5785 |
Perzië - Samaniden (800 - 900) |
![]() |
In de 9de eeuw verbrokkelde het oostelijke deel van het kaliefenrijk door de opkomst van lokale dynastieën, die nog slechts in naam het gezag van de kalief erkenden. Het begon met de Tahiriden in Chorasan (822-875), die gevolgd werden door de Saffariden in Sistan (861-900) en de Samaniden in Transoxanië (819-1005). In Goergan kwam het Huis der Zijariden aan de macht (927-ca. 1090). Het Kaspische kustgebied stond sinds ca. 850 onder invloed van de Zaidieten, een sji'itische groepering, die de islamisering van deze provincies sterk bevorderde. De Dailamieten, een militant bergvolk uit Gilan, dat ook tot de sji'a was bekeerd, maakten zich in het midden van de 10de eeuw onder leiding van de familie der Boejiden meester van West- en Zuid-Iran, waar zij een aantal lokale staten vestigden. De kalief was eveneens onderworpen aan hun macht. In deze periode kwam de Imamija, ook wel Sji'a van de Twaalf Imams genoemd, tot ontplooiing. |
Samaniden In 819 werd Oost-Perzië veroverd door de Perzische Samaniden, de eerste inheemse heersers na de Arabische verovering. Deze dynastie is genoemd naar de stichter, Saman Khuda. De dynastie wordt door de (aan de Perzen verwante) Tadzjieken beschouwd als de grondleggers van hun land Tadzjikistan. De Samaniden herstelden oud-Perzische tradities en taal na de Arabische verovering. Hun gebieden bevonden zich in de streken Transoxanië, Khorasan en andere delen van Centraal-Azië. Zij maakten Samarkand, Boechara en Herat tot hun hoofdsteden en deden de Perzische taal en cultuur herleven. De Samaniden regeerde van 892 tot 999 over Khurasan en Transoxanië. Daarvoor stonden de Samaniden als stadhouders in dienst van de Tahiriden. Het rijk van de Saminiden was geheel onafhankelijk van het Abbasidische rijk in Bagdad. Vanuit hun hoofdsteden Boechara en Nisjapoer legden de soennitische Samaniden de basis voor de Perzisch-Islamitische cultuur. Het was omstreeks deze periode dat de dichter Firdawasi de Shah Nama voltooide, een episch gedicht dat de geschiedenis van de Perzische koningen navertelt. Firdawasi voltooide het gedicht in 1008. |
Samanidische emirs | |
Saman Khuda | 819 - 864 | |
Nasr l | 864 - 892 | |
![]() |
892 - 907 | |
Ahmad ll | 907 - 914 | |
Nasr ll | 914 - 943 | |
Hamid Nuh l | 943 - 954 | |
Abdul Malik l | 954 - 961 | |
Mansur l | 961 - 976 | |
Nuh ll | 976 - 997 | |
Mansur ll | 997 - 999 |
![]() |
![]() Ismail Samani wordt ook genoemd als de stichter van de dynastie der Samaniden. Volgens een legende heeft hij meer dan 40 jaar geregeerd, zelfs na zijn dood. Samani was een zeer rechtvaardig heerser en de mensen hadden veel respect en vertrouwen in hem. De legende zegt dat mensen die na zijn dood gerechtigheid wilden bij het mausoleum gingen bidden en vragenstellen aan de overledene. De volgende dag ontvingen zij antwoord en was hun probleem opgelost. |
Rechts: Mausoleum van de Samaniden in Boechara. Het elegante monument dateert uit de 10e eeuw. Het mausoleum kent elementen uit de cultuur van de oude Sogdiërs, die aan het begin van onze jaartelling Centraal Azië bewoonden en van de vuuraanbidders die later tot de islam bekeerd zijn. De kubusvorm en de halfronde koepel vertegenwoordigen de pre-Islamitische architectuur. De koepeltribunes staan symbool voor de hemel en de kubus vertegenwoordigt de aarde. Het gebouw kenmerkt zich door een ingenieus gebruik van bakstenen. In de baksteenpatronen is voor het eerst gebruik gemaakt van de rekenkundige en geometrische inzichten van Avicenna en zijn tijdgenoten. De gele bakstenen zijn zo gemetseld dat over de hele buitenkant geraffineerde weefpatronen van licht en schaduw zijn ontstaan. De muren lopen iets schuin naar binnen, ook een noviteit die later veelvuldig is nagevolgd, onder andere in de Kalonminaret, met zijn vergelijkbare bakstenen patronen.
Onder het mausoleum zijn Ismael Samani, zijn vader en grootvader begraven. Het mausoleum stamt uit de tiende eeuw en heeft zijn redding te danken aan het woestijnzand waaronder het destijds half bedolven lag. In 1930 werd het gebouw uitgegraven. |
![]() |
Tahiridische Rijk Het Kaspische kustgebied stond sinds 850 onder invloed van de Zaidieten, een Shi'itische groepering, die de Islamisering van deze provincies sterk bevorderde. In Sistan kwamen de Saffariden aan de macht (861-1005). In 867 brak er in Khurasan een opstand uit, geleid door Jakoeb ibn Laith. Hij viel de bezittingen van de Tahiriden in het zuiden van Herat aan. In 875 lukte het zijn broer Amr door verraad de residentie van de Tahiriden zonder geweld in te nemen, wat het einde betekende van het Tahiridische heerschappij. In de tweede helft van de 9e eeuw vormden de Seldjoeken een nieuwe machtsvorm. Aanvankelijk hadden zij hun intrede gedaan als militaire slaven in dienst van de kalief of van lokale vorsten. Aan het eind van de 9e eeuw traden aanvoerders van Turkse garden op als voogden van de kaliefen en vervolgens ontstonden er in Perzië, Irak en Syrië praktisch zelfstandige dynastieën. Terwijl het rijk uiteenviel in zelfstandige staten en bijvoorbeeld in Egypte het machtige shi'itische tegenkalifaat der Fatimiden opkwam, bloeide hier en daar de beschaving nog wel op, zoals in Aleppo en in Spanje. Maar de algehele tendens was toch dalend en met als stagnatie tot gevolg. De invasies van de Mongolen, die na de Turken uit Centraal-Azië, de beschavingsgebieden van het Nabije Oosten binnenvielen, waren voor Irak vernietigend. laatst bijgewerkt: 19-12-07 |