5257

Het Roomse Rijk (936 - 1002)

Het Roomse Rijk (936 - 973)

Otto II (973 - 983)

Otto II volgde zijn vader Otto l in 973 op. De eerste jaren stond hij onder het regentschap van zijn moeder Adelheid

Toen Otto ll in het huwelijk trad met de heerszuchtige Theophanu, een Byzantijnse prinses, werd het leven aan het hof haar zo zuur gemaakt, dat zij besloot terug te keren naar Bourgondië. Later zou zij zich weer met haar zoon verzoenen en zich vestigden in Italië.

Otto ll was een minder groot bestuurder dan zijn vader. De belangstelling van zijn beleid was vooral gericht op beïnvloeding van en heerschappij over het leven in de machtige abdijen. Hij werd geconfronteerd met de vruchten van Bruno's bewind, maar na 10 jaar was hij moe gestreden.

Na de dood van Otto l achtte de na de gevangenname van Reginar III van Henegouwen in 957 naar West-Franken verdreven Reginar IV de tijd rijp om de in 958 verloren gebieden terug te veroveren. 

Rechts: Otto ll

Otto II zag zijn koninkrijk slinken en trok in 974 vanuit Utrecht ten strijde, samen met zijn broer Lambert I, bijgenaamd "met de baard" Reginald (Reinald) van Henegouwen en Werner (I) van Haspengouw, verloren de strijd en hun leven. De vrijgevallen bezittingen schonk Otto ll aan Godfried van Verdun. Een hertogelijke titel was hem niet vergund, dan zou hij mogelijk te machtig worden in de ogen van de keizer, maar een leidende rol binnen de aristocratie had hij zeker. Godfried van Verdun was een oude rot in het krijgsvak, die ook al onder Otto I had gediend. Het huis Verdun behoorde tot de machtige familie der Ardenners,

In 976 vielen Reginar III en Lambert I "met de baard" samen met de werkeloze West-Frankische prins Karel, de jongste zoon van koning Lodewijk IV van West-Francië, nogmaals Henegouwen binnen. Opnieuw werden zij verslagen. In 977 kwam het tot een verzoening tussen beide opstandige broers en Otto II. Reginar III werd aangesteld als graaf van Henegouwen, al bleef de versterking Bergen (Mons) in Godfried van Verduns handen. Lambert I werd graaf van Leuven, een voormalig goed van moeders kant. In hetzelfde jaar erkende Otto II de rechten van de door zijn broer Lotharius III (936-986) verbannen Karel. Hij stelde hem aan als hertog van Neder-Lotharingen. Op deze wijze hoopte Otto II de rust in Lotharingen te herstellen. Dat zou een ijdele hoop blijken te zijn. Als compensatie voor het verlies van Henegouwen kreeg Godfried het graafschap Verdun toegewezen, waarna hij zich volgens de nieuwe traditie zich naar zijn kasteel ging noemen: "van Verdun".

De nieuwe hertog van Lotharingen, Karel (977-992) was van twee kanten behept met keizerlijk bloed. Zijn vader was de Karolinger Lodewijk IV van West-Francië en zijn moeder was Gerberga, de dochter van Hendrik I van Saksen (919-936). Karel erfde de hertogelijke rechten min of meer via zijn moeder, want zij was de weduwe van de illustere hertog Giselbert van Lotharingen.

Oorlog in Lotharingen (978)

Lotharius III van West-Franken, zag de benoeming van zijn verbannen broer Karel als een bedreiging van zijn rechten op Lotharingen. Toen ook nog zijn steunpilaren Reginar IV en Lambert I hun voormalige familiegoederen in Lotharingen terugkregen trok Lotharius III in 978 met een leger Neder-Lotharingen binnen, waar hij onder andere Aken plunderde. Otto II, die toevallig in de buurt was, wist aan Lotharius' III's mannen te ontkomen, waarop Lotharius III Opper-Lotharingen binnentrok. Deze manoeuvre werd mogelijk ingegeven door het feit dat Karel zich als heer van heel Lotharingen opwierp. Al in de herfst van hetzelfde jaar werd Lotharius III in zijn eigen koninkrijk door Otto II aangevallen. Daarnaast opende Otto II in 979 een politieke tegenaanval door Karel tot tegenkoning van West-Franken uit te roepen. Deze aanval mislukte, omdat Karel niet door de adel en de kerkvaders in West-Franken werd gesteund. Otto II en Lotharius III sloten daarop vrede.

Otto III (983-1002), sinds 996 Rooms keizer

Otto III was toen aan de beurt, maar hij kwam niet meteen aan de macht in Duitsland. Twee regentessen waren vanwege zijn leeftijd  eerst aan de beurt. zijn moeder, Keizerin-weduwe Theophanu (983-991) was de eerste.Zijn grootmoeder Adelheid moest opnieuw wijken en trok zich terug naar Lombardije, waar bevolking nog steeds veel sympathie voor haar had.,Na het overlijden van Theophanu in 991 keerde zijn grootmoeder Adelheid terug en voor de tweede keer nam zij de taak van regentes op zich tot Otto lll oud genoeg was om zelf te regeren. Adelheid regeerde met grote wijsheid, stichtte kloosters en steunde het missiewerk in het noorden van Duitsland. Hij streefde naar een herleving van het Romeinse Rijk.

Na de dood van Otto II in 983 streed de Oost-Frankische adel om het voogdijschap over de minderjarige Otto III. Lotharius III viel opnieuw Lotharingen binnen om in de troonstrijd in te grijpen. Karel ondersteunde de voogdijschap van zijn broer tegen koningin-moeder Theophanu en wist de Lotharingse adel mee te krijgen. Hun grootste tegenstander was bisschop Diederik I van Metz, die de adel er fijntjes aan herinnerde dat nog niet zo lang geleden Otto II en Lotharius III in oorlog waren. De wereldlijke tegenpartij werd aangevoerd door Godfried van Verdun.

Lothar III nam daarop Godfried van Verdun gevangen om hem te dwingen afstand te doen van Bergen. Godfried weigerde en bleef in hechtenis van de graaf van Vermandois. Het lukte beide Karolingers niet hun plannen met Otto III door te zetten.
Toen in 986 Lotharius III en vlak daarna in 987 diens zoon Lodewijk V overleden, ondernam Karel een nieuwe poging om koning van West-Franken te worden. Helaas voor hem koos de adel onder leiding van aartsbisschop Adalbero van Reims en zijn raadgever Gerbert van Aurillac voor Hugo Capet. Het einde van de karolingische macht was daarmee een feit geworden en was de vestiging van de macht der Capetingers een feit.
Hugo moest (uiteraard) enkele wederdiensten plegen. Voor wat hoort wat. Zo beëindigde hij de strijd om het voogdijschap van Otto III ten faveure van koningin-moeder Theophanu en liet hij Adalbero's broer Godfried "de Gevangene" vrij.

Toen Hugo een Byzantijnse prinses voor zijn zoon zocht zette de geërgerde Theophanu Karel tegen hem op. Karel keerde zich tegen Hugo Capet, hetgeen niet verstandig bleek te zijn. In 991 werd Karel verraden door bisschop Adalbero van Laon en door Hugo gevangen genomen, waarna hij een jaar later in gevangenschap in Orléans overleed. Zijn zoon Otto volgde hem op (992).

Na alle commotie keerde de rust weer in Lotharingen. Het was zelfs zo rustig geworden dat Godfried "de Gevangene" Bergen terug moest geven aan Reginar IV. De band tussen de Reginaren en het nieuwe koningshuis der Capetingers werd verstevigd door het huwelijk tussen. Reginar IV en Hadwig, een dochter van Hugo Capet en het huwelijk tussen Lambert I met de hertogsdochter Gerberga. Otto bemoeide zich niet met de koningstroon van Frankrijk, waardoor de laatste Karolinger niet met de koninklijke tekenen werd bekleed. De tijden waren veranderd.

Uit Lotharingen zijn ook geen politieke activiteiten van Otto bekend, behalve dat hij op goede voet met keizer Otto III stond, want in 1000 begeleidde hij deze op zijn Italiaanse veldtocht. Ook behoorde hij tot de vertrouwelingen die in 1002 het lijk van Otto III naar Aken terugbrachten.
Nadien werd weinig van Otto vernomen, geen huwelijk en geen kinderen. Vermoedelijk is hij rond 1003 gestorven, zodat de laatste Karolinger van mannelijke afkomst zonder ruchtbaarheid verdween. De Karolinger dochters zullen nog wel vele adellijke geslachten met het gewenste voorname Karolinger bloed injecteren en zo een rol spelen.

Het Roomse Rijk (1002 - 1039)

laatst bijgewerkt: 07-01-08

colofon