7431

Osmaanse Rijk (1512-1595)

Osmaanse Rijk (1451- 1512)

Selim l (1512-1520)

Selim l  zag zich eerst voor de taak gesteld alle oppositie die hij van zijn zonen, broers en hun zonen kon verwachten uit de weg te ruimen. Alle, op één zoon na werden vermoord. Nadat hij het leger onder zijn controle had gekregen trok hij op naar het zuiden en oosten. 

Onder hem kwam het Osmaanse Rijk in conflict met Perzië. In 1514 werd de Perzische shah bij Tsjaldiran verslagen, hetgeen de Turkse macht in Koerdistan en het noorden van Mesopotamië bevestigde. In 1516 veroverde Selim Syrië op Egypte en in 1517 Egypte zelf. Arabië met Mekka en medina erkende eveneens de Osmaanse heerschappij. In Mekka nam hij de titel van kalief, de heerser over alle Moslims, aan. Hierdoor kregen de Osmanen directe toegang tot het culturele erfgoed van de Islamitische wereld. Schrijvers, geleerden en kunstenaars uit de gehele Arabische wereld vestigden zich in Constanitinopel. Doordat Selim probeerde de handelsroutes van Europa naar het Midden-Oosten onder zijn controle te plaatsen, begonnen de leidende Europese staten naar andere handelswegen naar het verre oosten (China en India) te zoeken.

Suleyman l (1520-1566)

Onder sultan Suleyman l, de enig overgebleven zoon van Selim l,  kreeg het Osmaanse rijk zijn grootste uitbreiding en kwam eveneens het regeringssysteem tot volle ontplooiing. Hongarije werd veroverd (slag bij Mohács, 1526) en Wenen belegerd (1529). Tegen Perzië ondernam Suleyman het succes aan aantal veldtochten. Op 4 december 1534 viel Bagdad in handen van de Turken.Voorts beheerste hij de Middellandse Zee. De sultan bezat de absolute macht en regeerde met zijn gunstelingen door middel van twee keurkorpsen: janitsaren en sipahi's (ruiterij, bestaande uit de houders van grotere en kleinere lenen in de provincie). Een zekere sociale onafhankelijkheid genoot de geestelijke stand der oelama's, de talrijke christelijke en joodse onderdanen van de sultan waren onder hun eigen religieuze hoofden georganiseerd. Ditzelfde gold voor de vreemdelingen, die vooral als kooplieden in het Osmaanse Rijk woonden en die door hun consuls en gezanten werden geadministreerd, tot de rechtspraak toe.

In 1533 ontbood Suleyman l de toen meest bekende Barbarijse zeerover, Khair ad Din (Khaireddin) bijgenaamd "Barbaros" (Roodbaard) naar Istanbul ontboden omdat hij verontrust was door de activiteiten van de Genuese admiraal Andrea Doria in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Barbarossa was van Turkse afkomst. Nadat hij meegeholpen had om Algiers te verdedigen tegen de Spanjaarden doodde hij de heerser en had van de stad een "vrijbuitersnest" gemaakt en regeerde er als een regent voor de Ottomaanse sultan. De sultan benoemde hem tot grootadmiraal (kapudan paşa) en belastte hem met de bouw van een oorlogsvloot. In de zomer van 1534 zette Barbarossa met deze vloot koers naar Tunis. Op het naderen van de Turkse vloot vluchtte de sultan van Tunis, Muley Hassan, en Tunis werd ingelijfd bij het Ottomaanse Rijk.

Door het bezit van Tunis namen de Turken nu een strategische positie in op de scheiding tussen de westelijke en de oostelijke helft van de Middellandse Zee. Als reactie op deze dreiging organiseerde keizer Karel V een grootschalige expeditie met als doel Tunis in te nemen. De vloot stond onder bevel van Andrea Doria. De expeditie slaagde in zijn opzet, en een groot deel van Barbaros' vloot viel in handen van de aanvallers. Barbarossa zelf slaagde er echter in te ontkomen, en met een ander deel van zijn vloot, dat hij uit voorzorg had gestationeerd in Bône, deed hij vervolgens een aanval op de Balearen, waarbij o.a. Mahón, de hoofdstad van Minorca werd geplunderd. De verovering van Tunis door Karel V miste aldus zijn doel, want Barbaros' macht ter zee bleef onaangetast..

In 1537 vertrok Barbaros met een nieuwe vloot uit Istanbul, nu met het doel Italië aan te vallen. Het plan voorzag in een gelijktijdige aanval door een Turkse troepenmacht vanuit Albanië en een Franse aanval vanuit Marseille. De aanval lukte slechts gedeeltelijk omdat de Fransen hun beloften niet nakwamen en de landmacht niet kwam opdagen. Barbaros verlegde daarop zijn operaties naar de Griekse eilanden in de Ionische Zee. Hij slaagde er niet in Korfoe in te nemen, maar grootschalige aanvallen en plunderingen dwongen de eilanden in te stemmen met zware jaarlijkse schattingen.

Links: Barbaros (Khair ad Din)

Het was nu duidelijk dat de Ottomaanse macht ter zee een ernstige bedreiging begon te vormen. Dit besef leidde tot een bondgenootschap tussen Karel V, de paus ( Paulus lll) en de republiek Venetië. In 1538 verzamelde zich een grote vloot van ca. 200 schepen en 60.000 man onder Andrea Doria bij Korfoe. Barbaros had de beschutting opgezocht van de baai van Arta, bij Preveza. Het kwam echter niet tot een beslissende slag omdat Andrea Doria zich op het beslissende moment aan de slag onttrok. Dit betekende in feite een christelijke nederlaag, en het was illustratief voor het gebrek aan eenheid aan christelijke zijde. Pas veel later zou deze nederlaag teniet worden gedaan, in de slag bij Lepanto (1571).

Voor Barbaros was de weg nu vrij voor een doorbraak naar het westen. In 1540 deed hij vanuit Algiers een aanval op Gibraltar. Een tegenaanval door Karel V op Algiers, in 1541, werd een dramatische mislukking.

Rechts: Admiraal Andrea Doria

In 1543 volgde een nieuw offensief. Barbaros' schepen plunderden Reggio di Calabria en er brak paniek uit in Rome. Op uitnodiging van Frankrijk, dat in het voorgaande jaar opnieuw in oorlog met Spanje was geraakt, vestigde Barbaros zijn hoofdkwartier in Toulon, waar de Turkse vloot nu overwinterde. Tot afgrijzen van christelijk Europa werd Toulon zo voor enige tijd een Turkse stad. Franse dorpen in de omgeving werden overvallen om boeren gevangen te nemen voor dienst op de galeien en in de stad werden openlijk slavenmarkten gehouden waar christelijke slaven werden verkocht. In het najaar veroverden de Fransen en de Turken gezamenlijk Nice, waarbij de stad geplunderd en in brand gestoken werd. Turkse eskaders plunderden eveneens steden en dorpen aan de Spaanse kust. In verlegenheid gebracht door dit alles kocht de Franse koning, Frans I, in 1544 het bondgenootschap met de Turken af. In 1546 overleed Barbaros in Beşiktaş (Istanbul). In het Barbaros Park van Beşiktaş staat zijn mausoleum en een standbeeld, vlak bij de Bosporus. De naar hem genoemde Barbaros Boulevard loopt vanaf dit mausoleum tot de Levent en Maslak zakenwijken. Tot vandaag bestaat de traditie dat de Turkse marineschepen bij uitvaren het mausoleum groeten met een kanonschot. Verscheidene schepen, zowel marine- als passagiers-, zijn naar hem genoemd.

Selim ll (1566-1574) 

 

Onder Suleymans opvolgers hield de onstuimige uitbreiding van het Osmaanse rijk op. Zijn opvolger Selim ll  liet de leiding van de zaken over aan de grootvizier Mehmed Sokolli.

Onder hem leed de Turkse vloot bij Lepanto in 1571 een gevoelige nederlaag tegen de Spanjaarden en Venetianen. De belangrijkste tegenstanders waren echter tot in het begin van de 18e eeuw Oostenrijk en Perzië. De naar beide zijden gevoerde oorlogen maakten onophoudelijk grote veldtochten nodig, op welke de sultan echter gewoonlijk niet mee ging.

Murad lll (1574 - 1595)



Osmaanse Rijk (1595-1618)

laatst bijgewerkt: 21-05-10

colofon