2864 |
Perzië (900 - 1219) |
![]() |
![]() |
In 913 werd West-Perzië veroverd door de Boewaihiden (Boejiden), een inheemse sjiitische stammenfederatie oorspronkelijk afkomstig uit het gebied rond de kusten van de Kaspische Zee. Zij veroverden in 946 de stad Bagdad waarna de kalief vrijwel geen invloed meer had en maakten de Perzische stad Shiraz tot hun hoofdstad. De Boewaihiden vernietigden de vroegere territoriale eenheid van de Islam. In plaats van een provincie van een verenigd moslimimperium werd Perzië één natie in een meer en meer diverse en beschaafde islamitische wereld.
De Dailamieten, een militant bergvolk uit Gilan, dat ook tot de Shi'a was bekeerd, maakten zich in het midden van de 10e eeuw onder leiding van de familie der Boejiden (Buwahiden) meester van West- en Zuid-Perzië., waar zij een aantal lokale staten vestigden. Tenslotte bezette Ahmed ibn Muwaith, de leider van de Boejiden (Buwahiden) de stad Bagdad (946). Hij beval de kalief om de titel "Muizz al Dowla" (Hij die de staat machtig maakt") aan hem over te dragen. Binnen enkele maanden beval Ahmed de kalief te verblinden en gevangen te nemen. Ahmed stemde er wel in toe dat de zoon van de kalief, Mutia zijn vader mocht opvolgen en zijn titel mocht behouden, maar Mutia bezat feitelijk geen macht. Aan zijn hof werkten o.a. Firdausi (°939 +1020) een epicus die het "Koningsboek" schreef en de mathematicus al-Biruni (°973 +1048) die beschrijvingen neerlegde van Indië. |
De Boejiden (Buwahiden), die regeerden tot 1055, bekommerden zich weinig om Syrië en de landen die daaraan grensden. De Byzantijnen, bang voor een nieuwe politieke rivaal, veroverden in 964 het eiland Cyrus en verwoestten enkele Syrische steden. De Arabische geschiedschrijver Muqadassi schreef: "..het volk van Syrië leefde onder terreur van de Grieken, die velen uit hun huizen hebben gedreven en de landerijen hebben verwoest."
Adhud was weinig populair vanwege de hoge belastingen die hij invoerde. Toch wist hij wijs met de door hem geïnde belastingen om te gaan. Hij herstelde gezag en orde over Irak en West-Perzië en herbouwde de verwoeste steden van Irak. In 999 ging het rijk der Samaniden ten onder in de strijd met de Ghaznawiden (oorspronkelijk hun onderstadhouders in Ghazna en Kaboel) en de Karachaniden van Kasjgar. Na de dood Adhud raakten zijn zoons onderling slaags. Zij plunderden het land en verwoestten alles wat hun vader had opgebouwd. Tenslotte viel het rijk der Buwahiden (Boejiden) uiteen. De moslimwereld werd opnieuw opgeschud in 1037 met de invasie van de Seldjoeken uit het noordoosten. Zij stichtten een zeer groot imperium in het Midden-Oosten. De middeleeuwse islamitische cultuur bloeide verder op. De beroemdste Perzische schrijver aller tijden, Omar Khayyam, schreef zijn Rubayat met liefdespoëzie ten tijde van de Seldjoeken. Rechts: De minaret van Ghazna, gebouwd door |
![]() |
Ghaznawiden (962 - 1186) Omstreeks 962 ontstond in Oost-Perzië als eerste Turkse staat binnen de Islam het rijk der Ghaznawiden, dat de erfenis van de Samaniden overnam.
Mahmoed van Ghazna veroverde Ghazna en maakte de plaats tot zijn residentie. Hij was een Islamiet van Turkse afkomst en een zoon van koning Seboektigin. Hij stichtte de dynastie van de Ghaznawiden, in de regio van het huidige Afghanistan. Hij liet zich door de kalief van Bagdad als vazal erkennen en werd eigenlijk de eerste grote Turkse sultan. |
![]() |
Sultan Omstreeks 907 ontstond er onenigheid binnen het Turkse gezag over het kalifaat van Bagdad, waardoor het rijk nagenoeg in een toestand van anarchie verkeerde. De hoofdstad werd weer verplaatst naar Bagdad, maar dat droeg weinig bij aan de onstabiele toestand van het rijk. |
![]() |
laatst bijgewerkt: 12-01-08 |