7332 |
Republiek der Verenigde Nederlanden (1588-1600) |
![]()
Antwerpen, dat nog in Spaanse handen was, werd van de zee afgesneden, door de Schelde af te sluiten. Veel protestanten, waaronder kooplieden en fabrikanten brachten hun bedrijf over naar Amsterdam. Van 1590 tot 1597 veroverde Maurits met zijn kleine leger betrouwbare en goed geoefende soldaten, de ene stad na de andere op de Spanjaarden. rechts: Prins Maurits |
![]() |
![]() |
Boven: Joos de Momper (1564 - 1635) en Jan Breughel ll (1601 - 1678): Een bleekveld in een dorp |
Successen voor Maurits 1590 - De inname van Breda. Als tweede front om de druk op de noordelijke provincies te verlichten werd besloten Breda aan te vallen. Turfschippers hadden bij de Staten een plan ingediend om met een turfschip troepen in de stad te smokkelen, Maurits mocht het uitvoeren. Het Spaanse garnizoen in Breda bestond uit Italianen, die voor precies 70 republikeinse manschappen op de vlucht sloegen. Maurits toonde zich direct een uitstekend zakenman en liet de plundering van de stad met 100.000 gulden afkopen. (z. Turfschip van Breda) De inname van Breda was van bijzonder belang. Breda was de eerste grote stad die de Nederlandse opstandelingen na de dood van Willem van Oranje (1584) en de daaropvolgende verliezen wisten te veroveren op de Spanjaarden. Dit sterkte het zelfvertrouwen enorm en vergrootte de bereidheid van de Staten-Generaal de oorlog te financieren. Maurits had zich definitief bewezen als krijgsman. In het decennium dat volgde, zou hij nog vele steden voor de Staten innemen. Omgekeerd leed de koningstrouwe partij een gevoelig gezichtsverlies. Drie bevelhebbers van het Bredase garnizoen werden dan ook in Brussel onthoofd. Tweemaal zouden de Spanjaarden proberen een soortgelijke krijgslist uit te halen. In de zomer van 1590 verborg een compagnie zich in een hooiwagen die het staatse Lochem zou binnenrijden. In 1595 verstopten Spaanse troepen zich in enkele wijnschepen met de bedoeling Schenkenschans te heroveren. Beide malen werd de opzet bijtijds doorzien. Een tweede front door een aanval op Antwerpen werd door Holland verworpen. Stel je voor dat de aanval lukte en Antwerpen weer vrij werd. Dat zou het einde betekenen van de welvaart in Holland! In 1598 stierf Filips ll. Zijn zoon Filips lll werd koning koning van Spanje. Zijn zuster Isabella en haar man Albrecht kregen de Nederlandse bezittingen. Maar het tij was met de Nederlandse opstandelingen. Na de veroveringen van Mauits erkenden de buurlanden Engeland en Frankrijk de soevereiniteit van de jonge republiek. |
![]() |
De belangrijkste Nederlandse politicus in die tijd was de raadspensionaris Johan van Oldenbarneveldt. Zijn grootste succes was het Drievoudig Verbond van 1596 tussen Engeland, Frankrijk en de Republiek. Eindelijk erkenning voor de Republiek omdat ze voor het eerst als zelfstandige mogendheid geaccepteerd werd. Oldenbarneveldt ontpopte zich als een meesterlijk diplomaat en wist de belangen van de Republiek veilig te stellen zonder al te veel concessies te hoeven doen. Helaas wierp dit verbond weinig vruchten af. |
Van het grootste belang was echter zijn inspanning om de strijd voort te zetten, het kapitaal daarvoor bijeen te brengen ondanks grote tegenstellingen tussen de diverse provincies. Hij liet de provinciale soevereiniteit intact in alle zaken waar centralisatie niet dringend gewenst was, geheel in overeenstemming met de Unie van Utrecht. Verder maakte hij zich sterk voor een rechtvaardige handhaving van het "quotenstelsel" (de financiele bijdrage in de legerlasten naar vermogen van de provincies). Terwijl Maurits de militaire lijnen uitzette op het slagveld, waakte van Oldenbarneveldt (vooral) over de belangen van de (vooral Hollandse) kooplui. En dat die belangen niet altijd parallel liepen, bewees de Slag bij Nieuwpoort (1600)
laatst bijgewerkt: 28-12-03 rechts: hertogin Isabella (1566-1633) |
|