|
Robrecht lll van Béthune (1305-1322)
Gwijde van Dampierre werd in 1305 opgevolgd door de oudste zoon van Gwijde van Dampierre: Robrecht lll van Béthune, bijgenaamd De Leeuw van Vlaanderen. Behalve graaf van Vlaanderen was hij ook graaf van Nevers (1273 tot 1322). Hij huwde in 1265 met Blanca van Anjou, dochter van Karel van Anjou (die later koning van Napels en van Sicilië zou worden). Zij overleed reeds in 1269 en hun zoon Karel stierf op elfjarige leeftijd. Robrecht hertrouwde in 1272 met Yolande, gravin van Nevers, die hem vijf kinderen schonk (waaronder Lodewijk van Nevers en Robrecht van Kassel).
Robrecht had militaire roem verworven in Italië, toen hij aan de zijde van zijn schoonvader Karel van Anjou streed (1265–1268) tegen de laatste Hohenstaufens, Manfred en Konradin). Samen met zijn vader had hij in 1270 deelgenomen aan de Achtste Kruistocht naar Tunis, onder de leiding van Lodewijk de Heilige. Na zijn terugkeer bleef hij, zowel op militair, politiek als administratief gebied, steeds een trouw medewerker van zijn vader in diens strijd tegen de pogingen van de Franse koning Filips lV de Schone om Vlaanderen bij het kroondomein te voegen. Hoofdzakelijk onder zijn invloed verbrak Gwijde van Dampierre alle feodale banden met zijn leenheer (20 januari 1297). Toen het verzet hopeloos bleek, gaf Robrecht zich samen met zijn vader en zijn broer Willem van Crèvecœur gevangen aan de Franse koning (mei 1300). Kort daarvoor had hij in feite het bewind overgenomen van zijn vader. Hij werd opgesloten in het kasteel van Chinon. Zo nam hij dan ook geen deel aan de Guldensporenslag, in tegenstrijd met de romantische voorstelling van Hendrik Conscience in zijn roman De Leeuw van Vlaanderen.
Na de dood van zijn vader Gwijde van Dampierre in gevangenschap mocht Robrecht naar zijn graafschap terugkeren (juli 1305). De uitvoering van het voor Vlaanderen zeer nadelige Verdrag van Athis-sur-Orge zou zijn stempel drukken op heel het bewind van graaf Robrecht. Aanvankelijk boekte hij wel enig succes bij zijn pogingen om zowel de steden als het platteland tot nakoming van de aangegane verplichtingen te bewegen. Vanaf april 1310 ging hij echter resoluut in het verzet, gesteund door de bevolking en zijn familieleden, en zo hield hij, zowel op diplomatiek als op militair vlak, stand tegen de Franse koning. Toen hij in 1319 naar Rijsel oprukte, weigerden de Gentenaars hem over de Leie te volgen. Mede onder druk van zijn kleinzoon Lodewijk I van Nevers gaf de vermoeide Robrecht de strijd op, en ging hij in april 1320 in Parijs leenhulde brengen aan de koning. Maar zelfs na die datum zou hij nog de uitvoering van het Verdrag van Athis-sur-Orge en de daaropvolgende overeenkomsten saboteren. Robrecht van Bethune overleed in 1322 en werd opgevolgd door zijn kleinzoon Lodewijk en niet door zijn zoon (die ook Lodewijk heette) die intussen was overleden.
Op zijn uitdrukkelijke wens werd hij in Vlaamse aarde begraven (in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper). Zijn lichaam mocht enkel naar de abdij van Flines (nabij Dowaai) worden overgebracht als Rijsel en Dowaai weer bij het graafschap hoorden. In deze abdij werden ook zijn eerste vrouw en zijn vader begraven.
In Vlaamsgezinde kringen wordt Robrecht van Bethune, alias "de Leeuw van Vlaanderen", wegens zijn onenigheid met Frankrijk en de vertekende voorstelling door Hendrik Conscience, vaak gezien als een symbool voor de Vlaamse ontvoogding. In werkelijkheid sprak "de Leeuw van Vlaanderen" hoogstwaarschijnlijk niet eens Nederlands. Toch speelde hij een belangrijke rol in het behoud van de zelfstandigheid van het graafschap in de tijd vóór en na zijn gevangenschap.
De zoon van Robrecht lll, Lodewijk l van Nevers was twee maanden vóór de dood van zijn vader overleden. Zijn zoon, Lodewijk ll van Nevers volgde in 1322 zijn groot vader op.
Lodewijk ll van Nevers (1322-1346)
Lodewijk II van Nevers, ook Lodewijk van Crécy genoemd, was graaf van Vlaanderen en van Nevers (1322-1346), en graaf van Rethel (1325-1346). Hij was opgevoed aan het hof te Parijs, waar hij op 21 juli 1320 trouwde met Margaretha, de achtjarige dochter van koning Filips V. Zijn beleid was dan ook sterk Fransgezind. Daarmee deed hij afbreuk aan de politiek van zijn directe voorgangers. In hun alliantie met Engeland vonden die een waarborg voor hun onafhankelijkheid en bescherming tegen het Frans expansionisme. Engeland was de belangrijkste wolleverancier en daarmee de bron van de Vlaamse rijkdom. Lodewijks politiek kwam zo in conflict met de belangen van zijn onderdanen. Met steun van de Franse koning en van de steden Brugge en Gent kon hij weerstand bieden tegen zijn oom Robrecht van Kassel, die zijn rechten deed gelden op de grafelijke troon.
In juni 1323 schonk graaf Lodewijk aan zijn oudoom Jan van Namen, heer van Sluis, de rechtsmacht over het water van Sluis en van het Zwin en kwam daarbij in botsing met Brugge. In november 1323 had de graaf te kampen met een opstand van Vlaamse boeren uit de kuststreek aangevoerd door Nicolaas Zannekin, naar aanleiding van de heffing van grafelijke belastingen. Lodewijk moest toen noodgedwongen naar Frankrijk vluchten. Het Franse leger bracht echter de Vlamingen op 23 augustus 1328 een zware nederlaag toe in de slag bij Kassel. In de jaren tussen 1329 en 1331 vaardigde de graaf de mauvais privilèges uit voor de opstandige steden en kasselrijen (burggraafschappen).
In oktober 1336 schaarde Lodewijk zich openlijk aan de zijde van Frankrijk bij het begin van de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk. De Honderdjarige Oorlog bracht het in Leliaarts en Klauwaarts verdeelde graafschap in een netelige positie.
Toen hij Engelse kooplieden gevangenzette, lieten de Engelse represailles niet op zich wachten: In1336 verbood Edward lll de wolexport naar Vlaanderen. De Vlaamse steden kozen daarom onder leiding van Jacob van Artevelde ca. 1290-1345), geen graaf, maar wel feitelijk machthebber binnen Vlaanderen, voor Engeland. Begin februari 1339 werd de weerstand tegen Lodewijk zo groot dat hij vluchtte naar Sint-Omaars. In 1338 sloten de Vlaamse steden met Eduard lll een verbond en kwam er einde aan het verbod op de wolexport. In december 1339 verliet Lodewijk ll van Nevers 1339 voorgoed zijn graafschap verliet. Hij sneuvelde op 25 augustus 1346 in de Slag bij Crécy.
Lodewijk van Male (1346 - 1384)
Lodewijk ll werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk van Male. Behalve graaf van Vlaanderen was hij ook graaf van Nevers en Rethel. Na de Slag bij Crécy (25 augustus 1346), waarin hij ernstige verwondingen had opgelopen, verbleef hij tot november 1346 op het kasteel van de hertog van Brabant te Tervuren. De weversgilden, die in de Vlaamse steden die feitelijk macht in handen hadden, dwongen hem ertoe de Engelse koning Edward III als hoogste gezagdrager te erkennen en zich te verloven met diens dochter Isabella. Dat gebeurde te Sint-Winoksbergen (Bergues) in maart 1347. Op aanraden van de Franse koning Filips l en met de steun van de paus en van hertog Jan III van Brabant verbrak Lodewijk zijn verloving en vluchtte hij in april 1347 naar Frankrijk. Op 1 juli 1347 had te Tervuren zijn verloving plaats met Margaretha, de dochter van hertog Jan III, met wie hij kort daarna in het huwelijk trad. Onder het voorwendsel dat zijn schoonvader Jan III de Brabantse successie geregeld had zonder zijn goedkeuring, viel hij na de dood van Jan lll zijn zwager hertog Wenceslas van Luxemburg (de echtgenoot van zijn schoonzuster Johanna) aan en versloeg hem te Scheut (17 augustus 1356). Als gevolg van deze overwinning nam hij de steden Mechelen, Antwerpen, Leuven en Brussel in. Bij de Vrede van Ath (3 juni 1357) verwierf hij ook wettelijk de heerlijkheid Mechelen en de stad Antwerpen, alsook de titel hertog van Brabant.
Nadat zijn dochter Margaretha in 1361 weduwe was geworden, huwde hij haar in 1369 voor de tweede maal uit, en wel aan Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, een jongere broer van de Franse koning Karel V. Lodewijk kreeg de beloning die hij gevraagd had: de terugkeer naar Vlaanderen van de kasselrijen Rijsel, Dowaai en Orchies, die in 1312 bij het Verdrag van Pontoise aan Frankrijk waren afgestaan. In 1382, bij het overlijden van zijn moeder, vielen hem bovendien ook Artesië (Artois) en Franche-Comté ten deel.
In 1379 brak in Gent een opstand uit. Lodewijk werd in het defensief gedrongen. Zijn aanhangers in Brugge werden door Filips van Artevelde verslagen, in de slag op het Beverhoutsveld (3 mei 1382). Hij riep de hulp in van Filips de Stoute en de Franse koning en kon aldus de overwinning van Westrozebeke behalen (27 nov. 1382). In hetzelfde jaar kwam Artois via vererving weer aan Vlaanderen terug.,
Het doel van Lodewijks binnenlandse politiek was te voorkomen dat een machtige coalitie tegen hem zou tot stand komen. Zijn buitenlandse politiek werd eveneens bepaald door het voordeel dat hij uit bestaande constellaties kon halen. Hij nam niet deel aan de Honderdjarige Oorlog en wist daardoor steeds in de gunst van Engeland te blijven. Als graaf van Vlaanderen omringde Lodewijk van Male zich met Vlaamse raadsheren, meestal juristen. In de instellingen die hij oprichtte of moderniseerde, o.m. de Audiëntie, wisten deze raadsheren uiterst behendig en zonder veel tegenstand de steden en de mindere wetten aan het grafelijk gezag te onderwerpen. Op deze wijze legde Lodewijk van Male de basis gelegd voor de centraliserende politiek van de Bourgondische hertogen.
Lodewijk van Male was de laatste autonome graaf van Vlaanderen: zijn dochter en erfgename Margaretha van Male bracht door haar huwelijk met Filips de Stoute het graafschap Vlaanderen onder de feitelijke macht van de Bourgondische hertogen.
Vlaanderen (1384 - 1404)
laatst bijgewerkt: 04-12-03
colofon
|