6303 | Perzië onder Mongoolse overheersing - het Il-khanaat (1219-1265) |
![]() |
![]() |
![]() |
In 1218 stuurde Dzjengis Khan ambassadeurs en handelaars naar de stad Otrar (Utrar), op het noordoostelijke grensgebied van het sjah-rijk van de Khwarizm. De gouverneur van Otrar had deze gezanten weggestuurd. Uit wraak trok Genghis de stad Otrar in 1219 binnen. Sterker nog, hij vervolgde zijn zegereeks door de stad Samarkand en andere steden in het noordoosten te veroveren. Van de stad Otrar resten nu slechts ruïnes.
Na de dood van Möngke Khan (1259) kreeg Huláku van zijn broer Toen Hülegü het bewind kreeg was zijn opdracht de moslimstaten tot aan Egypte te veroveren. Tussen 1255 en 1258 veroverde hij eerst Perzië. De verovering en plundering van Bagdad, betekende een dodelijke slag voor de Arabische cultuur. Stromen bloed kleurden het water van de Tigris. Tenslotte staken de Mongolen de trotse stad van de kaliefen in brand. Ook de onvervangbare schatten van de bibliotheek gingen in vlammen op. De geschiedenis van het Arabische kalifaat was ten einde. Daarna veroverde Hulaku en veel van de rest van het Midden-Oosten. De rooftochten van Huláku strekten zich over heel Mesopotamië uit. Het land werd zo gruwelijk verwoest, dat het nooit meer heeft kunnen herstellen. Ook Oost-Syrië en delen van Klein-Azië onderwierp hij. Huláku liet zijn gezag ook gelden in oostelijk Irak, westelijk Afghanistan en Turkmenistan. Het Iraanse khanaat dat Huláku vestigde, zou voortaan deel uitmaken van het immense Mongoolse rijk. |
![]() ![]() Hoewel vrijwel alle familieleden van de kalief in een grote 'ceremonie' werden vermoord door de Mongolen, konden enkelen vluchten naar het vrije Egypte. Op weg naar Egypte, terwijl zijn leger in Palestina was, overleed Möngke Khan, waarna de Mongolen zich terugtrokken. In de Slag bij Ain Jalut werden de Mongolen, onder aanvoering van Hülegü's generaal Ketboga, verslagen door de Egyptische Mamelukken waardoor ze niet de gelegenheid kregen om Afrika binnen te trekken. |
![]() |
Met zijn veroveringen is Op 8 september 1260 werd de Mongolen eindelijk een halt toegeroepen tijdens de slag bij Ain Jalut, een van de meest bepalende veldslagen die ooit heeft plaatsgevonden. Egyptische en Turkse troepen, in samenwerking met Mongolen uit het Russische deel, brachten de Mongolen voor het eerst tot staan, waarbij voorkomen werd dat ze Egypte en de rest van Noord-Afrika binnenvielen. Hulagu had de overgave geëist van de Egyptenaren via een gezantschap. De sultan Qutuz liet de gezanten ter dood brengen en Hulagu verklaarde hem de oorlog. Hijzelf werd echter teruggeroepen omdat zijn broer Khan Mongke was overleden. Qutuz sloot een verbond met zijn mede-Mamluk Baibars die uit Damascus was gevlucht. De Mongolen probeerden een bondgenootschap met de Kruisvaarders te sluiten, maar paus Alexander lV verbood dit en de Kruisvaarder bleven neutraal. De Mongoolse en Mamlukse legers telden beide rond de 20.000 manschappen en ze ontmoetten elkaar bij Ain Jalut in Palestina op 3 september. De Mongoolse leider, de vervanger van Hulagu, Ket Buqa Noyan werd gevangen genomen en gedood. De Mamelukse troepen hadden gewonnen, maar op de terugweg vermoordde Baibars Qutuz en werd de nieuwe sultan van het Mamelukse rijk. Hij zou degene zijn die de laatste Kruisvaarders het Heilige Land uit zou drijven. Huláku stierf in 1265 |
Gemaakt: 04-10-05; laatst bijgewerkt: 05-01-10 |