7333 |
Maurits van Nassau (1567-1625) |
![]() |
Maurits, de zoon van Willem van Oranje en Anna van Saksen, werd in 1567 geboren op het Duitse kasteel Dillenburg in Duitsland en werd tot zijn tiende jaar voornamelijk opgevoed door zijn vrome oom Jan van Nassau. Zijn moeder Anna van Saksen was enkele jaren na zijn geboorte gesnapt op overspel. Ze was toen al jaren onevenwichtig en werd opgesloten. Op den duur werd zij krankzinnig. Zijn vader, Willem van Oranje, leerde hij pas kennen toen deze hem in 1577 liet overkomen naar de opstandige gewesten. Hij studeerde in Leiden. Na zijn vaders dood in 1584 trad de jonge Maurits in diens voetsporen. Op zijn 17e jaar volgde hij zijn vermoorde vader op als stadhouder van de gewesten Holland en Zeeland. Enkele jaren later is hij ook stadhouder van Overijssel, Utrecht en Gelderland.
In zijn biografie Maurits van Nassau, 1567-1625 : De winnaar die faalde beschrijft A. Th, van Deursen hem als hardwerkende, nuchter soldaat, die niet aan hoofse manieren deed, simpel leefde, vooral gaf om paarden en wiskunde, af en toe schaakte, op wolven jaagde of op zoek ging naar vrouwelijk schoon. Zijn emoties toonde hij niet. Hij was geen charmante man, maar ook weer niet hardvochtig. rechts: Maurits op 12-jarige leeftijd |
![]() |
![]() |
Zijn leven stond van jongs af aan in het teken van de oorlogvoering. Hij was nog maar een tiener toen hij - na de dood van zijn vader Willem van Oranje in 1584 - als stadhouder de militaire leiding kreeg over een leger dat volop in oorlog was met Spanje. Maar Maurits bleek over grote militaire kwaliteiten en inzichten te beschikken en boekte al gauw het ene succes na het andere, waarvan de Slag bij Nieuwpoort in 1600 het bekendst is. Tijd om te trouwen had hij kennelijk niet. Niet dat hij geen relaties had: de populaire militair verwekte bij zes vrouwen acht kinderen, waarvan drie bij Margaretha van Mechelen.
Hij was zuinig op zijn mannen, gemakkelijk toegankelijk voor lager geplaatsten en zelfs relatief begaan met de burgerbevolking in oorlogsgebieden. Hij was zeer gesteld op zijn neef Willem Lodewijk, maar van andere persoonlijke banden weten we weinig. Aan het eind van zijn leven, in 1625, was Maurits van Nassau stadhouder van vijf Nederlandse gewesten, door velen gevierd als de kampioen van het gereformeerd protestantisme, in heel Europa beroemd om zijn militaire vernieuwingen. Voor het kind van een geesteszieke moeder (Anna van Saksen) en een vader die zijn familiefortuin had verspeeld in een opstand tegen een vorst (Willem van Oranje), was hij nog goed terechtgekomen. Maurits was bij velen buitengewoon populair en lag goed in de publieke opinie. Waar het publiek zijn beeld van Maurits aan ontleende of wie dat beeld eigenlijk creëerde, dat weten we niet. Maar Maurits was ook omstreden. Voor sommigen was hij een tiran en een moordenaar. |
In 1618 had Maurits in een groot aantal Nederlandse steden "de wet verzet". Oldenbarneveldt, inmiddels in de zeventig, had nog gediend onder Maurits' vader, Willem van Oranje, de leider van de Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning Filips ll. Nadat Willem van Oranje was vermoord in 1584, zorgde Oldenbarneveldt ervoor dat Maurits zijn vader als stadhouder opvolgde en aan hem had hij zijn eerste militaire benoemingen te danken.
Jarenlang werkten ze intensief samen. Onder hun gezamenlijke leiding leek de jonge Republiek der Verenigde Provinciën voor het eerst een overlevingskans te hebben. Maurits was kapitein-generaal van het Unieleger. Oldenbarneveldt zorgde ervoor dat de belastingbetalers bereid bleven de campagnes tegen de Spanjaarden te financieren en beheerde de diplomatieke betrekkingen van de Republiek. |
![]() |
Tien jaar lang behaalden zij ene succes na het andere. Uiterlijk was de overwinning bij Nieuwpoort in 1600 de kroon op dat werk. Maar na dat jaar droogden de militaire successen op en werd hun relatie steeds moeizamer.
Aanvankelijk raakten ze in conflict over militaire zaken, maar Maurits had ook niet veel op met de manier waarop Oldenbarneveldt vredesonderhandelingen met Spanje voerde. Voor Maurits ging het in de opstand om de gereformeerde religie. Maurits was tegen de vrede met de Spanjaarden. Niet alleen omdat hij ze niet vertrouwde, maar ook omdat hij vreesde dat zij het voortbestaan van de gereformeerde kerk nooit zouden accepteren. Ongelukkig was Maurits ook met de voorwaarden van het Twaalfjarig Bestand van 1609. Verder was Maurits het niet eens met Oldenbarneveldts pro-Franse buitenlandse politiek, omdat deze de protestantse zaak op het spel zette. Maurits was sterk gehecht aan de leer, zoals die hem als kind was bijgebracht. Toch hield hij zich niet erg aan de gereformeerde normen. Zijn jarenlange relatie met de katholieke edelvrouw Margaretha van Mechelen en de buitenechtelijke kinderschaar die hij bij haar en anderen verwekte, vormen daarvoor aanwijzing genoeg. Blijkbaar vielen voor hem de kerk en zijn persoonlijke lven in verschillende compartimenten. In de jaren daarna verslechterde de relatie door verschillen in inzicht over de buitenlandse betrekkingen en over Oldenbarneveldts houding tegenover de crisis in de gereformeerde kerk. Bij de ruzie die binnen de kerk ontstond over geloofszaken draaide het ook om politieke zaken. Kon de overheid uitspraken doen over de kerkleer? Kon het gewest Holland daarover zelfstandig beslissen, zoals Oldenbarneveldt vond en vooral: wie was er in de Republiek eigenlijk de baas? Hoe kon het dat Oldenbarneveldt en Holland zoveel macht hadden dat ze het bijeenroepen van een Nationale Synode konden tegenhouden? De debatten, aangejaagd door preken en pamfletten mondden uit in rellen en arrestaties. In juli 1617 huurden Holland en Utrecht soldaten in, de Republiek stond op de rand van een burgeroorlog. En toen greep Maurits in. Begin 1618 slaagde hij erin zoveel politieke druk uit te oefenen op een aantal steden en staten in het oosten van het land, dat hij de Staten Generaal ertoe kon bewegen hem de opdracht te geven de opstandige steden in Utrecht en Holland in het gareel te brengen. In juli 1618 slaagde hij daarin. Stadsbestuurders en andere ambtenaren werden vervangen door de politieke vrienden van Maurits. De Staten Generaal riepen de Synode van Dordt bijeen. Oldenbarneveldt werd gearresteerd en werd door een speciale rechtbank ter dood veroordeeld. Op 13 mei 1619 werd het vonnis voltrokken. Maurits weet zich te omringen met edelen, kunstenaars, vernuftelingen, rentmeesters en politieke vrienden in diverse bestuurslagen, waarvan raadspensionaris Johan van Oldenbarneveldt wel één van de bekendste is. Portretten van familieleden zoals Willem van Oranje en diens kinderen en portretten van Maurits op verschillende leeftijden door kunstenaars als Van den Queeborn, Goltzius en Van Mierevelt zijn op de tentoonstelling voor het eerst bij elkaar gebracht. Maurits overleed in 1625; zijn laatste jaren waren weinig succesvol. Zo gingen in 1625 Breda en de Bahia de Todos los Sanctos in Brazilië voor de Republiek verloren. laatst bijgewerkt: 14-09-05 |