiedenis zou zijn ingegaan als de halfmythische koning Koning Arthur

Sussex

De Saksen, onder leiding van Aelle, de koning van Sussex (477-ca. 514), waren beslissend aan de winnende hand in de slag bij de Mons Badonicus, waarschijnlijk ergens in Somerset, aan het einde van de vijfde eeuw. daarna werd hun expansie stopgezet gedurende ruim een halve eeuw. 

Aelle, koning van Sussex (477-ca. 514), was de eerste bretwalda. Bretwalda was een titel die gegeven werd aan enkele van de Angelsaksische koningen van Engeland. Hiermee werd aangegeven dat de koning de oppermacht had over heersers van de andere rijken. Dat deed zich voor op momenten dat een van de koninkrijken op zijn sterkst was. In het befaamde historische werk The Anglo-Saxon Chronicles wordt slechts één bretwalda vermeld, maar in het werk van Beda worden meer namen genoemd. Sommige van de koningen werden weliswaar niet bretwalda genoemd, maar vervulden die functie in de praktijk wel. Het woord is ontleend aan het Angelsaksische "Bretanwealda", met als mogelijke betekenis "Heer van Brittannië". Waarschijnlijk was de betekenis vergelijkbaar met primus inter pares en was het meer een eretitel dan een officiële benaming met bijbehorende macht.

Wessex

Mercia

Brittannië (577- 600)

laatst bijgewerkt: 18-11-07

colofon