6226 |
Holland - Zeeland en Henegouwen (1299-1354) |
![]() In de eerste helft van de 14e eeuw werden de graafschappen Holland en Zeeland geregeerd door de graven van Henegouwen. Jan ll (1296-1304), Willem lll (1304-1337), Willem lV (1337-1345). De Graven van Henegouwen hadden geen enkele band met Die Haghe of het Paleis dat graaf Willem llll van Holland had willen bouwen en waarvan de Ridderzaal een eerste aanzet was geweest. Ze zullen het erg indrukwekkend hebben gevonden, maar het lag in een bos en in een dorpje zonder enige status. Zij verbleven er hooguit een paar weken in de winter, liever trokken zij zich terug op hun kasteel te Middelburg, of nog verder naar het -warme- zuiden, in Henegouwen. |
Jan ll van Avesnes (1296-1304) Graaf Jan l van Holland van Holland, die in 1299 was overleden, had geen kinderen nagelaten. Zijn naaste erfgenaam was Jan ll van Henegouwen. Hij zou Holland maar een paar jaar besturen (tot 1304). De Graven van Avesnes regeerden al enige tijd over het Graafschap Henegouwen. Door toedoen van Engeland had de Graaf van Avesnes Holland en Zeeland in handen gekregen. Zijn moeder was de zus van graaf Floris V van Holland. Jan II werd tevens heer van West-Friesland (kop van (het tegenwoordige) Noord-Holland).Een gedeelte van het oude Graafschap Henegouwen is tegenwoordig een provincie van België. Het grenst aan Frankrijk en is ongeveer 3.787 vierkante km groot (de huidige provincie Zuid-Holland is 2.867 vierkante km groot). In de Middeleeuwen was het Graafschap Henegouwen echter vele malen groter en omvatte tevens stukken van het huidige Frankrijk, Luxemburg en Duitsland. Henegouwen grensde aan Vlaanderen (Noorden), Brabant en Luik (in het Oosten) en Rethelois en Thiérache in het Huidige Frankrijk. Zo behoorde ook het grote Vallenciennes in het huidige noord Frankrijk (tot 1678) bij Henegouwen. rechts: Jan ll van Henegouwen |
![]() |
Graaf Jan II was erg bezig met het voeren van oorlog(en). In 1300 tegen Koning Albert I van Duitsland en in dat zelfde jaar tegen een invasiemacht die uit Engeland kwam. Hij moest in 1301 een opstand in Zeeland neerslaan. In 1302 verkeerde Holland in een noodtoestand. De Vlamingen hadden het Franse bezettingsleger verslagen (Guldensporenslag bij Kortrijk) en waren Holland en Zeeland binnengevallen. Ze behaalden de ene overwinning na de andere op de Hollanders. Het Vlaamse leger stond op een gegeven moment even ten zuiden van Haarlem. Heel Holland en Zeeland waren in opschudding. In 1304 versloeg hij de Vlamingen die een stuk van Zeeland hadden weten te bezetten. |
![]() |
Willem lll graaf van Holland en Zeeland (1304-1337), als Willem l graaf van Hengouwen (1304 - 1337) Voordat hij zijn vader Jan ll van Avesnes opvolgde, nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen. Nadat hij zijn vader had opgevolgd zette de strijd met de Vlaamse erfvijanden met wisselende hevigheid voort tot de Vrede van Parijs (6 maart 1323), waarbij de graaf Lodewijk ll van Vlaanderen van alle leenheerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde afzag. Inmiddels had hij zich weten op te werpen tot de feitelijke meester in het Sticht Utrecht, terwijl hij verder ging met zijn macht over Friesland uit te breiden. Willem lll beschouwde zichzelf als een echte ridder. Hij streed als legeraanvoerder van het Franse leger tegen de Vlaamse boeren die in opstand waren gekomen tegen graaf Lodewijk ll tijdens de Slag bij Kassel in 1328. Ook voerde verschillende oorlogen tegen de Friezen en tegen het Sticht. Dat kostte natuurlijk allemaal veel geld. Om aan geld te komen verkocht hij voor veel geld allerlei goedbetaalde baantjes aan zijn hof aan rijke edelen die in de handel veel hadden verdiend. Ook verkocht hij de steden allerlei privileges. Willem lll had belangrijke baantjes, zoals het lidmaatschap van de Raad of de Vroedschap voor veel geld verkocht aan rijke kooplieden en ondernemers. |
Op die manier hield hij hen te vriend en bovendien kon hij hun geld heel goed gebruiken. Een ander voordeel was, dat de mensen, die deze functies bekleedden niet gebonden waren aan verplichten jegens de stad waar zij vandaan kwamen of jegens hun familie. Dat was natuurlijk wel flink tegen het zere been van de oude adellijke families, die voorheen de dienst uitmaakten. Hun verzet werd nog verder aangewakkerd, doordat sommige burgerbestuurders hun positie gebruikten om er nog rijker door te worden. Zijn streven naar pacificatie in het binnenland bezorgde hem bij latere geschiedschrijvers zijn bijnaam "de Goede". Tijdens zijn regering werden de tresorie en de kanselarij doeltreffend ingericht, terwijl de effectiviteit van de grafelijke raad toenam. Na Willems dood in 1337 trad zijn weduwe Johanna in het klooster te Fontenelle, waar zij in 1352 overleed |
Willem lV (1337-1345) Zijn opvolger, graaf Willem lV was jong en wilde wat. Hij had al gevochten voor Granada, in het Heilige Land en drie keer in Pruisen. Na een hevig beleg van Utrecht in de zomer van 1345 stak graaf Willem met een leger van ridders van Enkhuizen naar Friesland over en ging aan land ten noorden van Stavoren, terwijl een ander deel ten zuiden daarvan landde. De Hollanders werden in de pan gehakt en Willem lV sneuvelde. In de vijftig jaar daarna gelukte het de Hollanders niet een nieuwe overtocht te organiseren, hoewel de graven nog wel pretendeerden heer van Friesland te zijn. |
![]() |
Willem lV, die gehuwd was met Johanna van Brabant, was gestorven zonder kinderen na te laten. Daardoor kwam er een eind aan de regering door de vorsten van het Henegouwse Huis. Met zijn dood was er niet alleen een gravenhuis uitgestorven, maar ook een burgeroorlog geboren, waarin de al lang smeulende ontevredenheid tot een uitbarsting kwam. Deze burgeroorlog staat bekend als de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Bovendien raakte Holland verwikkeld in oorlogen buiten zijn grenzen, met Engeland, de Hanzesteden en Frankrijk.
Willems gebieden werden geërfd door de Duitse keizer In 1345 ontving Margaretha van haar echtgenoot Holland, Zeeland en Henegouwen in leen. Onder druk van de protesten tegen dit besluit, wees zij in 1354 haar toen 13-jarige zoon Willem aan als stadhouder (= plaatsvervanger) en vertrok zelf weer naar Duitsland. Links: Voor het Schielandshuis werd in 1990 een standbeeld geplaatst van Graaf Willem IV, de man die op 7 juni 1340 aan Rotterdam stadsrechten verleende. |
|
laatst bijgewerkt: 08-09-10 |