3264

Arthur en zijn Ridders van de Ronde tafel

Tot het begin van de 5e eeuw maakte een groot deel van het huidige Engeland deel uit van het Romeinse Rijk. Daarna, in 409 of 410 trokken de Romeinse legers weg (z. Brittannië) en brak er een roerige tijd aan. Britannia werd van alle kanten aangevallen: uit het westen kwamen de Scotten (Ieren), uit het noorden de Picten en vanaf het vasteland werd het land bedreigd door de Saksen, Angelen en Jutten. Deze Germaanse stammen, ook wel Angelsaksen genoemd, vestigden zich vanaf ca. 450 in Brittannië. Dat is ook het moment waarop Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel in beeld komen. Volgens de overlevering zouden zij met steun van een aantal Britse stamleiders na twaalf historische overwinningen voor hebben gezorgd dat het eiland niet aan de rooftochten en landveroveringen ten prooi viel aan haar vijandelijke belagers.
In de film King Arthur van regisseur Antoine Fuqua wordt een heel ander beeld gegeven van de Arthur uit de middeleeuwse verhalen. Ook deze film zal historisch niet honderd procent betrouwbaar zijn. Wat betreft de aankleding is er door de makers zeker zeer zorgvuldig te werk gegaan. Daarom op deze pagina enkele foto's uit deze film.
Door hun heldendaden werd hun opmars in ieder geval vele jaren vertraagd en brak er voor Brittannia een wat rustiger tijd aan. In de kronieken wordt zelfs gesproken over een 'Gouden Tijdperk'. Na dit tijdperk, dat 20 tot 40 jaar duurde, voerden de Angelsaksen weer de boventoon. De Britse Kelten, de oorspronkelijke inwoners van Brittannië, werden teruggedreven naar het westen van Brittannia, met name naar Wales en Cornwall. Ook vluchtten veel Britten naar de Franse provincie Bretagne. Zo werden de beroemde verhalen over koning Arhtur - de Kelten hadden een rijke mondelinge traditie en stonden bekend als de beste verhalenvertellers van Europa - ook op het continent bekend.
Volgens Geoffrey van Monmouth, die een biografie over Arthus heeft geschreven, was hij geboren in Cornwall in de buurt van Tintagel. Maar over de historische juistheid hiervan valt - zoasl over zoveel van zijn verhalen - te twijfelen. Enig historisch bewijs  is er niet gevonden. Volgens dezelfde schrijver was Arthus de zoon zijn van de Britse vorst Uther Pendragon en Igerna, de echtgenote van Athus' vijand Gorlois van Cornwall. Door de toverkunsten van Merlijn zou Arthus de gedaante van Gorlois weten ahebben aan kunnen nemen en op die manier Igerna weten te verleiden. Geoffrey van Monmouth heeft voor dit verhaal geput uit oude legenden. De naam Uther, bijvoorbeeld is waarschijnlijk ontleend aan de vikingstrijder Othor die in de 10e eeuw het gebied rond de trechtermonding van de Severn onveilig maakte. De verschrikkelijke draak uit de Arthurlegende was wellicht Othors drakenschip.
Maar wie was Arthur dan wel? Waarschijnlijk was hij een Romeins legerofficier, mogelijk - zoals ook in film wordt gezegd - een afstammeling van de Sarmatiërs, oorspronkelijk een nomadenvolk, afkomstig van de Kaukasische steppe, dat door  keizer Marcus Aurelius tijdens de Marcomannenoorlogen (167 - 179) was verslagen maar dat wegens zijn taaie vechtlust deels gespaard werd en zich in één van de noordelijke provincies (Brittannië?) mocht vestigen. Volgens de legende was Arthur door de hogere machten voorbestemd koning te worden en een groot en machtig rijk te stichten. 
Als bewijs daarvoor trok hij het magische zwaard Excallibur uit de rots, waarin deze vastgeklemd zat. De Sarmatiërs kenden een dergelijk volksverhaal. De ridders ( waaronder Lancelot en Gawei) die Arthur rond zich had verzameld, waren wellicht zijn stamgenoten. Om geen van hen te bevoordelen of te benadelen zaten zij aan een ronde en niet aan een rechthoekige tafel. Geen van hen de beste plek. "Ridders", zoals we die kennen uit de Middeleeuwen, waren het toen zeker niet. We moeten hier meer denken aan strijders te paard, zoals de Sarmatiërs en de Hunnen.

In een Welsh gedicht van ca. 600, de Gododdin, wordt Arthur ook vermeld. Hij wordt opgevoerd als een beroemd legeraanvoerder uit het verleden. Ook volgens de geschiedschrijver Nennius in zijn Historia Brittonum (Geschiedenis van de Britten) uit 800 was Arthur een legeraanvoerder die samen met de Britse koningen vocht tegen de Saksen, Picten en Scotten. Nennius beschrijft twaalf overwinningen van Arthur, waaronder de slag van Badon (516). 

Rechts: Bowden Hill waar volgens historici de slag bij Badon zich afspeelde

Bowden Hill waar volgens historici de slag bij Badon zich afspeelde

In het laatste beslissende gevecht, de slag bij Camlann, versloeg Arthur zijn tegenstander, Medraut (Mordred in de Arthur-verhalen). Deze slag zou hebben plaatsgevonden in 537 of 539 in Schotland.

De verhalen rond Arthur en zijn beroemde ridders spelen zich in hoofdzaak in het zuidwesten van Engeland af. Dat is niet verwonderlijk, want in dat gebied hebben de Kelten het langst stand gehouden tegen de aanstormende Saksen.

Arthur huwde met Gwenhwyfar (Guinevere), Ook over haar bestaan de wildste speculaties. Was zij de dochter van Leodegrance (Lleudd-Ogrfan), Leodegrance van Cemeliard, van een Romeinse edelman of van een Keltisch stamhoofd? Had zij een werkelijk een buitenechtelijke relatie met Lancelot? Het zal altijd wel een mysterie blijven. De zoektocht naar de " Heilige Graal" ( de beker, waarmee Jozef van Arimatheia de laatste druppels bloed van Jezus in heeft opgevangen) heeft niets met de historische gebeurtenissen in de 6e eeuw van doen. Hoogst verwijst dit motief naar de hogere idealen waar Arthus en zijn ridders voor streefden: de bevrijding van Brittannia van de vreemde indringers, maar mogelijk ook de bevrijding van de nog in Brittannia als lijfeigenen (slaven) behandelde Britten.

laatst bijgewerkt: 20-02-06

colofon