6533

Lage Landen (1482 - 1494)

  Lage Landen (1477-1482)

Maximiliaan (1482-1494) regent

Na de dood van Maria de Rijke trad haar echtgenoot Maximiliaan  op als regent voor zijn 3-jarige zoon Filips de Schone. Gemakkelijk zou hij het niet krijgen. Maximiliaan kreeg te maken met opstanden in het Sticht (1481-1482), Vlaanderen (1482-1492), Holland, Zeeland en Gelre

In 1483 landde de Hoekse edelman Jonker Frans van Brederode met een vloot vanuit Vlaanderen in Rotterdam. Woerden en Geertruidenberg werden ingenomen en overal in de omgeving trokken Hoekse roofridders rond. 

rechts: Maximiliaan l

Hoeken en Kabeljauwen
Twee in samenstelling vaak wisselende groepen van edelen en steden in Holland en Zeeland tussen circa 1350 en het einde van de 15de eeuw vormen de Hoeken en Kabeljauwen. De naam stamt vermoedelijk uit de successiestrijd die na de dood van graaf Willem IV (1345) uitbrak tussen diens oudste zuster Margaretha en haar zoon Willem V, maar de naam duikt pas op in 1390. De verklaring van de naam is er niet. De oorsprong van de tegenstellingen tussen groepen van edelen en hun onderlinge twisten moet worden gezocht in veten tussen adellijke geslachten, waarin ook de steden, die door onderlinge vijandschappen verdeeld waren, partij kozen.

De inzet was oorspronkelijk het verkrijgen en behouden van invloed op het bestuur en van winstgevende functies in de regering en aan het hof van de graaf. Het overlijden van Willem VI in 1417 veranderde de partijstrijd in een strijd om de rechten van Jacoba van Beieren op de opvolging. Daarna ging het meer over de vraag of men vóór Bourgondië (Kabeljauws) of tegen Bourgondië (Hoeks) was. De partijkeuze hing vaak van lokale kwesties of.

Tegenstellingen in de regerende geslachten in de steden verbonden zich met adellijke veten en gingen in de Hoekse en Kabeljauwse twisten op. De Bourgondiërs hebben niet alleen een einde aan de twisten gemaakt - de Jonker Fransenoorlog (1488-1492) was een laatste wanhopige poging van de Hoeken het tij te keren -, maar ook de maatschappelijke structuur zo veranderd dat partijschap in deze vormen geen enkele zin meer had.

Tijdens de strijd in Vlaanderen brak in Holland en Zeeland een opstand uit die bekend staat als de Jonker Fransenoorlog. Holland heeft door deze oorlog ontzettend geleden. Doordat er zoveel mannen onder de wapenen werden geroepen, lag de nijverheid voor een groot deel stil. De handel leed ernstig door de overvallen van de Hoekse bannelingen op de handelsschepen vanuit de havenstad Sluis. Het platteland werd verwoest en levensmiddelen werden schaars. 

De leider van de Hoeken was Jonker Frans van Brederode, een telg uit een oud adellijk geslacht, die hoopte dat eens de oude riddertijd zou terugkeren. Hij werd op 3 april 1488 in Hulst door een commissie van drie mannen (waaronder zijn halfbroer Walraven van Brederode, die later zou overlopen naar de Kabeljauwen) gekozen tot leider van de Hoeken, nadat de Hoeken niet akkoord gingen met de benoeming van Maximiliaan I van Oostenrijk tot regent voor zijn minderjarige zoon Philips de Schone, Hertog van Bourgondië en Graaf van Holland.

Hij schraapte een een behoorlijke vloot bij elkaar en slaagde erin daarmee Rotterdam in te nemen. Prompt verklaarde Jan van Montfoort zich voor Jonker Frans en veroverde Woerden, slot IJselmonde en Geertruidenberg. Zijn bendegenoten trokken als roofridders rond in de omgeving. Jonker Frans lukte het om met zijn vloot op 18 november 1488 Rotterdam met hulp van binnenuit te verrassen. Hij bezette ook Delfshaven en Overschie. De Hoeken slaagden er echter niet in om Delft, Gouda en Schiedam te overmeesteren. Ook de aanval op Dordrecht mislukte. 

Vanuit Rotterdam plunderden de handlangers van Frans het omliggende platteland en deden pogingen om verschillende steden te veroveren, zoals Schoonhoven, wat mislukte.  Woerden en Geertruidenberg slaagde wel. De Hoekse victorie was echter van korte duur: Jan van Egmond omsingelde Rotterdam en sloot het zo van voedseltoevoer af. De Rotterdammers smeekten Frans de stad te verlaten en Frans besloot zich terug te trekken. In 1490 werd hij tenslotte in de slag bij Brouwershaven vernietigend verslagen door de stadhouderlijke vloot. Jonker Frans werd in Dordrecht in de Puttoxtoren gevangengezet, waar hij spoedig aan zijn verwondingen bezweek. Zij die hadden samengewerkt met Frans en die gepakt werden kwamen er niet goed van af. De Rotterdamse burgemeester Wormbout Wormboutszoon en andere bendeleiders werden in juli 1489 in Delft veroordeeld en onthoofd.

In Rotterdam groeide Jonker Frans al snel uit tot een held. Door de oorlogen was de positie van Rotterdam in vergelijking met de omliggende steden enorm versterkt. Zo had het nabijgelegen Delft al zijn schepen verloren en Gouda de helft van de huizen. Dankzij Jonker Frans werd Rotterdam definitief een stad van betekenis in Holland.

Huis Weena (Hof van Weena), de naam Weena is een oude Germaanse vrouwennaam, is verwoest in de Jonker Fransen periode op last van Jacoba van Beieren. De naam Hof-plein komt van het slot Het Hof van Weena. Hierboven een fantasietekening van het Hof van Weena, zoals het er uit zou hebben gezien rond 1400. ) z. ook: Rotterdam (1300 - 1400)

Onderin links is Overschie, rechtsboven Delfshaven en links Rotterdam (kaart uit 1500 - 1550)

Het vreemde aan de geschiedenis over Jonker Frans is dat hij al vrij snel na alle gebeurtenissen werd vereerd: hij is een Rotterdamse held geworden. Waarom een straat naar iemand noemen die zoveel schade heeft veroorzaakt voor een stad? De achteruitgang was duidelijk te merken: in 1477 waren er in Rotterdam 1275 'haardsteden' (huizen), in 1496 waren dit er nog maar 972, waarvan de helft door armen werd bewoond. Ook de haringvloot, die voor Rotterdam zo belangrijk was, had onder de Jonker te lijden gehad: van 24 schepen in 1477 naar 11 schepen in 1496, evenals de bierbrouwerijen, waar er van de 25 nog maar 6 werkten. Waarschijnlijk heeft het ermee te maken dat Rotterdam zwaar getroffen was, maar de omliggende steden en concurrenten nog veel zwaarder. Rotterdam had een paar schepen verloren, Delft was ze allemaal kwijt. In Rotterdam was een kwart van de haardsteden verloren gegaan, in Gouda bijna de helft. De Jonker Frans-oorlog had de concurrenten uitgeschakeld en de invloed van Rotterdam op het platteland vergroot. Maar 'misschien echter het meest was het de faam die Jonker Frans de stad had verleend: de naam van de stad lag door het ganse land op ieders lip'. 

In 1492 werd het laatste Hoekse bolwerk Sluis door Albrecht van Saksen ingenomen. De Jonker Fransenoorlog, de laatste heftige uitbarsting van Hoeks verzet, was daarmee voorbij. Hiermee kwam er ook een eind aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten.

Op 8 januari 1488 gaf Maximiliaan de opdracht de geregelde zeestrijdkrachten ter hand te nemen door middel van een ordonnantie op de Admiraliteit. Deze ordonnantie kunnen we beschouwen als de geboorteakte van de huidige marine. Degene die de opdracht kreeg de organisatie van de geregelde zeestrijdkrachten in handen te nemen, was Filips van Kleef. Hij was dus de eerste admiraal.

Nog een andere opstand teisterde in die jaren Holland, namelijk die van het Kaas- en Broodvolk in West-Friesland, Kennemerland en Waterland in het voorjaar van 1491. De naam geeft aan dat hier mensen in opstand kwamen, die geen kaas en brood konden kopen, omdat zij zulke hoge belastingen moesten betalen. Ook door een slecht oogstjaar en door de oorlogsrampen was de bevolking verarmd. Door overstromingen was veel weidegrond verzilt en tot overmaat van ramp legde een rest van de verslagen vloot van Jonker Frans een schepenblokkade bij Texel in het Marsdiep. De vrachtvaart van en naar West-Friesland werd daardoor lam gelegd. De prijs van het graan schoot omhoog en er ontstond zelfs hongersnood. Pasen 1491 barstte de bom. De Westfriese boeren weigerden het ruitergeld te betalen. In Alkmaar sloten werkloze textielarbeiders zich bij de opstandige boeren aan. Het jaar daarop werd een leger georganiseerd, primitief samengesteld met stokken en vorken. Er werden banieren en vaandels meegedragen waarop stukken kaas en broden waren afgebeeld, want dáárvoor streden ze. Het boerenleger trok zegevierend Alkmaar binnen, en passant twee kastelen van Floris V, de Nieuwenburg en de Middelburg, grondig verwoestend. 

Jan van Egmond probeerde nog bij verrassing Alkmaar in te nemen, maar dat mislukte. Daarna trokken de opstandelingen op naar Alkmaar, waar de belastinginner en twee schepenen op bloedige wijze werden vermoord. Vandaar trok het leger op nar Leiden, in de verwachting dat de vele werkloze textielarbeiders daar zich bij de opstand zouden aansluiten. Maar ditmaal was Jan van Egmond hen voor; hij wachtte hen binnen de muren op met een grote gewapende macht. De stormloop van het Kaas- en Broodvolk op de muren mislukte en Jans mannen richtten een waar bloedbad aan. In paniek verspreidden de boeren zich en velen namen de vlucht naar huis. Een kleine kern gaf de strijd echter nog niet op. Inmiddels was een leger Duitse huursoldaten op bevel van Maximiliaan in Noordwijk aangekomen. De soldaten trokken al plunderend door Zandvoort, Wijk aan Zee en Beverwijk. Bij Heemskerk werd met de rest van het Kaas- en Broodvolk op meedogenloze wijze afgerekend. De leiders van de opstand eindigden hun leven op het schavot in Haarlem. De steden die aan de opstand hadden meegedaan werden zwaar gestraft, vooral Alkmaar. Alle privileges van de stad werden opgeheven, de muren en poorten geslecht, de grachten gedempt. 

Lage Landen (1494-1506)

laatst bijgewerkt: 03-10-02

colofon