5903 |
Het rijk van de Seldjoeken (1105 - 1300) |
![]() |
Het Seltsjoekenrijk was uitgevallen in verschillende rijken, geregeerd door nevenlinies van het geslacht, zoals de Seltsjoeken van Kerman (zuidoost Iran) (1041-1186), de Artuqiden in Oost-Anatolië en Noord-Irak, de Seldjoeken van Irak en West-Iran (1118-1194), de emirs van Aleppo en de Seltsjoeken van Syrië (Damascus) (1078-1117). Een zeer belangrijke neventak was die der zogenaamde Roem-Seldjoeken, die in de loop van de 12e eeuw bijna geheel Klein-Azië veroverden. Tot 1302 heersten zij vanuit de hoofdstad Konya (in de Romeinse tijd Iconium) over dit gebied. De verdeeldheid in het rijk van de Seldjoeken had het voor de kruisvaarders mogelijk gemaakt in 1097 Antiochië en in 1099 Jeruzalem te veroveren. In Syrië en Palestina stichtten de kruisridders daarna enkele kruisvaarderstaten. Damascus bleef echter in het bezit van de Seldjoeken.
Ghiyath ad-Din Muhammad Tapar volgde zijn neef Malik Shah ll op als Seldjoek sultan in Bagdad en wa dus theoretisch het hoofd van de dynastie. Muhammad I (probably) streed in 1107 als bondgenoot van Radwan van Aleppo in de slag van Mosoel tegen Kili Arslan l (Izzeddin Kilicarslan I), de sultan van Rum waar Kili Arslan werd verslagen en gedood. Muhammad I stierf in 1118 en werd opgevolgd door zijn zoon (?) Mahmud ll. |
Grote Seltsjoekse sultans (1105 - 1157) |
|
Malik Sjah II | 1105 | |
Muhammad (Mehmed) Tapar | 1105-1118 | |
Ahmed Sanjar | 1118-1156 |
laatst bewerkt: 27-12-08 |