5834 Boechara

Boechara (Buchara, Bukhara), Buxoro in het Oezbeeks; Boxara in het Tataars is een van de belangrijkste steden van Oezbekistan. De meerderheid van de bevolking behoort tot de Perzisch-sprekende Tadzjieken. Samen met Samarkand vormt het de twee belangrijkste Tadzjiekse historische en culturele centra. Het was tot 1868 een onafhankelijk gebied. Later werd het een gedeeltelijk autonome regio van Rusland en de Sovjetunie.

De in 637 ingezette Arabische verovering werd pas tussen 663 en 676 voltooid met de inlijving van Sistan, het huidige Afghanistan en de steden Samarkand en Boechara.

Het centrum ligt rondom het 2000 jaar oude fort "De Ark", waarvan ondermeer de grote poort nog overeind staat, en de nabijgelegen gevangenis. Het fort was eens de plek waar de heersers van Oezbekistan leefden tezamen met hun 3000 (!) ambtenaren. Nu is er weinig meer over van het paleis, harem, moskee, gevangenis en politiebureau.

De Kaylan-minaret (47 meter hoog) steekt hoog boven de stad uit. De minaret was na de bouw, in de 12e eeuw, het hoogste gebouw ter wereld. Later werd het een van de weinige gebouwen in Buchara die door Djenghis Khan niet met de grond gelijk is gemaakt. Het verhaal doet de ronde dat Djenghiz Khan, toen hij Buchara binnentrok, zijn paard liet stilhouden voor de Kalyan-minaret en omhoog keek naar de slanke pilaar waardoor hij zijn hoed verloor. Hij steeg af, boog voorover om zijn hoed op te rapen en zei: "Dit is het enige monument waarvoor ik ooit onvrijwillig heb gebogen." Toen gaf hij orders om de gehele stad te ontruimen, met uitzondering van de minaret. Hij gebruikte het gebouw wel als eerste om er misdadigers van af te gooien. Om die reden heeft deze toren de bijnaam ‘toren des doods’ gekregen en werden er later ook ontrouwe echtgenotes vanaf gesmeten. 

Een van de belangrijkste monumenten is het mausoleum van de stichter van de Perzische dynastie der Samaniden, die van 892 tot 999 over Transoxanië heerste. Dit gebouw kwam in 1930 onwaarschijnlijk goed bewaard tevoorschijn vanonder een laag grond van twee meter dik. Door het bijzonder inventieve gebruik van de bakstenen gemaakt van klei en eigeel (!), zijn de motieven en vormen van de muren een inspiratiebron geweest voor vele generaties architecten. Een bezoek aan Lyabi Khauz, het plein rond de vijver in het centrum van de stad, is een van de hoogtepunten: hier drinken oude Uzbeken en Tadzjieken thee en spelen trictrac. Ook de moeite waard zijn twee plaatsen buiten de stad: het Zomerpaleis, waar de laatste emir in overdadige luxe leefde, en de Bakhautdin, de tombe van een heilige van de soefibeweging. Deze laatste is onderdeel van een levendig complex van moskeeën en pleinen.

Het oude bassin in het centrum van de stad deed vroeger, toen er nog geen sanitaire voorzieningen waren, dienst als openbare wasgelegenheid. Nu drinken oude Oezbeken, Perzen en Tadzjieken thee en spelen tric-trac. Zittend op de grote houten bedden, bedekt met kleden en kussens en in het midden een klein tafeltje waarop de groene thee wordt geserveerd. De jeugd springt vanuit een boom zo het water in en speelt wat in het water.… 

Gemaakt: 01-08-05

colofon