6241

Hertogdom Brabant (1235-1267)

Hertogdom Brabant (1100 - 1235)

In 1235 stierf hertog Hendrik l (1190-1235). Hij werd begraven in de Leuvense Sint-Pieterskerk, wat er op wijst dat de twee steden met elkaar verweven zijn.

Hendrik ll (1235 - 1248) Hertog van Brabant
Hendrik l werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik II (1235 - 1248), die zijn oostwaartse expansiepolitiek voortzette. Hij mengde zich in de twisten tussen de prinsbisschop van Luik en de steden van zijn bisdom, en sloot zich ook aan bij de Duitse keizer Frederik II, wat hem in 1244 het bezit van het graafschap Dalhem opleverde.
Tijdens de minderjarigheid van zijn neven Otto II van Gelre (zoon van zijn zus Margaretha) en Willem II van Holland (zoon van zijn andere zus Mathilda) stonden hun vorstendommen (Gelre en Holland) onder zijn invloed. In 1247 weigerde hij de titel van Duits koning, ten voordele van zijn neef Willem. Zijn tweede echtgenote, Sofia van Thuringen († 1275), erfde in 1247 het landgraafschap Thüringen, dat echter in 1275 weer van Brabant werd gescheiden als erfdeel voor Hendrik de Jonge, hun zoon uit dit tweede huwelijk. Op 12 januari 1248, enkele dagen vóór zijn dood, verleende hertog Hendrik aan zijn onderdanen het eerste algemeen landsprivilegie voor Brabant, waarbij hij o.m. rechtszekerheid beloofde, en dat bedoeld was om de opvolging van zijn nog jonge zoon Hendrik III in de ogen van zijn onderdanen te vergemakkelijken.

Omstreeks 1240 werd op een heuvel bij Gaasbeek een burcht gebouwd als verdediging van het hertogdom Brabant. Het kasteel werd in 1887-1898 gerestaureerd.

Foto: Georges Vandezande, Dilbeek gepubliceerd op de website Pajotseparels.be:: Kasteel op de Helling

Hendrik lll (1248 - 1261) Hertog van Brabant
Hendrik lll, de zoon van Hendrik ll, bijgenaamd de Zachtmoedige, volgde zijn vader op. Hij trouwde in 1251 met Aleidis, een dochter van Hugo IV van Bourgondië en Yolande van Dreux. Hendrik steunde de kandidatuur voor het Duitse koningschap van Alfons X van Castilië, door wie hij in 1257 werd aangesteld tot handhaver van de vrede in de westelijke rijksgebieden.

Hertog Hendrik III was een groot liefhebber van Franse minnelyriek, mogelijk als gevolg van zijn huwelijk met de Franstalige Aleidis (Aleide) van Bourgondië. De hertog dichtte een viertal liederen, waaronder een ondeugende pastourelle en een jeu-parti met de Atrechtse trouvère Gilbert de Berneville. Aan het hof van Hendrik lll werd overigens een hele reeks Franstalige minstrelen gesignaleerd. Daarenboven werden aan Hendrik III liederen opgedragen door trouvères als Perrin d'Angicourt, Jean Erart en Carasaus. De hertog was sterk verbonden met het literaire milieu van de stad Atrecht en dat van het Vlaamse hof van de Dampierres. De beroemde dichter-minnezanger Adenet le Roi, die zijn naam dankt aan het feit dat hij als koning der minstrelen werd beschouwd, verbleef aan zijn hof, terwijl er ook van zijn eigen hand enkele hoofse gedichten (in het Frans) bewaard zijn gebleven. Twee dagen na het huwelijk van de dochter van Hendrik lll, Maria, met de Franse koning Filips lll, vertrok Adenet naar Parijs.

Twee dagen voor zijn dood verleende hij, naar het voorbeeld van zijn vader, aan zijn onderdanen een privilege, eveneens met de bedoeling de Brabanders welwillend te stemmen voor zijn minderjarige opvolgers. In de Leuvense Predikherenkerk bevinden zich restanten van de grafzerken van Hendrik en Aleidis. Vrij plotseling overleed de hertog in 1261

Hendrik lV (1261 - 1267) Hertog van Brabant
Als oudste zoon van hertog Hendrik III volgde hij zijn vader op, maar wegens zijn minderjarigheid nam zijn moeder, Aleidis van Bourgondië, het regentschap waar. Aangezien Hendrik mentaal gestoord was, haalde zijn moeder hem over om in mei 1267 troonsafstand te doen ten gunste van zijn broer Jan. Na de machtsoverdracht trok Hendrik zich terug in een abdij te Dijon, waar hij vergeten werd en overleed, niemand weet wanneer.

Na de dood van Hendrik III leek de bloei van de Franstalige literatuur aan het Brabantse hof voorbij te zijn. Het hertogdom verkeerde in verwarring en de dichter Adenet le Roi verliet het Brabantse hof om in dienst te treden bij de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. 

Aleidis (Aleide) van Bourgondië, de intelligente weduwe van Hendrik III, nam de teugels stevig in handen, Vermoedelijk op aanraden van de Leuvense dominicanen - met wie zij nauwe contacten onderhield - ging Aleide bij Thomas van Aquino ten rade in verband met enkele bepalingen in het testament van Hendrik III. De Latijnse brief De regimine judaeorum is aan haar gericht. Vermoedelijk is Aleide ook de opdrachtgeefster van de Franstalige ridderroman Sone de Nansay, een tekst vol toespelingen op reële situaties en personages aan het Brabantse hof. Deze tekst kon goed dienst doen bij de opvoeding van Aleides tweede zoon, de latere hertog Jan I. Sone de Nansay moet zijn geschreven op een moment dat nog niet duidelijk was dat Jan zijn broer mocht opvolgen, hetgeen uiteindelijk toch gebeurde in 1267.

Hertogdom Brabant (1267 - 1294)

laatst bijgewerkt: 17-12-03

colofon