5890 |
Damascus (1079 - 1516) |
![]() |
![]() ![]()
In de winter van 1097-1098, toen Antiochië door de Kruisridders werd belegerd, zochten Yaghi-Siyan en zijn zoon Shams ad-Dawla toenadering tot Duqaq. Op 30 december werden de versterkingen voor Duqaq verslagen door de Kruisriddenrs van Bohemund van Taranto en Duqaq trok zich terug naar Homs. Later voegde Duqaq zich bij Kerbogha van Mosoel om de Kruisridders aan te vallen, nadat zij Antiochië in juni 1098 hadden ingenomen, maar tijdens de slag derserteerden de soldaten van Duqaq en werd Kerbogha verslagen. Terwijl Duqaqs in Syrië de handen vol had, werden zijn bezittingen in Al Jazira door opstandige vazallen ingenomen. In 1099 heroverde Duqaq Diyarbakr. In 1100 Duqaq wilde hij Baldwin l van Edessa, die op weg was naar Jeruzalem om te strijden tegen zijn broer Godfried van Bouillon in een hinderlaag lokken, maar . Baldwin's soldaten hielden stand in een nauwe pasweg en Duqaq's troepen konden niet doorbreken. Baldwin behaalde de overwinning en kan zijn rocht naar Jeruzalem voortzetten. In 1103 veroverde Duqaq Horms toen Janah ad-Dawla, Radwan's vroegere gouverneur werd vermoord. Duqaq werd ziek (1104) en op advies van zijn moeder benoemde hij zijn eigen gouverneur Toghtekin als gouverneur voor zijn eigen zoon Tutush ll. Duqaq stier op 8 juni datzelfde jaar. Toghtegin wierp al gauw Duqaqs dynastie omver en stichtte de Buriden-dynastie die de komende halve eeuw zou heersen over Damascus. Mu'in ad-Din was van oorsprong een Mameluk in het leger van Toghtegin. Toen Zengi, de gouverneur van Aleppo, Damascus in 1135 belegerde, leidde Mu'in ad-Din de verdediging van de stad. Shihab ad-Din Mahmud was toen heerser van Damascus na de moord op zijn broer. Toen Zengi het beleg opgaf en in plaats daarvan Homs belegerde, gaf Shihab ad-Din het bestuur van de stad in handen van Mu'in ad-Din, gesteund door zijn luitenant Yusuf bin Furuz. In 1137 was Mu'in ad-Din gouverneur van Homs, toen de stad door Zengi belegerd werd. |
Koningen van Damascus / Syrië | |
Tutush | 1085-1095 | |
Duquq | 1095-1104 | |
Toghtekin | 1104 - 1128 | |
Buri | 1128 - 1132 | |
Ismail | 1132 - 1135 | |
Shihab ad Din Mahmud | 1135 - 1139 | |
Jamal ad Din Muhammad | 1139 - 1140 | |
Unur | 1140 - 1149 | |
Mujir-ud-Din Abaq | 1140 (1149) - 1154 | |
Nur-ad-Din | 1146 - 1174 | |
As-Salih Ismail al-Malik | 1174 | |
Saladin (z. verder Ajjoebiden) | 1174 - 1186 |
In 1138, benoemde Shihab ad-Din Mahmud Mu'in ad-Din tot gouverneur van Damascus. Later dat jaar regelde Zengi een huwelijk tussen zichzelf en de moeder van Shihab ad-Din's, Khatun Safwat al-Mulk. Als onderdeel van de huwelijksovereenkomst ontving Zengi de stad Homs. Mu'in ad-Din kreeg in ruil voor Homs het kasteel Barin. Op 22 juni 1139 werd Shihab ad-Din in Damascus vermoord. Jamal ad Din, de emir van Baalbek, werd gekozen als zijn opvolger, en Mu'in ad-Din werd gekozen om Baalbek te besturen tijdens diens afwezigheid. Terwijl hij bezig was de verdidiging van deze stad te organiseren kwam Zengi aan om de moord op zijn stiefzoon te wreken. Na een beleg waarbij 14 catapulten werden ingezet, gaf de stad zich over. Jamal ad Din stierf in 1140 en Mu'in ad-Din volgde hem op als regent voor Jamals zoon Mujir ad-Din. Dat jaar belegerde Mu'in ad-Din Banias met steun van koning Mu'in ad-Din wantrouwde Nur ad-Din's, en voerde een vriendschappelijke politiek met zijn buurstaten, of deze nu moslim of christelijk waren. In 1147 sloten Nur ad-Din en Mu'in ad-Din een bondgenootschap, die werd bezegeld met een huwelijk tussen Nur ad-Din en de dochter van Mu'in ad-Din's Ismat ad-Din Khatun. Na vrede te hebben gesloten met Aleppo, trok Mu'in ad-Din naar Sarkrad en Bosra om die steden te belegeren, nadat hun gouverneur Altuntash een bondgenootschap had gesloten met Jeruzalem. Hierdoor was het bondgenootschap met Damascus verbroken en was Mu'in ad-Din gedwongen om Nur ad-Din te vragen om assistentie. Nur ad-Din arriveerde in Aleppo met een leger, waarna de Kruisvaarders uitweken naar Bosra. Bosra and Sarkhad gaven zich over Mu'in ad-Din. In august 1147 werd Mu'in ad-Din formeel erkend als gouverneur van Damascus door de kalief van Bagdad Al-Muqtafi en de Seldsjoekensultan Masud. Ook werd hij erkend door de Fatimiden kalief van Egypte: al-Hafiz. In 1148 bereikte Mu'in ad-Din het nieuws dat er een nieuwe kruistocht in aantocht was, als reactie op Zengi's verovering van Edessa. in 1145. Mu'in ad-Din bereidde zich voor een onvermijdelijke belegering, hoewel hij hoopte dat dat de aliantie met Jeruzalem zou kunnen worden hersteld en dat de Kruisridders een andere stad zouden aanvallen.Toen de Kruisvaarders in juli arriveerden onderscheidde Mu'in ad-Din zich volgens Ibn al-Qalanisi in de strijd door grote dapperheid, fierheid en standvastigheid als nooit eerder was vertoond, onvermoeibaar bij het terugslaan van de vijand en zonder een moment van rust. Mu'in ad-Din vroeg met tegenzin Nur ad-Din en Saif-ad Din Ghazi, wier macht hij liever niet verder wilde laten reiken ten zuiden van Damascus. De Kruisvaarders belegerden de stad slechts vier dagen en trokken zich daarna terug. Het is mogelijk dat Mu'in ad-Din hen had omgekocht het beleg op te breken voordat Nur ad-Din zou arriveren. Na dit succes belegerden de drie emirs het kasteel Araima in het graafschap Tripoli, maar Mu'in ad-Din Nur ad-Din te erkennen als zijn heerser. In 1149 pleegde Mu'in ad-Din overvallen in het gebied van de Kruisvaarders in reactie op hun aanvallen in het gebied van Damascus, die zij na het mislukte beleg pleegden. Hij ging akkoord met een een tweejarig vredesverdrag met Na te zijn teruggekeerd naar Damascus in juli 1149, genoot Mu'in ad-Din van een overvloedige maaltijd, wat voor hem gebruikelijk was. Zijn darmen raakten hiervan zo van slag, met een aanval dysenterie als gevolg. Op 28 augustus stierf de emir en werd begraven op het terrein van de universiteit die hij had gesticht in de stad. Mujir ad-Din die Mu'in ad-Din als regent had aangesteld, nam zijn functie over. Hij was een zwak bestuurder. In 1154 verkreeg Nur ad-Din de volledige controle over de stad en over geheel Syrië. Mu'in ad-Din had drie dochters, die trouwden met Nur ad-Din, Mujir ad-Din en een soldaat, genaamd Margar. |
Ayyub was de zoon van Shadhi ibn Marwan, een Koerdische leider van de Koerdische stam Rawadid, maar stamde af van de Hadhabani stam. Shadhi werd aangewezen als gouverneur van Tikrit (in Noord-Irak). Ayyub volgde zijn vader op toen deze vlak na zijn benoeming overleed. In 1132 trad Ayyub in dienst van Zengi en nam deel aan de oorlog tegen de Seldsjoekse sultan. Ayyub redde Zengi's leven toen hij hem hielp te vluchten over de rivier de Tigris. In 1136 doodde zijn broer Shirkuh een Christen, waarmee hij ruzie had, met als gevolg dat beide broers uit Tikrit werden verbannen. Het verhaal gaat dat Ayyub's zoon Yusuf, later bekend als Saladin, de nacht dat ze vertrokken geboren werd. Zengi stelde Ayyub aan als gouverneur van Baalbek, maar toen deze stad in 1146 belegerd werd door Mu'in ad-Din Unur, gaf Ayyub de stad op en trok zich terug naar Damascus. Intussen was Shirkuh in dienst getreden bij Zengi's zoon, Nur ad-Din. In een aanvalsstemming en slechte planning besloten de kruisvaarders tijdens de Tweede Kruistocht in 1148 Damascus aan te vallen ondanks het vredesverdrag. De voorgenomen belegering op Damascus werd echter een fiasco en eindigde al naar vier dagen. Ayyub's zoon Ayyub raakte gewond bij een ongeluk met paardrijden op 31 juli 1173 en stierf op 9 augustus. Zijn dood verergerde de spanning tussen Saladin en Nur ad-Din. Nur ad-Din had Saladin gevraagd om steun voor een expeditie tegen het Koninkrijk Jeruzalem, maar Saladin keerde terug naar huis, toen hij hoorde van zijn vaders dood. De verwachte oorlog tussen Nur ad-Din and Saladin kwam niet, want Nur ad-Din stierf het jaar daarop en In 1260 veroverden de Mammelukken de stad. In 1516 veroverde het Osmaanse Rijk de stad. |
laatst bewerkt: 29-12-08 |