7202 |
Het Heilige Roomse Rijk (1556 - 1612) |
![]() |
In tegenstelling tot zijn oudere broer Karel V en zijn oudere zusters Eleonora en Isabella werd Ferdinand opgevoed in Spanje. Hij was de zoon van Filips I van Castilië (Filips de Schone) en Johanna van Castilië en ontving bij zijn geboorte de titels Aartshertog van Oostenrijk en Infante van Castilië, León, Aragon en Navarra. Hij was genoemd naar zijn grootvader van moeders kant, Ferdinand II, die ook op 10 maart was geboren. Aanvankelijk was Ferdinand voorbestemd om zijn grootvader op te volgen. Bij de aanstelling van Karel V als koning van Castilië en Aragon en als keizer van het Heilige Roomse Rijk liet hij het bestuur van Oostenrijk en Slovenië over aan zijn broer Ferdinand. Door zijn keuze als koning van Duitsland in 1531 werd voor Ferdinand een aanzet gegeven tot opvolging van Karel V bij zijn troonsafstand en nam hij officieel de taken van de keizer waar in zijn afwezigheid. Nadat sultan Süleyman I Ferdinands zwager Lodewijk II van Hongarije, koning van Bohemen en Hongarije, had verslagen bij de slag bij Mohács op 29 augustus 1526 – waarbij Lodewijk was omgekomen - werd Ferdinand gekozen tot koning van Bohemen. De opvolging in Hongarije leidde tot een verhitte strijd tussen Ferdinand en János Szapolyai, vojvode van Transsylvanië, ieder gesteund door verschillende facties binnen de Hongaarse adel. Ferdinand werd daarbij ook gesteund door zijn broer Karel V, terwijl János erin slaagde om de steun van Süleyman te verkrijgen. |
![]() |
![]() |
boven: overwinning op de Ottomaanse sultan Süleyman in de slag bij Wenen in 1529 In 1529 vond de eerste Slag bij Wenen plaats, waarbij de legers van Ferdinand met succes de aanval van de Ottomanen onder leiding van Süleyman wisten te weerstaan. Er zouden nog meerdere belegeringen volgen, maar in 1533 werd een vredesverdrag met de Ottomanen gesloten, waardoor ook het koninkrijk Hongarije ter sprake kwam. Bepaald werd, dat het westelijk deel onder gezag kwam van Ferdinand en het oostelijk deel onder János’ gezag. Door deze toewijzing slaagde Ferdinand erin, Hongarije tot een erfelijk gebiedsdeel te maken, dat in 1538 nog werd uitgebreid, doordat Ferdinand de opvolger werd van Zápolya. Al in 1531 was bepaald dat de erfopvolging in zijn familie zou blijven en dat Filips II, de toen vierjarige zoon van Karel V, uitgesloten werd voor eventuele opvolging. Als heerser over Oostenrijk, Bohemen en Hongarije introduceerde hij het centrale gezag onder leiding van een absolute monarch. Hij publiceerde een grondwet voor zijn erfelijke landen en stelde regeringsorganen aan naar Oostenrijks voorbeeld in Pressburg (Bratislava), Praag en in Breslau (Wroclaw). Weerstand tegen deze centralisatie leidde er in 1559 toe, dat hij de onafhankelijkheid van deze organen moest erkennen. In 1547 weigerde Bohemen zijn legers beschikbaar te stellen voor een strijd tegen de Duitse protestanten. Met de hulp van Spaanse troepen slaagde Ferdinand erin de opstand hiertegen neer te slaan, waarna de privileges van de Boheemse steden danig werden ingeperkt. In 1556 werd Ferdinand keizer van het Heilige Roomse Rijk - hetgeen overigens pas in 1558 officieel bevestigd werd. Ferdinand stierf in Wenen en werd begraven in de Sint-Vituskathedraal in Praag. Hij werd als keizer van het Heilige Roomse Rijk opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan II. |
![]() |
![]()
Hij trouwde op 13 september 1548 met zijn nicht Maria van Spanje, dochter van Karel V van het Heilige Roomse Rijk. Uit dit huwelijk werden zestien kinderen geboren: Anna van Oostenrijk; zij trouwde met Filips ll van Spanje, Ferdinand (jong gestorven), Rudolf, Ernst, Elisabeth; zij was gehuwd met |
In 1553 verving Maximiliaan II Filips II van Spanje nadat de Duitse keurvorsten geprotesteerd hadden tegen een uitgesproken Rooms-katholieke keizer. Eenmaal op de troon, sloeg Maximiliaan II een nieuwe weg in: in plaats van zich actief achter de Kerk van Rome te scharen en aan de strijd tegen de ketters deel te nemen, had hij besloten vrede en verdraagzamheid te dienen. Hij zou zich niet bij de ene (protestanten) noch bij de ander (Rooms-katholieken) aan sluiten. Geen van de twee partijen kon dus zeggen dat hij een van hen was.
Ook al gaf hij de voorkeur aan vrede, Maximiliaan II had niet onder een oorlog uit gekund. De Turken vanuit het Oosten oefenden een sterke druk uit. De verdediging van de grenzen van de christelijke wereld rustte op het keizerrijk, en vooral op Wenen, dat aan het oosten enorm was blootgesteld. Uiteindelijk kwam het in 1566 tot een treffen van de christelijke legers met de Ottomaanse. Maximiliaan II werd verslagen; maar zonder te vechten. Ferdinand I had tijdens zijn regeerperiode een vredesverdrag gesloten met sultan Na 1565 liet een diplomaat, David Ungnad, hem weten dat er in Constantinopel een leger van 100.000 manschappen bijeen was gebracht. De keizer gaf de rijksmeester van financiën toen opdracht om een even groot leger op de been te brengen. Enige tijd later meldde de rijksmeester, Georg Ilsung, zich persoonlijk bij de keizer met de resultaten van zijn inspanningen: dankzij de hechte contacten met de machtigste bankiers en dankzij zijn eigen vermogen had hij een leger van 80.000 manschappen op de been kunnen brengen, waarvan 50.000 infanteristen en 30.000 cavaleristen. Hierop bevorderde Maximiliaan II Georg Ilsung tot hoofdrijksmeester van financiën en werd hij hiermee de sleutelfiguur van de keizerlijke financiën. Ilsung had echter niet de waarheid gesproken: achteraf gezien waren het maar 25.000 soldaten. Op 12 augustus 1566 verliet het keizerlijke leger Wenen en sloeg 12 dagen later zijn tenten op in het stadje Raab aan de Donau. Maximiliaan II had besloten zich persoonlijk aan het hoofd van zijn troepen te stellen, maar wilde niet als eerste in beweging komen en wachtte de eerste zet van de sultan af. Süleyman nam vervolgens de burcht van Szigeti onder vuur waarop de keizerlijke troepen de belegerden te hulp snelden. Op 9 september viel Szigeti en daarna ook de burcht van Gyula. De keizer besloot weer om niet in actie te komen want 25.000 tegen 100.000: het zou een bloedbad geworden zijn, met ook nog het risico dat de Ottomanen na uitschakeling van het christelijke leger zouden kunnen doorstoten naar Wenen en het in een zucht konden innemen omdat de verdeiging ontmanteld was. Even later keerden de Turken terug naar huis. Op weg naar huis kreeg Maximiliaan II, die geen sterk gestel gehad, last van zijn oude kwaal, hartkloppingen. |
Rudolf ll, de zoon van Maximilian II, was een typische renaissancevorst. Zijn belangstelling ging meer uit naar kunst en wetenschap, dan naar regeren. Hij was daarom meer geleerde dan bestuurder. Als liefhebber van astrologie en astronomie beschermde hij geleerden als Kepler en Brahe, die hij aanstelde tot hofastronomen. Met zijn belangstelling voor occultisme en astrologie was hij een zonderling die zich vooral bezighield met zijn stoeterij en zijn kunst- en curiositeitenverzameling in de Praagse burcht. Rudolf ll was in de geest van de Contrareformatie aan het Spaanse hof opgevoed, maar was afkerig van geweld tegen de protestanten.Geboren in Wenen (1552) vertrok de jonge Rudolf op zijn 11-de jaar naar zijn oom Philip ll in Spanje om daar een "gedegen" opvoeding te genieten. |
![]() |
Onderweg deed hij de Italiaanse hoven aan in Milaan en Genua en snoof daar de eerste kunst op. Het was voor hem een voorbode voor zijn leven aan het hof van Philip. Want daar leerde hij naast oorlogsstrategieën ook de "verfijningen" van het leven kennen: ofwel kunstzaken. Philip was een een groot verzamelaar en aan zijn hof werkten vele kunstenaars. Hij maakte van Rudolf een verwoed verzamelaar, die zich bijna niets ongelegen liet kunst binnen de muren van zijn kasteel te halen. Zeker toen hij in 1583 de Praagse burcht tot zijn residentie maakte. Schilderkunst was voor hem méér dan een ambacht dat een functie diende als decoratie of het opvoeden van het volk. Hij kende haar een even groot intellect en net zoveel schoonheid toe als bijvoorbeeld de natuurwetenschappen. Zo introduceerde Rudolf als een van de eerste Habsburgse keizers l'art pour l'art (kunst om de kunst). Vanuit heel Europa trok hij kunstenaars aan als hofschilders. Die maakten voornamelijk portretten, oorlogsscčnes én mythologische taferelen. Ze dienden de schoonheid. Maar niet minder bevestigden zij de goddelijke uitstraling van de keizer. Bovendien kon hij zo "intellectueel" en ongegeneerd van bloot genieten. Rudolf verzamelde fanatiek. Hij moest er zijn kasteel voor uitbreiden. Diplomatieke missies leverden altijd wat top. Zijn politieke steun kreeg hij bevestigd met kunst. Rond 1580 stelde hij zijn hofschilders aan als makelaars en stuurde hen op pad om de fijnste werken binnen de muren van zijn kasteel te halen. Zelfs altaarstukken waren niet veilig voor zijn keizerlijke hebberigheid. Bij tijd en wijle was deze ontoerekeningsvatbaar. Voor Duitsland werd het een ramp, dat de man, een onevenwichtig persoon was, voortdurend op de rand verkeerde van krankzinnigheid. Perioden van geestesziekte, met heftige razernijaanvallen, konden gevolgd worden door uitputting en apathie. |
Oostenrijks-Ottomaanse oorlog (1593 - 1606)
Als gevolg van zijn toenemend onvermogen tot regeren, dwongen zijn broers (w.o. Matthias) en neven hem de regering over alle erflanden aan hen over te dragen. In 1608 werd zijn macht beperkt tot Bohemen. Rudolf was katholiek, maar de Boheemse protestanten dwongen hem in 1609 de beroemde "Majesteitsbrief"af, waardoor zij bepaalde kerkelijke rechten kregen. Nadat hij in 1611 ook hier afstand had moeten doen, was zijn keizerstitel tot louter formaliteit gereduceerd. In 1612 stierf de ongelukkige Rudolf. Zijn kunstcollectie viel uit elkaar. Zijn nazaten wilden geld voor hun waar. |
laatst bijgewerkt: 24-07-09 |