7201

Het Heilige Roomse Rijk (1508 - 1556)

Heilige Roomse Rijk (1438-1500) ; Oostenrijk ()
Maximilian I (1493-1519) Artshertog van Oostenrijk (1493 - 1519) Keizer van het Heilige Roomse Rijk (1508-1519), Hertog-gemaal van Luxemburg, Hertog-gemaal van Brabant, Hertog-gemaal van Vlaanderen

In 1508 werd Maximiliaan door Paus Julius II tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond — hij was echter al de facto keizer sinds 1493, het jaar waarin zijn vader Frederik lll overleed. Als weduwnaar van Maria van Bourgondië, (Hertogin van Bourgondië, Hertogin van Brabant, Hertogin van Gelre, Hertogin van Limburg, Gravin van Vlaanderen, Gravin van Henegouwen, Gravin van Artesië, Gravin van Lothier, Gravin van Luxemburg, Gravin van Charolais, Gravin van Holland, Gravin van Zeeland en Gravin van Zutphen) die in 1482 was overleden, was hij regent over de Bourgondische Nederlanden van 1482-1493 voor zijn zoon Filips de Schone en van 1506-1515 voor zijn kleinzoon Karel V

Maximiliaan was weinig succesvol in zijn vele oorlogen, onder meer tegen Frankrijk. Onder zijn bewind werden in het Heilige Roomse Rijk, eigenlijk voor het laatst, interne hervormingen van enig belang doorgevoerd, met name de Eeuwige landvrede, de oprichting van het Reichskammergericht, de indeling in tien Kreitsen en de instelling van de Reichsmatrikelordnung. Dit alles was echter ontoereikend om de reeds vérgevorderde staatkundige desintegratie van het Rijk zelfs maar tot stilstand te brengen. Het uitgeholde keizerschap kon slechts in verbinding met de imposante Habsburgse 'Hausmacht' (dwz. de macht die de dynastie kon ontlenen aan haar territoriale bezittingen) in de rijkspolitiek nog invloed laten gelden, terwijl de Rijksdag, die in zijn drie collegiën de rijksstanden, te weten de keurvorsten, vorsten en vrije steden, verenigde, al om structurele redenen niet geschikt was om een werkelijk middelpunt van de politieke bedrijvigheid te worden. 
Karel V (1519 - 1556)

Karel V, de zoon van Philips de Schone en Juana (Johanna) van Castilië, sinds 1516 koning van Spanje, volgde op  28 juni 1519 zijn grootvader Maximiliaan I op als keizer. Hiervoor was een omkoopsom van bijna een miljoen goudgulden nodig om Frans I van Frankrijk buiten de deur te houden. In datzelfde jaar onderwierp Hernando Cortez het Aztekenrijk in Mexico, zodat goudguldens geen probleem waren. 

Karel V (Titiaan).
In 1524 kwamen duizenden ontevreden boeren in opstand tegen hun landeigenaren. Sommige van deze landeigenaren waren van adel, anderen waren bisschop of abt van een klooster. Zij wilden net als vroeger de boeren tot een horigen maken. Ze dwongen hen tot het betalen van hoge belastingen en ook waren de boeren verplicht om enkele dagen per week op het land van hun landheer te werken. De opstand werd onderdrukt en de landheren bleven de baas. Luther haastte zich te verklaren dat het volk niet het recht had om tegen hun vorsten in opstand te komen, maar "alles aan God moesten overlaten", maar daarmee waren Karel V en de Duitse vorsten niet helemaal gerustgesteld. 
In 1530 werd Karel V door de paus tot keizer van Duitsland gekroond. Als verkiezingsbelofte (zogenaamde kiescapitulatie) had hij de Duitse keurvorsten moeten beloven dat hij geen verbonden zou sluiten zonder de keurvorsten daarin te kennen. Verantwoordelijk voor deze regeling was Frederik de Wijze van Saksen. Deze nam hiermee de hervormer Luther in bescherming. Karel V was voorstander van een verenigd christelijk rijk, maar dit middeleeuwse idee strookte niet met de Habsburgse dynastiepolitiek. Het Heilige Roomse keizerschap was slechts een titel geworden. Duitsland viel weer in deelstaten uiteen en de rest van Karel V's rijk begon al spoedig aan een onafhankelijkheidsstrijd. In de Nederlanden zou in 1568 de Tachtigjarige Oorlog uitbreken. 

De blijvende tegenstelling tussen de keizer en het rijksapparaat enerzijds en het ongebreidelde particularisme der rijksstanden, in het bijzonder der territoriale vorsten, anderzijds (in totaal waren er meer dan 2500 staatjes) werden in het tijdperk der Reformatie in aanzienlijke mate verscherpt. In de streken die protestants werden, wisten de betrokken vorsten en stadsbesturen door de secularisering van de kerkelijke goederen en door de vestiging van een eigen kerkelijke organisatie, het Landeskirchentum, hun machtspositie te versterken. Doordat ettelijke geestelijke vorstendommen in wereldlijke omgezet werden, zag de keizer daarentegen zijn invloed vooral in het noordoosten van het Rijk ernstig achteruitgaan. De godsdienstige verdeeldheid, door de Vrede van Augsburg (1555) bezegeld, werd door de beide partijen als ondraaglijk ondervonden; de pogingen, vooral van rooms-katholieke zijde, om het precaire evenwicht alsnog ten eigen gunste te doen omslaan, leidden ten slotte tot de Dertigjarige Oorlog.

Moegestreden stoot Karel V de ene na de andere kroon af. Ferdinand I , zijn jongere broer kroonde hij in 1526 tot koning van Bohemen en in 1531 tot Rooms koning. In die functie verving hij Karl V tijdens zijn afwezigheid. Ferdinand was gehuwd met Anna van Bohemen en Hongarije en was een vervend aanhanger van de Contrareformatie.

In 1556 deed Karel V afstand van de troon en trok hij zich uit de wereld terug. Op 21 september 1558 overleed hij in Estremadura. Ferdinand volgde hem in Duitsland op als keizer van Duitsland. Zijn zoon Filips ll werd koning van Spanje, de koloniën in Noord-Amerika, over delen van Italië en over de Nederlanden.

Reformatie en Contra-reformatie

De Reformatie begon toen Luther in 1517 zijn 95 stellingen tegen de aflaathandel op de slotkapel van Wittenberg hamerde. Zijn leer werd in de jaren 1522-1526 in verschillende Duitse landen en steden ingevoerd. De protestanten streefden niet alleen religieuze, maar ook sociale hervormingen na, onder meer in reactie op de boerenoorlogen.

Na de secularisatie van veel protestants geworden kerkelijke vorstendommen zag keizer Karel V zijn invloed afnemen, met name in Noord-Duitsland. In de Schmalkaldische Oorlog (1546-1547) versloeg hij wel het protestantse Schmalkaldisch Verbond en in 1555 werd de Godsdienstvrede van Augsburg gesloten.

Als reactie op de Reformatie werd ook in Duitsland de Contrareformatie ingezet. Naast de Inquisitie ter vervolging van "afvalligen", ontstonden er verschillende nieuwe ordes, waaronder die der jezuïeten. Keizer Maximiliaan II neigde naar het protestantisme, maar bekeerde zich om politieke redenen niet. De Contrareformatie verscherpte zich onder keizer Rudolf II en leidde tenslotte tot de Dertigjarige Oorlog (1618-1648).

Duitsland (1556-1600)

laatst bijgewerkt: 02-07-05

colofon