6221

Graafschap Holland (1203-1222)

Graafschap Holland (1190-1203)

Gedurende de hele 13e eeuw vonden een groot aantal watersnoodrampen plaats. Langs de hele kust van Holland werden tal van dorpen, akkers en weiden door de zee verzwolgen. Meestal gebeurde dat bij springvloed en sterke westenwind uit zee. Dan werd het zeewater diep de zeearmen en riviermondingen binnengestuwd. De zwaarste overstromingsramp was wel die van 1288, waarbij het eiland Grynt een deel werd van de Waddenzee. Al het land tussen Enkhuizen en Stavoren met zijn vele dorpen werden bij deze ramp door de zee weggeslagen. Het Almere groeide tot Zuiderzee. Het enige wat de mensen tegen deze watersnoodrampen konden doen, was nog meer dijken aanleggen en bestaande dijken ophogen en verzwaren. Dat gebeurde dan ook. Tussen 1200-1220 werd langs de hele Zuiderzee een zeedijk aangelegd. Hetzelfde gebeurde bij de mondingen van de Rijn en Maas en langs de grote rivieren.

In Holland werden in de 13-de eeuw op vele plaatsen in de rivieren dammen en sluizen gebouwd, zoals in de Amstel, de Rotte, de Schie, de Zaan, de Ee, het Spaarne. Bij deze dammen ontstonden gehuchten die soms later uitgroeiden tot dorpen en handelssteden. Ook werden er waterschappen opgericht die toezicht moesten houden op het onderhoud van dijken en dammen. 

 

Voor die tijd was dit allemaal een gigantische operatie voor zo'n klein landje als Holland. Het geld dat ervoor nodig was kwam van de vorsten die in die tijd schatten verdienden aan de tolgelden. Maar de boeren moesten ook zelf hun steentje bijdragen. De mensen in die tijd waren echter arm en konden het geld nauwelijks opbrengen. Enkele keren kwam het bijna tot een opstand tegen de graaf. Hij bepaalde toen, dat wie niet mee wilde betalen aan het de aanleg van de dijken en het onderhoud daarvan, zijn grond maar moest afstaan. Dat hielp. 

De steden in Holland kwamen niet alleen pas laat op, ze bleven ook nog heel lang vrij klein (tussen 2000 à 5000 inwoners). Zij hielden nog lang een landelijke karakter. Het vee liep bijvoorbeeld gewoon tussen de huizen door en de daken waren bedekt met riet. Veel mensen hadden achter of tussen de huizen een moestuin, waarin zij allerlei groenten en fruit verbouwden. 

Rond 1200 kreeg Leiden een meer stedelijk karakter. Waarschijnlijk had de stad al van graaf Floris lll  en Dirk Vll al dan niet op schrift gestelde stadsrechten en privileges ontvangen en was Leiden dus al rond 1200 officieel "stad". Hoe belangrijk Leiden aan het begin van de 13e eeuw was, bewijzen wel de oorlogshandelingen die in 1204 plaatsvonden. In een stadshandvest uit 1266 is pas voor het eerst sprake van een stadsbestuur in Leiden.

 

Willem l (1203 - 1222) - Loonse oorlog
Op 4 november 1203 overleed Dirk Vll. Voor het eerst deed zich nu de situatie voor dat de wettige opvolger een vrouw was, namelijk de17-jarige dochter van de graaf: Ada. Haar moeder regelde nu voor haar dochter een spoedhuwelijk met Lodewijk, de graaf van Loon. Daarmee hoopte ze de positie van Ada te versterken tegenover haar oom Willem, de broer van Dirk Vll, die heer van Friesland was. Lodewijk werd bijgestaan door een grote groep edelen en bisschoppen. Willem kreeg de hulp van veel Hollanders, Kennemers en Zeeuwen. Ook de bruggraaf van Leiden, Jacob, was op de hand van Willem.

Terwijl Willem nog bezig was bondgenoten te verzamelen in Zeeland, trok de vijftienjarige Ada aan het hoofd van een zwaarbewapende legermacht op naar Leiden. De Hollandse graven beschouwden Leiden kennelijk als "hoofdstad" van hun graafschap. Als Leiden in handen van Ada en haar echtgenoot Lodewijk zou vallen, zou Willem geen kans meer maken. Ridders en schildknapen stelden zich op rond de Leidse burcht. Er waren zelfs "blijdes" meegebracht. Maar terwijl Ada's krijgsmacht de burcht belegerde, omsingelden grote groepen Hollanders, die uit de omgeving van Leiden waren toegestroomd, op hun beurt Ada's leger. Zo werden de belegeraars opeens belegerden. Ada werd gevangengenomen en naar Texel gebracht en later naar Engeland verbannen. Haar echtgenoot Lodewijk van Loon zon op wraak. Hij trok een indrukwekkend leger samen bij Voorschoten. De Kennemers, Zeeuwen en een handjevol Leidenaars waren ver in de minderheid. In de strijd die volgde, wederom de burcht, stortte het leger van Lodewijk de grachten vol met puin en stro. Ondanks een dappere uitvalspoging trokken de Kennemers, Zeeuwen en Leidenaars aan het kortste eind. Bij hun vlucht bezweek de toen nog houten brug over de Rijn onder het oorlogsgeweld. Velen vonden in hun zware harnassen door verdrinking de dood.

Toen Ada na vijf jaar weer werd vrijgelaten, stelde zij alles in het werk om als gravin van Holland te worden erkend, maar slaagde daar niet in. De boeren in Kennemerland en West-Friesland, die altijd aan de kant van Willem hadden gestreden, bleven hem trouw. Uiteindelijk was het Willem die de strijd won, vooral dankzij de steun van de hertog van Brabant, die vanaf nu veel invloed in Holland en Zeeland kreeg. In 1217 gaf Willem Middelburg als eerste Hollandse stad stadsrechten. Willem l nam in 1219 deel aan de Vijfde Kruistocht

Willem ll was gehuwd met Maria van Brabant, dochter van Hertog Hendrik l van Brabant.

Graafschap Holland (1222-1238)

laatst bijgewerkt: 21-01-04

colofon