6225 |
Graafschap Holland (1256-1299) |
![]() Floris V Graaf van Holland (1256 - 1296) Dankzij de rijmkroniek van |
![]() |
![]() |
In ± 1270 verhuisde Floris V het grafelijke hof van Leiden naar Den Haag. Bij het jachtslot, dat zijn grootvader, graaf Floris lV, tussen 1230-1234 had laten bouwen in het Haagse Bos, een grote zaal bouwen voor ontvangsten en feesten: de latere Ridderzaal . Het huis van de graaf werd een heel gebouwencomplex. |
Toen Floris V begon te regeren hadden nog heel wat hoge edelen eigen land, waarover de graaf niets te vertellen had. Floris V bracht daar verandering in. De edelen werden bijna allemaal gedwongen hun land aan de graaf af te staan, waarop ze het "in leen" terugontvingen. Zo werden zij verplicht de graaf trouw te zijn en hem bij oorlogen bij te staan. Heel wat edelen verloren zo hun onafhankelijkheid, wat vaak kwaad bloed zette. De boeren in Kennemerland ontnam Floris allerlei vrijheden. Zo werden zij gedwongen om, net als vroeger de horigen, hun hele verdere leven te blijven op het land waarop zij woonden. Als een boer zou komen te overlijden moesten zijn erfgenamen het het beste stuk land aan de graaf afstaan. Ook verhoogde Floris de belastingen. Wie niet wilde gehoorzamen werd veroordeeld tot een hoge boete of zelfs verbannen. Bij het begin van het offensief tegen de West-Friezen (ca. 1270) nam Floris V een aantal maatregelen genomen om een strategische positie, ten noorden van Alkmaar, in te nemen. Als eerste maatregel liet hij door het drassige land tussen de zandrug van Alkmaar en de hoge geestgronden van het latere Oudorp en Vronen (waar nu het huidige Sint Pancras ligt) een uitvalsdijk door het drassige land aanleggen. Deze dijk, waarover nu de Munnikenweg loopt, was een van de invalswegen naar West-Friesland. Onder andere Melis Stoke, geschiedschrijver van de Hollandse Graven heeft dit feit beschreven in zijn Rijmkroniek van Holland. In een andere kroniek (Kronyk van den clerc uten laghen landen bi der see), is de aanleg van de uitvalsdijk nog duidelijker omschreven:.."Hi dedet dycken ende dammen van Alcmaer tot Outorp toe, ende tOutorp dede hyt oic dammen te lande waert in, ende dede onder sinen volke een gebot doen, dat elc man hoy ende stro draghen soude toten dammen, ende beval die dycken wel te bewachten mit scutte ende ander weer.." De werkzaamheden waren niet naar de zin van de West-Friezen. Een poging in 1272 om de aanleg van de dijk te verhinderen werd bloedig door het grafelijke leger neergeslagen. Het eerste treffen met de West-Friezen vond waarschijnlijk plaats bij het dorpje Vroonen (het huidige Sint Pancras). Dit treffen staat bekend als de slag bij Vroonen. (Niet te verwarren met de slag van Vroonen op 27 maart 1297. Deze vond plaats nadat de Westfriezen na de dood van Floris V wederom in opstand kwamen tegen de Hollanders). |
![]() |
Om de Friezen te kunnen onderwerpen werd een dijk opgeworpen van Alkmaar naar Oudorp en zo verder West-Friesland in. De West-Friezen vielen de dijkwerkers aan en Floris V was genoodzaakt met zijn leger op te trekken om de aanvallers af te straffen. Deze wisten echter het Hollandse leger tot voorbij Alkmaar terug te jagen. Pas bij Heiloo wist Floris zijn leger tot staan te brengen en zijn vijanden te verdrijven. Door het grote aantal verliezen kon hij echter zijn veldtocht niet voort zetten. Floris V zou 500, de West-Friezen zouden 800 man verloren hebben.
Links: Floris V in de slag bij Vroonen, schilderij van de 19e eeuwse schilder Charles Rochussen, 1856 |
De troepen van Floris V bevinden zich op de dijk, die door hen is opgeworpen met het doel tegen Alkmaar op te rukken. Waarschijnlijk is het eerste treffen tussen het leger van Floris en zijn tegenstanders dat plaats vond bij het dorpje Vroonen, afgebeeld. Links van het midden is Floris V blootshoofds en wijzend op het vaandel afgebeeld. Rechts op de achtergrond is de rook van de boten met rijshout te zien, die door de Westfriezen in brand zijn gestoken. In 1272 kwamen in Kennemerland de boeren tegen de graaf in opstand. Onder aanvoering was Gijsbrecht van Amstel, trokken zij gewapend met zeisen en hooivorken op naar Utrecht. Niet dat de boeren daar wat te zoeken hadden, maar Gijsbrecht had nog wat te vereffenen met enkele edelen daar. Hij kon echter niet vermoeden dat een ordinaire rooftocht tegen zijn rivalen nog eens zou uitlopen op een complete volksopstand in het Sticht. In de stad Utrecht waren de stadsgilden erg ontevreden over het bestuur van elect Jan van Nassau . Zij haalden het boerenleger onder van Amstel juichend de stad binnen en Jan van Nassau nam haastig de vlucht naar Deventer. Intussen was het zomer geworden. Het hooi moest van het land gehaald worden, en dus trokken de boeren uit Kennemer- en Waterland weer terug naar hun boerderijen. Floris, die inzag dat hij de Kennemers beter te vriend kon houden om mogelijk in de toekomst samen met hen tegen de West-Friezen ten strijde te trekken, gaf haastig de boeren een aantal vrijheden terug, zoals het vrij mogen erven en het vrij mogen verhuizen naar een ander dorp. Zo slaagde Floris erin om de opstandige Kennemer boeren op zijn hand te krijgen. Floris V breidde zijn macht ook uit over het Sticht. Van een rijke Utrechtse bankier leende hij een groot geldbedrag, waarmee hij de enorme schulden afloste, die Jan van Nassau had gemaakt. Zolang Jan van Nassau die schuld niet had afbetaald, ontving Floris alle inkomsten uit het Sticht. Floris voelde wel dat van terugbetalen niets zou komen, maar daar was het hem dan ook niet om te doen. Zo kreeg hij Jan van Nassau volledig op de knieën. Tegelijkertijd begon Floris Jan van Nassau's leenmannen, waaronder Gijsbrecht lV van Amstel, die in hun gebied liever zelf de baas wilden zijn, openlijk te steunen. De kooplieden van Amestelleredamme gaf hij het recht de Hollandse wateren te bevaren zonder het betalen van tolgeld (1275). Dat deed hij niet alleen om de bevolking aan zich te binden, maar ook in de hoop dat de Hollandse kooplieden hun handelsroutes zouden verleggen naar de Hollandse binnenwateren. Met dit tolprivilege schoot Floris duidelijk ook onder de duiven van de Gijsbrecht lV, die op zijn beurt probeerde het machtiger wordende Holland en het afbrokkelende gezag van Jan van Nassau tegen elkaar te uitspelen. Na de opstand van de Kennemer boeren (1272-1274 was Gijsbrecht lV van Amstel in het Sticht een machtig man geworden. Hij eiste van elect Jan van Nassau voor het geld dat hij hem schuldig was, slot Vreeland als onderpand en de aanstelling tot "adviseur". Jan van Nassau kon nu niets meer ondernemen, zonder Gijsbrecht van Amstel er in te kennen. Het bezit van Vreeland legde hem intussen geen windeieren. De tol die hij opeiste van de schepen die van en naar de stad Utrecht voeren, bracht hem aardig wat geld in het laatje, waar de Utrechtse kooplieden natuurlijk niet echt blij waren. Van die ontevredenheid maakte Floris V handig gebruik. Met het geld dat hij van de ontevreden Utrechtse kooplieden als steun ontving, stelde hij de Jan van Nassau in staat om zijn schulden aan de Gijsbrecht van Amstel terug te betalen. Gijsbrecht moest nu Vreeland teruggeven, maar wilde daar niets van weten. Floris V trok nu ten strijde en belegerde het kasteel. Die belegering liep echter uit op een grote mislukking. Toen doet de bisschop een domme zet. Hij vergreep zich aan de kas, waarin de gelovigen bijdragen hadden gestort voor een te houden kruistocht. Toen dat uitkwam gaf, dat een enorme rel. Floris V wilde Jan van Nassau wel uit de nood helpen door hem geld te lenen, waarmee hij het ontvreemde bedrag terug kan storten. Maar als onderpand eiste Floris wederom alle inkomsten die de elect ontvangt uit het Sticht. Opnieuw ging Floris V over tot belegering van Vreeland, ditmaal met meer succes. Bij Loenen kwam het tot een flinke veldslag, waarbij Gijsbrecht van Amstel gevangen werd genomen. Ook liet Floris V het stadje Montfoort innemen. Voor zijn bewezen diensten eiste Floris V van Jan van Nassau dit stadje en kasteel Vreeland op. Amstelland en Woerden kwamen bij Holland (1287) en ook het Muiderslot aan de monding van de Vecht, zodat Floris V nu de waterweg naar Utrecht beheerste. Later verwierf Floris nog Naardingerland (Gooiland) in leen van de abdis van Elten. Gijsbrecht van Amstel moest enkele jaren doorbrengen in gevangenschap. Hij kreeg zijn bezit dan weliswaar terug, maar nu als leen van Holland. Intussen slaagde Floris V erin de West-Friezen onder de duim te houden en dit gebied bij zijn graafschap in te lijven. In West-Friesland woonden kleine, vrije boeren en vissers die er niets voor voelden hun vrijheid in te ruilen tegen de wetten en regels van een graaf. |
![]() |
Met de regelmaat van de klok deden de West-Friese boeren uitvallen in het noorden. Ze waren een constante bedreiging voor het gezag van de graaf. Met de West-Friezen had Floris V bovendien nog iets te vereffenen. Zij hadden Willem ll in 1256 bij Hoogwoud gedood en op een geheime plaats begraven. Floris wilde die "moord" wreken en zijn vader op een waardige plaats laten begraven.
Links: kasteel Wijdenes *) |
Het was echter niet zo gemakkelijk om tegen de West-Friezen te strijden. Tien jaar eerder had Floris ook al een veldtocht ondernomen, maar dat was uitgelopen op een groot fiasco. Het Westfriese land was alleen maar te bereiken langs enkele mak-kelijk te verdedigen smalle dijken. Wie zich daar buiten waagde zonder het terrein te kennen, zakte gegarandeerd met paard en al door de modder weg. Floris tweede veldtocht in het jaar 1282 slaagde beter. De West-Friezen werden verslagen, maar bleven zich nog wel verzetten. Daarom liet Floris op verschillende plaatsen (Wijdenes, Medemblik, Nieuwenbrug, Middelburg en Nieuwendoorn) dwangburchten bouwen.
rechts: Kasteel van Medemblik *) |
![]() |
In de winter van 1287-1288 joegen zware noordwesterstormen de zee over het lage kustland. Grote stukken land werden overstroomd. Tussen Oost- en West Friesland kwam een brede strook zee. Veel mensen en vee verdronken. Floris maakte hiervan gebruik. Zijn schepen namen het ene dorp na het andere in, tot in Texel toe.
Het bestuur van Floris V leverde de West-Friezen aanzienlijke voordelen op. Strakke regels en wetten bleven uit, maar wel werden wegen en dijken aangelegd, waaronder de 126 km lange Ringdijk, die West-Friesland als een ring omsloot. Ook liet Floris V gebieden ontgonnen. De machtstegenstellingen tussen Gijsbrecht lV en Floris V had bij een aantal edelen, w.o Gijsbrecht lV, Herman van Woerden en Gerard van Velsen kwaad bloed gezet. Zij beraamden een plan om de graaf te ontvoeren. Nadat zij Floris V nabij Muiden hadden overvallen, kwam er van alle kanten volk op de been om de graaf te bevrijden. Tijdens die bevrijdingspoging werd de graaf door één van de ontvoerders neergestoken (1296). De Graaf van Holland, sluit een verbond met de Engelse koning tegen de Vlaamse adel, die op de hand van de Franse koning is. De Vlaamse adel sluit kort daarna echter een verbond met de Engelse koning, waarop Floris V zonder omhaal overloopt naar de Franse koning. Zo ging dat. Die laatste stap kostte Floris wel het leven. De Graaf werd niet het slachtoffer van een paar opstandige edelen, maar van een internationaal complot. Koning Edward van Engeland stak erachter. Edward was niet van plan Floris te vermoorden. Het doel kon immers ook zonder bloedvergieten bereikt worden? Iemand gevangennemen en hem een poot uitdraaien was niet ongebruikelijk in die dagen.De Engelse koning kon het vuile werk laten opknappen door een aantal hoge edelen, die stuk voor stuk nog een appeltje met Floris te schillen hadden. Onder hen was de Heer van Amstel. Floris had hem een paar jaar eerder gevangengenomen, een financieel uitgekleed, en hem in feite politiek monddood gemaakt. Hij was weliswaar leenman in zijn gebieden gebleven, maar hij mocht geen kastelen meer bouwen, hij moest een onwaarschijnlijk hoge boete van tweeduizend pond betalen, Nardinkland, Muiden, Muiderpoort en Weesp werden hem afgenomen, enzovoort. Voor Gijsbrecht was er bepaald winst te halen. Na een etentje in Utrecht toog het gezelschap naar de stadsweide (eigendom van Gijsbrecht, die het terrein dus op zijn duimpje kende) waar de Graaf tijdens de valkenjacht werd gegijzeld. Gijsbrecht keerde naar de stad terug, en Herman van Woerden en Gerard van Velzen brachten de Graaf naar het Muiderslot, waar ze scheep zouden gaan naar Engeland. Was de boot kapot of was er windstilte? In elk geval werd het vertrek uitgesteld. |
|
Floris bleef gevangen - weer een bewijs dat moord niet de opzet was.Toen gebeurde er iets dat niemand had kunnen voorzien. Boeren wilden de Graaf bevrijden en de edelen raakten in paniek. Naar verluidt was het Gerard van Velzen die de Graaf doodstak. En Gijsbrecht, arme Gijsbrecht, had althans met de moord niets van doen, maar bleek toch uiteindelijk de grote verliezer. De nieuwe bisschop van Utrecht zag zijn kans schoon en pikte de oude bezittingen, die hij ooit in leen had afgestaan aan de Van Amstels, weer terug. |
Gijsbrecht lV kreeg samen met Herman van Woerden en Gerard van Velsen de moord in de schoenen geschoven. Hij werd zwaar gestraft en met zijn hele familie verbannen naar Vlaanderen, waar hij ook stierf. Na de moord op Floris V (1296) werd Gijsbrecht van Amstel wegens zijn aandeel in de aanslag uit Holland verbannen. Al zijn goederen werden verbeurd verklaard. De rest van zijn leven zou hij als banneling in Vlaanderen doorbrengen. Jan slaagde er in 1297 in de West-Friezen, die na de dood van zijn vader weer in opstand waren gekomen en daarbij het Muiderslot en de dwangkastelen in West-Friesland hadden bestormd, weer te onderwerpen. Het dorp Vroonen werd na het neerslaan van de opstand totaal verwoest en ging na de wederopbouw Sint Pancras heten, naar de kapel die gebouwd werd op de resten, die gewijd was aan de heilige Sint Pancratius. In het jaar 1487 werd deze kapel een parochiekerk en het omliggende dorp werd Sint Pancras. Op 1 augustus 1299 werd Wolfert na een hoog opgelopen conflict met het stadsbestuur van Dordrecht in Delft vermoord. Na deze moord schoven de steden de Graaf van Henegouwen, Jan I van Avesnes, de zoon van Aleida van Holland (een dochter van graaf Floris lV van Holland en Machteld van Brabant) naar voren aan wie Jan I van Holland op 27 oktober 1299 de regering voor een periode van vier jaar overdroeg. Twee weken later, op 10 november 1299, kwam de nog maar vijftien jaar oude Jan I van Holland te overlijden. Met zijn dood stierf ook het eerste Hollandse Huis uit. Hij werd opgevolgd door zijn achterneef Jan II die als Jan van Avesnes een zoon was van zijn oudtante. De in het koor van de abdij van Rijnsburg opgegraven skeletten blijken na een hernieuwd onderzoek in 1995 niet die van Floris V en zijn verwanten te zijn maar van 300 tot 600 jaar ouder dan de personen aan wie ze bij het eerdere onderzoek waren toegeschreven. *) Illustratie met toestemming van de auteur en tekenaar Ben Dijkhuis, overgenomen van de website: Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar. http://home.planet.nl/~dijkh287/kastelen/index.htm |
![]() laatst bewerkt: 04-02-04 |