8500

Osmaanse Rijk (1595-1703)

Osmaanse Rijk (1512-1595)
In de loop van de 17e eeuw werd het Osmaanse Rijk door slecht bestuur en militaire opstanden verzwakt. De grootviziersfamilie der Köprülü wist vanaf 1656 krachtig leiding te geven. In 1669 werd Kreta op de Venetianen veroverd. Aan de westelijke en noordelijke grenzen had de Porte steeds met geweld of diplomatie haar autoriteit weten te handhaven, zozeer dat ook Polen en Moscovië sterk onder Osmaanse invloed kwamen. 

Mehmed lll (1595 - 1603)

Mehmet III volgde in 1595 zijn vader op nadat deze was overleden. Hij erfde een rijk dat in verval was en een zware oorlog op de Balkan voerde. Daarbij kampte het Osmaanse Rijk met economische chaos. Mehmet III werd berucht vanwege het opknopen van zijn zestien broers bij zijn opvolging. Hij liet ook nog ruim twintig van zijn zussen ombrengen. Ze werden allemaal gewurgd. Mehmet III was een zwak heerser. Hij regeerde zelf niet en liet dit over aan zijn moeder Safiye Sultan. Tijdens zijn regering ging de toestand van het rijk er nog verder op achteruit. Mehmet III deed niets om de corruptie te stoppen en deze groeide ongeremd. Terwijl zijn moeder de politiek domineerde, verslechterde het bestuur nog verder en zette de economische achteruitgang door. Ondertussen peuterde de Janistaren ook telkens meer privileges en macht los. Nederlagen in de Oostenrijks-Ottomaanse Oorlog (1593 - 1606) dwongen Mehmet III ertoe persoonlijk leiding te nemen over het leger. Hij bleek echter een even zwak militair als zijn vader en grootvader. Mehmet III's legers namen Eger in 1596 in en versloegen de Habsburgse en Transsylvaanse legers bij de slag om Mezőkeresztes waarbij de sultan moest worden afgeraden het strijdtoneel op de helft van het gevecht te ontvluchten. 

Mehmet III stierf in 1603 en werd opgevolgd door zijn zoon Ahmet I.

Ahmet l (1603 - 1617)

Ahmet I volgde in 1603 zijn vader, Mehmed III, op.

Met Oostenrijk sloot hij een wapenstilstand voor 20 jaar. Ook met Perzië sloot hij een vredesverdrag, waarbij hij Georgië en Azerbeidzjan afstond. In 1612 ontving de Sultan de eerste  gezant van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden), Cornelis Haga. Ahmet I werd opgevolgd door zijn broer Mustafa I. Naar hem is de Sultan Ahmetmoskee in Istanbul vernoemd.

 

Mustafa l (1617 - 1618)

Mustafa I, de broer van Ahmed I, zat tijdens de regeerperiode van zijn broer veertien jaar lang opgesloten in zijn kamer. Dat heeft hem geen goed gedaan blijkbaar, want over hem werd gezegd dat hij geestelijk gestoord was of in ieder geval neurotisch. Hij was nooit meer dan een speelbal van anderen in het Topkapi-paleis in Istanbul. 

In 1618 werd hij afgezet ten faveure van zijn jonge neef Osman II.

 

Osman ll (1618 - 1622)

Osman II (ook bekend als Genç Osman, dat Jonge Osman betekent in het Turks) was de zoon van sultan Ahmed I en zijn vrouw Mahfiruze Hatice. Zijn moeder gaf op jonge leeftijd al veel aandacht aan zijn educatie. Hierdoor was Osman II een bekende dichter en beheerste hij veel talen, waaronder: Arabisch, Perzisch, Grieks, Latijn en Italiaans. Hij besteeg de troon op de jonge leeftijd van 14 jaar na een staatsgreep tegen zijn oom Mustafa I. 

Ondanks zijn jonge leeftijd zag Osman II zichzelf al snel als een heerser, en na het veiligstellen van de oostgrens van het rijk door een vredesverdrag met de Safawiden in het huidige Iran leidde hij persoonlijk een Ottomaanse invasie van Polen. Hij werd gedwongen een vredesverdag te tekenen met de Polen na een gevecht bij Chotyn. Osman II keerde beschaamd terug naar Istanbul, waar hij de Janitsaren, het keurkorps van goedgetrainde soldaten, en onbekwaamheid van zijn staatsmannen de schuld gaf van de afgang. Osman II zag de Janitsaren als een ouderwets instituut dat meer slechts dan goeds bracht voor het rijk en sloot de koffiehuizen (de plekken waar samenzwering tegen de troon werden opgezet) en begon met het plannen van een nieuw leger bestaande uit Anatoliërs, Syriërs en Egyptenaren dat hem loyaal zou zijn Het resultaat was een opstand in het paleis door de Janitsaren. Osman II werd opgesloten.. Toen er iemand opuit gestuurd werd om de sultan te wurgen weigerde deze zich over te geven en brak er een gevecht uit tussen beiden. Tenslotte kon de sultan worden overmeesterd, nadat hij door een van de medegevangen met de achterkant van een bijl werd getroffen. Daarna werd hij alsnog gewurgd. Osman II was een zeer progressieve sultan maar het gebrek aan een professionele en hulpzame staf om hem te helpen met zijn hervormingen zorgde voor zijn ondergang. Vergeleken met de meeste van zijn opvolgers komt hij goed uit de bus. Zijn grootste fout was waarschijnlijk dat hij te veel te snel wilde doen.

Mustafa l (1622 - 1623)

Na de moord op Osman II in 1622 nam Mustafa l de troon weer in handen en behield deze voor een jaar. Hij werd na een samenzwering afgezet en opgesloten door Osman II's broer, Murat IV. Mustafa I stierf zestien jaar later.

Murat lV (1623 - 1640)

Murat IV werd zowel bekend vanwege het herstellen van de autoriteit in het rijk als vanwege de ruwheid van zijn methodes.

Murat IV was de zoon van sultan Ahmet I en Kösem. Hij werd in 1623 door een samenzwering op de troon gehesen en volgde zijn gekke oom Mustafa I op. Hij was pas 11 jaar oud toen hij de troon besteeg. Murat IV stond lange tijd onder supervisie van zijn familieleden en in de eerste jaren als sultan regeerde zijn moeder, Kösem, eigenlijk voor hem. Het rijk verviel in anarchie; Perziërs vielen bijna meteen binnen, in Noord-Anatolië braken rellen uit en in 1631 bestormden de Janitsaren het paleis en doodden de Grootvizier en anderen. Murat IV vreesde dat hem hetzelfde lot te wachten stond als zijn oudere broer Osman II en besloot zijn macht te gebruiken. Hij liet de Grootvizier onthoofden, 500 militaire leiders wurgen en 20.000 rebellen in Anatolië executeren. Voortbordurend op de Ottomaanse traditie van broedermoord liet Murat IV zijn broer Bayezid in 1635 doden, gevolgd door de executie van nog twee broers een paar jaar later.

Murat IV probeerde de corruptie te bestrijden die begonnen was tijdens de vorige sultans en waar ook niks aan gedaan was terwijl zijn moeder door volmacht regeerde. Hij bereikte dit op verschillende manieren zoals het beperken van grote uitgaven. Hij verbood tevens alcohol en tabak in Istanboel op straffe van executie. Hij liep 's avonds in burgerkledij door de straten en herbergen van Istanbul om de uitvoering van zijn bevel te controleren. Als hij tijdens deze patrouilles een soldaat zag die tabak of alcohol gebruikte doodde hij deze ter plekke met zijn zwaard. Zijn ruwheid was de reden voor zijn bijnaam 'wreed'.

Murat IV was een gigantische en lange man. Hij was een worstelaar en krijger. Zijn kracht was bijna fenomenaal. Hij was bij zijn worstel tegenstanders vooral bekend vanwege het vasthouden en met een hand boven zijn hoofd ronddraaien van zijn tegenstanders. Hij gebruikte ook een gigantische knots met een gewicht van 50 kilogram en een tweehandig groot zwaard dat ook meer dan 50 kilogram woog in gevechten.

Murat IV's regeerperiode is op militair gebied vooral bekend vanwege een oorlog tegen Perzië waarbij Ottomaanse legers Azerbeidzjan veroverden en Tabriz, Hamadan en, als laatste grote prestatie van Ottomaanse strijdkrachten, Bagdad innamen. Murat IV zelf leidde de invasie van Mesopotamië en bleek een zeer goede bevelhebber. Hij was de laatste Ottomaanse sultan die een leger op het slagveld aanvoerde. Tijdens zijn campagne tegen Iran vernietigde hij alle rebellen in Anatolië en herstelde de rust in de staat. Het gevolg hiervan was dat er veel plaatsten zijn naam gaven aan hun woonplaats om hun dank te betuigen.

Voor zijn dood tekende Murat IV een vredesverdag (1639) met de Perzische Safawiden dynastie. Na zijn terugkeer naar Istanbul beviel hij gerespecteerde staatsmannen van het Rijk een nieuw economisch en politiek voor te bereiden om het Rijk terug te brengen naar haar gloriedagen. Maar zijn ziekte en jonge dood liet hem niet toe deze plannen tot uitvoer te brengen.

Murat IV stierf in 1640 op 27-jarige leeftijd aan levercirrose. Op zijn sterfbed droeg hij de executie van zijn broer Ibrahim I op, wat het einde van de Ottomaanse familielijn zou hebben betekend, maar het bevel werd niet uitgevoerd. Murat IV wilde dit omdat Ibrahim niet geschikt was als heerser. Ibrahim was volgens veel historici krankzinnig.

Ibrahim (1640 - 1648)

 

Mehmed lV (1648 - 1687

Osmaanse Rijk in haar grootse omvang (1683)

 

Een ommekeer in de machtsverhoudingen volgde na de in 1683 ondernomen veldtocht tegen Oostenrijk. Deze begon met een tweede belegering van Wenen, maar nadat de stad door de Polen was ontzet, werden de terugkerende Turken keer op keer geslagen, zoadat zelfs een deel van Hongarije door de Oostenrijkers werd terugveroverd. Een belangrijke krijgsperiode volgde, waarin de Turken met Venetië, Polen en Rusland in oorlog raakten. Bij de vrede van Karlowitz (1699) moest Turkije ten slotte zijn aanspraken op een groot deel van Hongarije opgeven, terwijl ook de andere vijanden gebiedsvoordeel kregen.

Sinds 1683 ging het bergafwaarts met het Osmaanse Rijk, hoewel dit in de 17e en 18e eeuw naar de buitenwereld nog niet bleek. Al snel bleek het Rijk economisch steeds afhankelijker van het westen te worden (de handelsbalans met Westerse staten was sterk negatief) en kon het Rijk deze staten ook militair niet meer bijbenen. Rusland drong steeds verder naar het zuiden op. 

 

 

 

Süleyman III (1687 - 1691)
Ahmed ll (1691 - 1695)

 

 

Mustafa ll (1695 - 1703)

 

Osmaanse Rijk (1703-1807)

laatst bijgewerkt: 18-07-01