3047 |
Holland - Zeeland - Henegouwen (1354-1358) |
![]() |
Voor Willem V (1354-1358) brak een moeilijke tijd aan. De edelen in zijn raad probeerden hem zoveel mogelijk in zijn macht te bekortten. Andere edelen waren ontevreden, omdat zij van alle invloed waren uitgesloten. De steden hielden de beurs gesloten. Sommigen drongen er bij Willem op zichzelf tot graaf te laten uitroepen. De koning van Engeland en de graaf van Gulik, die met de zusters van zijn moeder waren getrouwd, maakten namelijk aanspraak op Holland en Zeeland. De bisschop van Utrecht en de Friezen waren zijn gebieden al binnengevallen. Erger werd de situatie nog toen keizer Lodewijk stierf en een vijand van de familie hem opvolgde. Ook Margaretha zag het gevaar. De koning van Engeland en de graaf van Gulik, die met de zusters van zijn moeder waren getrouwd deden aanspraken op Holland en Zeeland; en de bisschop van Utrecht en de Friezen waren deze gebieden al binnengevallen. | ![]() |
Tegen een flinke som geld en een jaarlijkse toelage wilde zij Holland en Zeeland wel aan haar zoon Willem afstaan. In Henegouwen zou hij echter stadhouder blijven. De voormalige raadsleden van Willem lV, de Van Duvenvoordes en hun clan, de Van Wassenaars en de Brederodes, vonden het een uitstekend plan. Zij hadden de belangrijkste banen aan het hof in handen en waren van plan die te behouden. Maar de steden, behalve Dordrecht, die het geld moesten opbrengen, dachten er heel anders over. Zij hadden al zulke zware offers moeten brengen voor het wanbeleid van de verkwistende Willem lV. En natuurlijk kwamen ook de buitengesloten adellijke families tegen het plan in opstand.
Willem V, die de beloofde geldsommen lang niet bij elkaar kon krijgen, besloot toen de kant van zijn vroegere tegenstanders te kiezen. Dat waren de Hollandse steden onder aanvoering van Delft en de families van Egmond en van Heemskerk. Al gauw werd Willem hun nieuwe leider. Zijn aanhangers noemden zich Kabeljauwen, waarschijnlijk vanwege de blauwgrijze ruiten op Willems wapenschild, maar misschien was het ook wel een ordinaire scheldnaam. Hun belangrijkste doel was: inspraak van de steden op het landsbestuur. De steden en de adel zouden volgens hen mee moeten beslissen in belangrijke zaken die het graafschap aangingen. De aanhangers van Margaretha namen als reactie daarop de naam Hoeken aan. Hoeken waren de haken om vissen te vangen. Hoeken heetten ook de schepen waarmee men op kabeljauwvangst ging. Gevechten tussen Hoeken en Kabeljauwse edelen waren aan de orde van de dag. Willem V zette de Hoekse edelen, die in de steden nog steeds de dienst uitmaakten, uit de Raad en verving deze door edelen die Kabeljauwsgezind waren. Vervolgens liet hij de Hoekse edelen uit Holland en Zeeland verdrijven en hun kastelen met de grond gelijk maken. In de steden lieten de ambachtsgilden, waarin de kleine ambachtslieden zich verenigd hadden, steeds vaker hun stemgeluid horen. Zij vonden dat de grote ondernemers veel te veel boven hen bevoorrecht werden en eisten inspraak in het stadsbestuur. De nieuwe Kabeljauwse stadsbestuurders wilden daar niets van weten. Zij wilden zelf liever de baas zijn in de stad. In vele steden kwamen de ambachtsgilden daarom in opstand. In sommige steden sloten zij zich aan bij de Hoekse edelen. In 1354 legden moeder en zoon hun geschil bij. Willem werd erkend als graaf van Holland. Margaretha kreeg toch een geringe vergoeding. In de jaren dat graaf Willem V regeerde (1354-1358) ging het in de handel niet slecht. Vooral met Engeland werd steeds meer handel gedreven, vooral door de kooplieden uit Zeeland. Dordrecht en Amsterdam werden drukker bezocht door kooplieden uit de Hanzesteden, die de Vlaamse steden liever wilden mijden. Tegelijkertijd kwam de nijverheid in de steden tot grote bloei. In 1357 schonk (of beter: verkocht Willem V, die dringend behoefte had aan geld, Hoorn stadsrechten. Tegen betaling van 1550 schilden, een munt ter waarde van anderhalve gulden, kreeg Hoorn het fel begeerde poortrecht. Willem V heeft maar een paar jaar mogen regeren. Na vier jaar werd hij ongeneeslijk krankzinnig verklaard, waarna zijn broer hertog Albrecht van Beieren (1358-1404) in 1358 zijn taak overnam.
laatst gewijzigd: 31-07-02 |