5890

Damascus (1079 - 1516)

Het rijk van de Seltsjoeken (1000-1094)
Abu Sa'id Taj ad-Dawla Tutush I was de Seltsjoekse heerser van Damascus van 1079 tot 1095. In 1085 nam hij het grootste deel van Syrië van zijn broer Malik Sjah I  af, maar verloor het een jaar later weer. Na de dood van zijn broer in 1092 kon hij het opnieuw veroveren in 1094, maar ook hij stierf een jaar later. Tutush benoemde zijn generaal Artuq in 1086 tot gouverneur van Jeruzalem. Artuq overleed in 1091. Na de dood van Tutush werd het rijk verdeeld na een conflict tussen zijn zonen Duqaq en Radwan.

Duqaq van Damascus was de zoon van de Seltsjoekse heerser Abu Sa'id Taj ad-Dawla Tutush I en de broer van Radwan. Toen zijn vader in 1095 stierf eidste Duqaq Syrië voor zichzelf op. Aanvankelijk heerste hij in Al Jazira in Noord-Mesopotamië en woonde hij samen mt zijn broer in Aleppo. Zodra hij echter in opstand kwam en de macht greep in Syrië, viel het land in een anarchie en burgeroorlog. Duqaq kreeg de steun van Yaghi-Siyan van Antiochië die weliswaar geen conflict had met Radwan, maar wel met Radwans gouverneur Janah ad-Dawla. Bij de aliantie voegde zich Ilghazi, de gouverneur van Jeruzalem. Radwan verbond zich met Ilghazi's broer Sokman. Radwan opende de aanval op Yanghi-Siyan, en toen Duqaq and Ilghazi te hulp schoten, opende Radwan de belegering van Damascus. Radwan kreeg al gauw ruzie met Janah ad-Dawla, die Homs had ingenomen en met zijn gouverneur uit de aliantie stapte. Yaghi-Siyan was echter bereid hem een nieuwe aliantie te vormen. Deze aliantie werd bezegeld met een huwelijk tussen Radwan and Yaghi-Siyan's dochter. Zij stonden op het punt de stad Shaizar aan te vallen, toen zij vernamen dat de kruisridders van de Eerste Kruistocht in aantocht waren. Alle allianties werd ontbonden en iedereen keerde terug naar hun thuissteden. Als zij in plaats daarvan hun krachten zouden hebben gebundeld zouden zij de aanval van de Krusridders hebben kunnen tegenhouden. 

In de winter van 1097-1098, toen Antiochië door de Kruisridders werd belegerd, zochten Yaghi-Siyan en zijn zoon Shams ad-Dawla toenadering tot Duqaq. Op 30 december werden de versterkingen voor Duqaq verslagen door de Kruisriddenrs van Bohemund van Taranto en Duqaq trok zich terug naar Homs. Later voegde Duqaq zich bij Kerbogha van Mosoel om de Kruisridders aan te vallen, nadat zij Antiochië in juni 1098 hadden ingenomen, maar tijdens de slag derserteerden de soldaten van Duqaq en werd Kerbogha verslagen. Terwijl Duqaqs in Syrië de handen vol had, werden zijn bezittingen in Al Jazira door opstandige vazallen ingenomen. 

In 1099 heroverde Duqaq Diyarbakr. In 1100 Duqaq wilde hij Baldwin l van Edessa, die op weg was naar Jeruzalem om te strijden tegen zijn broer Godfried van Bouillon in een hinderlaag lokken, maar . Baldwin's soldaten hielden stand in een nauwe pasweg en Duqaq's troepen konden niet doorbreken. Baldwin behaalde de overwinning en kan zijn rocht naar Jeruzalem voortzetten. 

In 1103 veroverde Duqaq Horms  toen Janah ad-Dawla, Radwan's vroegere gouverneur werd vermoord. Duqaq werd ziek (1104) en op advies van zijn moeder benoemde hij zijn eigen gouverneur Toghtekin als gouverneur voor zijn eigen zoon Tutush ll. Duqaq stier op 8 juni datzelfde jaar. Toghtegin wierp al gauw Duqaqs dynastie omver en stichtte de Buriden-dynastie die de komende halve eeuw zou heersen over Damascus. 

Mu'in ad-Din was van oorsprong een Mameluk in het leger van Toghtegin.  Toen Zengi, de gouverneur van Aleppo, Damascus in 1135 belegerde, leidde Mu'in ad-Din de verdediging van de stad. Shihab ad-Din Mahmud was toen heerser van Damascus na de moord op zijn broer. Toen Zengi het beleg opgaf en in plaats daarvan Homs belegerde, gaf Shihab ad-Din het bestuur van de stad in handen van Mu'in ad-Din, gesteund door zijn luitenant Yusuf bin Furuz. In 1137 was Mu'in ad-Din gouverneur van Homs, toen de stad door Zengi belegerd werd.  

Koningen van Damascus / Syrië
Tutush 1085-1095
 Duquq  1095-1104
 Toghtekin  1104 - 1128
Buri 1128 - 1132
Ismail 1132 - 1135
Shihab ad Din Mahmud 1135 - 1139
Jamal ad Din Muhammad 1139 - 1140
Unur 1140 - 1149
Mujir-ud-Din Abaq 1140 (1149) - 1154
Nur-ad-Din 1146 - 1174
As-Salih Ismail al-Malik 1174
Saladin (z. verder Ajjoebiden) 1174 - 1186

In 1138, benoemde Shihab ad-Din Mahmud Mu'in ad-Din tot gouverneur van Damascus. Later dat jaar regelde Zengi een huwelijk tussen zichzelf en de moeder van Shihab ad-Din's, Khatun Safwat al-Mulk. Als onderdeel van  de huwelijksovereenkomst ontving Zengi de stad Homs. Mu'in ad-Din kreeg in ruil voor Homs het kasteel Barin. Op 22 juni 1139 werd Shihab ad-Din in Damascus vermoord. Jamal ad Din, de emir van Baalbek, werd gekozen als zijn opvolger, en Mu'in ad-Din werd gekozen om Baalbek te besturen tijdens diens afwezigheid. Terwijl hij bezig was de verdidiging van deze stad te organiseren kwam Zengi aan om de moord op zijn stiefzoon te wreken. Na een beleg waarbij 14 catapulten werden ingezet, gaf de stad zich over. 

Jamal ad Din stierf in 1140 en Mu'in ad-Din volgde hem op als regent voor Jamals zoon Mujir ad-Din. Dat jaar belegerde Mu'in ad-Din Banias met steun van koning Fulk van Jeruzalem en prins Raymond van Antiochië. Mu'in ad-Din betaalde hiervoor 20 000 goudstukken per maand als onkostenvergoeding. Nadat de stad was ingenomen droeg Mu'in ad-Din deze over aan Fulk en keerde hij terug naar Damascus. Een wat meer doordochte aliantie om Damascus te beschermen tegen Zengi kwam tot stand tijdens een bezoek van Mu'in ad-Din aan Jeruzalem. Koning Fulk stierf in 1143 en Zengi werd drie jaar later (1146) vermoord. Zengi werd in Mosoel opgevolgd door zijn zoons Saif ad-Din Ghazi I en door Nur-ad-Din in Aleppo. Mu'in ad-Din maakte van die gelegenheid gebruik om Baalbek te belegeren. De gouverneur  Najm ad-Din Ayyub, de vader van Saladin, gaf zich snel over. Mu'in ad-Din verkreeg ook de controle over Horms en Hamah en stuurde Yarankash, de moordenaar van Zengi, naar Nur ad-Din, waarna Yarankash toevlucht zocht in Damascus.

Mu'in ad-Din wantrouwde Nur ad-Din's, en voerde een vriendschappelijke politiek met zijn buurstaten, of deze nu moslim of christelijk waren. In 1147 sloten Nur ad-Din en Mu'in ad-Din een bondgenootschap, die werd bezegeld met een huwelijk tussen Nur ad-Din en de dochter van Mu'in ad-Din's Ismat ad-Din Khatun. Na vrede te hebben gesloten met Aleppo, trok Mu'in ad-Din naar Sarkrad en Bosra om die steden te belegeren, nadat hun gouverneur Altuntash een bondgenootschap had gesloten met Jeruzalem. Hierdoor was het bondgenootschap met Damascus verbroken en was Mu'in ad-Din gedwongen om Nur ad-Din te vragen om assistentie. Nur ad-Din arriveerde in Aleppo met een leger, waarna de Kruisvaarders uitweken naar Bosra. Bosra and Sarkhad gaven zich over Mu'in ad-Din. In august 1147 werd Mu'in ad-Din formeel erkend als gouverneur van Damascus door de kalief van Bagdad Al-Muqtafi en de Seldsjoekensultan Masud. Ook werd hij erkend door de Fatimiden kalief van Egypte: al-Hafiz.  

In 1148 bereikte Mu'in ad-Din het nieuws dat er een nieuwe kruistocht in aantocht was, als reactie op Zengi's verovering van Edessa. in 1145. Mu'in ad-Din bereidde zich voor een onvermijdelijke belegering, hoewel hij hoopte dat dat de aliantie met Jeruzalem zou kunnen worden hersteld en dat de Kruisridders een andere stad zouden aanvallen.Toen de Kruisvaarders in juli arriveerden onderscheidde Mu'in ad-Din zich volgens  Ibn al-Qalanisi in de strijd door grote dapperheid, fierheid en standvastigheid als nooit eerder was vertoond, onvermoeibaar bij het terugslaan van de vijand en zonder een moment van rust. Mu'in ad-Din vroeg met tegenzin Nur ad-Din en Saif-ad Din Ghazi, wier macht hij liever niet verder wilde laten reiken ten zuiden van Damascus. De Kruisvaarders belegerden de stad slechts vier dagen en trokken zich daarna terug. Het is mogelijk dat Mu'in ad-Din hen had omgekocht het beleg op te breken voordat Nur ad-Din zou arriveren. Na dit succes belegerden de drie emirs het kasteel Araima in het graafschap Tripoli, maar Mu'in ad-Din Nur ad-Din te erkennen als zijn heerser.

In 1149 pleegde Mu'in ad-Din overvallen in het gebied van de Kruisvaarders in reactie op hun aanvallen in het gebied van Damascus, die zij na het mislukte beleg pleegden. Hij ging akkoord met een een tweejarig vredesverdrag met Boudewijn lll en sloot zich daarna aan bij Nur ad-Din tegen het prinsdom Antiochië. Terwijl Mu’in ad-Din met zijn leger het district Hauran versloeg Nur ad-Din Antiochië in de slag bij Inab, waarin prins Raymond van Antiochië, de echtgenoot van gravin Constance van Antiochië werd gedood.

Na te zijn teruggekeerd naar Damascus in juli 1149,  genoot Mu'in ad-Din van een overvloedige maaltijd, wat voor hem gebruikelijk was. Zijn darmen raakten hiervan zo van slag, met een aanval dysenterie als gevolg. Op 28 augustus stierf de emir en werd begraven op het terrein van de universiteit die hij had gesticht in de stad. Mujir ad-Din die Mu'in ad-Din als regent had aangesteld, nam zijn functie over. Hij was een zwak bestuurder. In 1154 verkreeg Nur ad-Din de volledige controle over de stad en over geheel Syrië. Mu'in ad-Din had drie dochters, die trouwden met Nur ad-Din, Mujir ad-Din en een soldaat, genaamd Margar.

Ayyub was de zoon van Shadhi ibn Marwan, een Koerdische leider van de Koerdische stam Rawadid, maar stamde af van de Hadhabani stam. Shadhi werd aangewezen als gouverneur van Tikrit (in Noord-Irak). Ayyub volgde zijn vader op toen deze vlak na zijn benoeming overleed. In 1132 trad Ayyub in dienst van Zengi en nam deel aan de oorlog tegen de Seldsjoekse sultan. Ayyub redde Zengi's leven toen hij hem hielp te vluchten over de rivier de Tigris. In 1136 doodde zijn broer Shirkuh een Christen, waarmee hij ruzie had, met als gevolg dat beide broers uit Tikrit werden verbannen. Het verhaal gaat dat Ayyub's zoon Yusuf, later bekend als Saladin, de nacht dat ze vertrokken geboren werd. Zengi stelde Ayyub aan als gouverneur van Baalbek, maar toen deze stad in 1146 belegerd werd door Mu'in ad-Din Unur, gaf Ayyub de stad op en trok zich terug naar Damascus. Intussen was Shirkuh in dienst getreden bij Zengi's zoon, Nur ad-Din. 

In een aanvalsstemming en slechte planning besloten de kruisvaarders tijdens de Tweede Kruistocht in 1148 Damascus aan te vallen ondanks het vredesverdrag. De voorgenomen belegering op Damascus werd echter een fiasco en eindigde al naar vier dagen. Noer al-Din, de tweede zoon van Zengi, dwong Mu'in ad-Din en de Buriden-dynastie tot een alliantie en vlak daarna eiste Nur ad-Din de stad op, waarop Ayyub (bijgenaamd Najm ad-Din = Ster van het Geloof) en zijn broer Shirkuh de onderhandelingen van de overgave op zich namen. Ayyub bleef gouverneur van Damascus, nu onder Nur ad-Din's leiding. Hij had als gouverneur groot aanzien en daardoor was hij één van de weinige ambtenaren die hun post mochten behouden onder Nur ad-Din.

Ayyub's zoon Saladin trad eveneens in dienst bij Nur ad-Din en werd naar Egypte gestuurd, om in Nur ad-Din's naam de macht over te nemen tijdens de gezamenlijke invasies van kruisvaarders en Byzantijnen. In 1170 voegde Ayyub zich bij hem in Egypte, mogelijk uitgenodigd door Saladin zelf of gestuurd door Nur ad-Din, om hem te overtuigen om de laatste Kalief van de Fatimads af te zetten. Saladin bood hem een hoge plaats in het leger aan, maar hij weigerde en kreeg in plaats daarvan de steden Alexandrië, Damietta en Al Buhayrah. Steeds meer familieleden kwamen naar Egypte om zich bij Saladin te voegen. Nur ad-Din vertrouwde Saladin en zijn familie niet meer. Hij verdacht hen er terecht van naar bleek, dat ze tegen hem samenspanden. Ayyub steunde Nur ad-Din publiekelijk, maar heimelijk waarschuwde hij zijn zoon, dat Nur ad-Din nooit Egypte van hem af mocht nemen.

Ayyub raakte gewond bij een ongeluk met paardrijden op 31 juli 1173 en stierf op 9 augustus. Zijn dood verergerde de spanning tussen Saladin en Nur ad-Din. Nur ad-Din had Saladin gevraagd om steun voor een expeditie tegen het Koninkrijk Jeruzalem, maar Saladin keerde terug naar huis, toen hij hoorde van zijn vaders dood. De verwachte oorlog tussen Nur ad-Din and Saladin kwam niet, want Nur ad-Din stierf het jaar daarop en Saladin nam de controle over van heel Egypte en Syrië. Ayyoub wordt gezien als de stichter van de dynastie der Ajjoebiden.  

In 1260 veroverden de Mammelukken de stad. In 1516 veroverde het Osmaanse Rijk de stad.

Osmaanse Rijk

laatst bewerkt: 29-12-08

colofon