6241 |
Hertogdom Brabant (1235-1267) |
![]() |
In 1235 stierf hertog Hendrik l (1190-1235). Hij werd begraven in de Leuvense Sint-Pieterskerk, wat er op wijst dat de twee steden met elkaar verweven zijn. Hendrik ll (1235 - 1248) Hertog van Brabant |
Omstreeks 1240 werd op een heuvel bij Gaasbeek een burcht gebouwd als verdediging van het hertogdom Brabant. Het kasteel werd in 1887-1898 gerestaureerd.
Foto: Georges Vandezande, Dilbeek gepubliceerd op de website Pajotseparels.be:: Kasteel op de Helling |
![]() |
Hendrik lll (1248 - 1261) Hertog van Brabant Hertog Hendrik III was een groot liefhebber van Franse minnelyriek, mogelijk als gevolg van zijn huwelijk met de Franstalige Aleidis (Aleide) van Bourgondië. De hertog dichtte een viertal liederen, waaronder een ondeugende pastourelle en een jeu-parti met de Atrechtse trouvère Gilbert de Berneville. Aan het hof van Hendrik lll werd overigens een hele reeks Franstalige minstrelen gesignaleerd. Daarenboven werden aan Hendrik III liederen opgedragen door trouvères als Perrin d'Angicourt, Jean Erart en Carasaus. De hertog was sterk verbonden met het literaire milieu van de stad Atrecht en dat van het Vlaamse hof van de Dampierres. De beroemde dichter-minnezanger Adenet le Roi, die zijn naam dankt aan het feit dat hij als koning der minstrelen werd beschouwd, verbleef aan zijn hof, terwijl er ook van zijn eigen hand enkele hoofse gedichten (in het Frans) bewaard zijn gebleven. Twee dagen na het huwelijk van de dochter van Hendrik lll, Maria, met de Franse koning Filips lll, vertrok Adenet naar Parijs. Twee dagen voor zijn dood verleende hij, naar het voorbeeld van zijn vader, aan zijn onderdanen een privilege, eveneens met de bedoeling de Brabanders welwillend te stemmen voor zijn minderjarige opvolgers. In de Leuvense Predikherenkerk bevinden zich restanten van de grafzerken van Hendrik en Aleidis. Vrij plotseling overleed de hertog in 1261 |
![]() |
Hendrik lV (1261 - 1267) Hertog van Brabant Na de dood van Hendrik III leek de bloei van de Franstalige literatuur aan het Brabantse hof voorbij te zijn. Het hertogdom verkeerde in verwarring en de dichter Adenet le Roi verliet het Brabantse hof om in dienst te treden bij de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Aleidis (Aleide) van Bourgondië, de intelligente weduwe van Hendrik III, nam de teugels stevig in handen, Vermoedelijk op aanraden van de Leuvense dominicanen - met wie zij nauwe contacten onderhield - ging Aleide bij Thomas van Aquino ten rade in verband met enkele bepalingen in het testament van Hendrik III. De Latijnse brief De regimine judaeorum is aan haar gericht. Vermoedelijk is Aleide ook de opdrachtgeefster van de Franstalige ridderroman Sone de Nansay, een tekst vol toespelingen op reële situaties en personages aan het Brabantse hof. Deze tekst kon goed dienst doen bij de opvoeding van Aleides tweede zoon, de latere hertog Jan I. Sone de Nansay moet zijn geschreven op een moment dat nog niet duidelijk was dat Jan zijn broer mocht opvolgen, hetgeen uiteindelijk toch gebeurde in 1267. |
laatst bijgewerkt: 17-12-03 |