2028

Het Binnenhof en de Ridderzaal

Graafschap Holland (1203 - 1256)

Bij Loosduinen bezaten de graven van Holland een jachtslot, dat bij een klooster lag. Graaf Floris lV (1222-1234) wilde echter een huis op "eigen grond"  en kocht in 1229 een landgoed van Vrouwe Meiland van Wassenaar in het duizenden jaren oude Haagse Bos, nabij een duinmeertje. 
Toen Floris IV het landgoed kocht was het niet zijn bedoeling geweest een stad te stichten. Hij bouwde er een eenvoudige hoeve (resten hiervan op   werkdagen te bezichtigen. Ze bevinden zich onder de Ridderzaal .

Tussen 1230 en 1234 liet hij de oude hoeve van vrouwe Meiland van Wassenaar ombouwen tot een klein kasttel (donjon), waarbij mogelijk van de oude bouwresten gebruik werd gemaakt. Om het hele terrein werden wallen van aarde en hout opgeworpen. De namen Fluwelen Burgwal, Lutherse Burgwal en Gelderse burgwal herinneren ons nog aan de afmetingen van dit terrein. Floris lV heeft zijn jachtslot maar kort mogen bewonen. In 1234 liet hij in een riddertoernooi het leven. 

Willem II wilde van het landgoed een Keizerlijk paleis maken. Hij gaf de aanzet tot de bouw van de Ridderzaal. Waarschijnlijk (maar dit zullen we waarschijnlijk nooit zeker weten) was het zijn bedoeling dit gebouw veel groter te maken dan het nu -al- is.
Willem II kwam vroegtijdig te overlijden en voor Die Haghe leken onzekere tijden aan te breken. Zijn kleinzoon
Floris V was echter vast van plan zijn vader te eren en bovendien verzot op het Paleis. Omstreeks 1270 verhuisde hij het grafelijke hof van Leiden naar Den Haag. Om in dit kasteel ontvangsten en feesten te kunnen houden, liet hij bij de Ridderzaal afbouwen. Vanaf dat moment gold het kasteel als de residentie van de graven van Holland. Het stond aan de hofvijver en was omgeven door muren en slotgrachten. Het ommuurde en omgrachte terrein waarop dit grafelijke kasteel stond, grensde aan de westzijde aan een voorhof (het Buitenhof) met de stallen en andere gebouwtjes, dat vanuit het noorden alleen bereikbaar was via een grote poort, de Gevangenpoort. Aan de oostzijde grensde het terrein aan een gebied met moestuinen (tegenwoordig het Plein) en het Haagse Bos. 

Na de dood van zijn zoon Jan in 1299 kwamen de graven van Henegouwen (Jan ll, Willem lll en Willem lV) aan de macht . Zij hadden geen enkele band met Die Haghe of het Paleis. Ze zullen het erg indrukwekkend hebben gevonden, maar het lag in een bos en in een dorpje zonder enige status. Zij verbleven er hooguit een paar weken in de winter, liever trokken zij zich terug op hun kasteel te Middelburg, of nog verder naar het -warme- zuiden, in Henegouwen. Daarnaast was vooral graaf Jan II erg bezig met het voeren van oorlog(en).

Nadat de familietak van Floris V na zijn dood in 1296 was uitgestorven, kreeg Holland graven uit het graafschap Henegouwen. Deze Henegouwse graven hadden hun residentie in Middelburg en maakten van het Haagse kasteel nauwelijks gebruik. Een deel van de bebouwing (het Stadhouderlijk Kwartier) werd ingericht voor de stadhouder, de plaatsvervanger van de graaf. Het kasteel rakte toen mogelijk in verval. Regen, wind, zon en vorst zullen hun tol hebben geëist en wellicht werd het paleis in die jaren (1296-1345) overwoekerd door plantengroei.

Albrecht van Beieren en zijn opvolger Willem lV (1354-1358), woonden weer permanent op het Binnenhof. Door hen werd het complex ook sterk uitgebreid, waardoor het Binnenhof langzamerhand geheel door bebouwing omgeven raakte. Toen Holland in 1433 deel uit ging maken van het Bourgondische Rijk, verloor het grafelijke kasteel zijn eigenlijke functie, waarna het wederom langzaam verviel.

In 1585 vestigde Maurits zich in het Stadhouderlijk Kwartier. Hij liet dit gedeelte verbouwen (met o.a. de Mauritstoren) en in hetzelfde jaar  werd het Binnenhof zetel van de Staten Generaal.

De Ridderzaal
Hoewel de Ridderzaal, die vroeger de 'Grote' of 'Nieuwe Zaal' genoemd werd (de oude Zaal lag achter de Ridderzaal) er oud uit ziet, heeft hij er eeuwenlang anders bijgestaan. In de 19e eeuw heeft men allerlei gebouwtjes die er in de loop der eeuwen bijgebouwd waren verwijderd en de middeleeuwse gevel voor een groot gedeelte gereconstrueerd.

De Ridderzaal, het (dwars) daarachter gebouwde Rolgebouw en de vierkante "De Lairessevleugel" daar weer achter, is in feite het oorspronkelijke grafelijke paleis. 

De houten kap (dak), is 1900 gereconstrueerd naar opmetingen van de oorspronkelijke, reeds in 1861 afgebroken, bekapping. Het bovenste gedeelte van het gebouw en de twee ronde torens zijn de oudste onderdelen van de huidige Ridderzaal. Het portaal en de twee torenspitsen dateren van 1880. In de laatste decennia van de 19e eeuw zijn er plannen geweest om het hele complex af te breken. Dit was niet voor het eerst, want ook in de 17e eeuw waren er al plannen voor sloop van het gebouw. Stadhouder Prins Maurits wilde er een Paleis in Italiaanse Stijl voor in de plaats hebben. De financiële middelen ontbraken daar toen echter voor en dus nam Maurits genoegen met een uitbreiding van het oude Stadhouderlijke kwartier met een naar hem genoemde toren.

De Stadhouders, vanouds vertegenwoordigers van de Graaf van Holland, later van de koning van Spanje, hadden hun hoofdzetel in de gebouwen in de hoek van de Hofvijver en het Buitenhof. Die situatie bleef ongewijzigd toen de Staten van Holland de Spaanse Koning afzwoeren als landsheer (1581).

In tegenstelling tot hun nieuwe machtspositie bleven de Staten van Holland zelf vooralsnog gehuisvest in een vrij bescheiden gebouw aan de hofvijver. Pas in het eerste stadhouderloze tijdperk (na de dood van Willem II in 1650) zou de nieuwe Statenzaal in gebruik genomen worden.

Ten tijde van Stadhouder Prins Frederik Hendrik was het Binnenhof nog echt een Stadhouderlijk hof. Hoewel Frederik Hendrik eigenlijk slechts gebruiker van een 'dienstwoning' was, ondernam hij diverse initiatieven ter verbetering van de gebouwen en de omgeving. Hij was hierbij vooral beïnvloed door het Parijs van  Hendrik IV. Op het Binnenhof zelf waren diverse andere regeringslichamen gehuisvest, zoals de Staten van Holland, het Hof  van Holland, de Rekenkamer en de Staten-Generaal.

Tot ongeveer 1630 lag het Binnenhof nadrukkelijk gericht op het westen, in de richting van het Buitenhof en het dorp Den Haag. De enige echte toegang tot het Binnenhof lag dan ook aan de westkant. Aan de Oostzijde lagen een oude moestuin en een boomgaard.

Het Stadhouderlijke kwartier bestond uit een vleugel die in de plaats was gekomen van de muur die Buitenhof en Binnenhof van elkaar scheidde. Prins Maurits had de Stadhouderstoren daar tegenaan laten bouwen. Bij het stadhouderlijk paleis hoorden ook enkele oudere gebouwen langs de hofvijver (tussen de Stadhouderstoren en hofkapel) .

De Ridderzaal zelf was na het tijdperk van de Graven niet meer in gebruik als paleis. Het is daarna gebruikt als stal, als kazerne en zelfs een tijdlang als gokhal. In 1994 en '95 heeft de Eerste Kamer in de Ridderzaal vergaderd, omdat op dat moment de vergaderruimte van diezelfde Eerste Kamer gerestaureerd werd. De Ridderzaal wordt nu alleen nog maar gebruikt voor bijzondere bijeenkomsten, zoals de opening van de Staten-Generaal. Ook is er dagelijks een rondleiding.

laatst bijgewerkt: 23-12-03