6033

Frankrijk (1271 - 1314)

  Frankrijk (1223-1271)

Filips lll de Stoute (Philippe lll le Hardi) (1271-1285) 

Filips lll de Stoute volgde in 1271 zijn vader Louis lX op. 

Na de dood van zijn oom Alfons van Poitiers erfde Filips lll in 1271 de graafschappen Auvergne, Poitou, Saintognes en Toulouse. Hij maakte er twee gedeelten uit los die hij wegschonk: het Comtat Venaissin (dit is het gebied rond Carpentras) ana de paus en Agenais aan de Engelse koning Eduard l (verdag van Amiens, 1279).

Filips was een weinig zelfstandige persoonlijkheid. Aanvankelijk liet hij zich vooral leiden door zijn gunsteling Pierre de la Brosse, die echter in 1278 in ongenade viel, door tussenkomst van Filips tweede vrouw, Maria van Brabant en terechtgesteld werd. Daarna werd Filips gedomineerd door Maria en zijn moeder, Margaretha van Provence. In 1284 brachten Maria's aanhangers hem ertoe op te treden tegen Peter lll van Aragon, die Sicilië onderdrukt had aan Karel van Anjou en de kroon van Aragon te aanvaarden ten behoeve van zijn derde zoon, Karel van Valois. De veldtocht tegen Aragon mislukte echter en Filips overleed op de terugweg.

Filips lV de Schone (1285-1314),  zoon Filips lll en Isabella van Aragon die zijn vader in 1285 opvolgde, maakte snel een eind aan het door zijn vader begonnen conflict met Aragon en spitste zijn politiek toe op Engeland en Vlaanderen. Het geschil met Engeland ontvlamde voornamelijk na de uitspraak van de Franse koninklijke rechtbank die het leenmanschap van de Engelse koning over Guenne confisqueerde (1294), evenals door conflicten op zee. Het geschil met Vlaanderen ontstond door de groeiende bemoeizucht van de Franse koning met de interne zaken van het graafschap. De koning onttrok namelijk Vlaamse steden, die bij hem in beroep kwamen tegen hun vorst, aan het gezag van de graaf, wat Gwijde van Dampierre tot een verbond met Eduard l van Engeland dreef (1297).

Nadat Filips lV de helft van Vlaanderen in bezit had genomen, sloot hij met Eduard l het bestand van Montreuil (1299), dat onder meer in een huwelijk voorzag tussen Filips' dochter Isabella met de prins van Wales, waarbij Guyenne als huwelijksgift voorzien was. Paus Bonifatius Vlll speelde hierbij een belangrijke bemiddelingsrol. Daardoor stond de Vlaamse graaf echter geïsoleerd en kon Filips lV heel Vlaanderen veroveren (met de medeplichtigheid van de Fransgezinde stadsbesturen in Vlaanderen) en Gwijde gevangenzetten (1300).

Door het machtsvertoon van Filips was er in de Vlaamse steden een duidelijk verzet gekomen van de Vlaamsgezinde Klauwaarts: ambachtslieden en een deel van de adel. Tussen 1300 en 1302 ging Filips over tot een volledige bezetting van Vlaanderen. Het graafschap werd ingelijfd bij Frankrijk wat een fel verzet tot gevolg had bij de Klauwaarts en de Vlaamse steden en in 1301 en 1302 tot opstanden leidden. (Guldensporenslag)

Filips kwam ook in conflict met Paus Bonifatius VIII die Filips bekritiseerde om het recht de Franse geestelijkheid fiscaal te belasten en dezelfde geestelijkheid voor wereldlijke rechtbanken te laten verschijnen. De paus verbood de geestelijken in Frankrijk nog belastingen aan de vorst te betalen, waarop Filips een uitvoerverbod afkondigde voor goud en zilver, waardoor ook de paus geen inkomsten meer kon halen uit Frankrijk. Die reageerde furieus en liet in 1303 Filips excommuniceren waarop Filips geen andere mogelijkheid ziet dan te paus te gaan ontvoeren. Hij plaatste de paus in een 'Babylonische gevangenschap' te Avignon

Links: houten beeld van Filips lV de Schone in het museum De Groeningeabdij in Kortrijk. (Foto: Bert Woudstra 2009)

Bonifatius zou echter kort na zijn aankomst sterven en werd opgevolgd worden door Clemens V, (geboren als Bertrand de Gouth) de aartsbisschop van Bordeaux, die de apostolische stoel verhuisde van Rome naar Avignon, wat de macht van de Franse koning op de Kerk vergrootte. 

Aanvankelijk was Clemens van plan terug te keren naar Rome, maar Filips wist hem te overtuigen in Avignon te blijven. In 1309 trok hij met zijn gevolg naar deze stad en luidde de zogenaamde Babylonische ballingschap der pausen (1309-1376) in. Clemens was de eerste paus die de Tiara, de pauselijke drievoudige kroon droeg. Clemens steunde koning Filips om de orde van de Tempeliers op te rollen, ten einde te verkomen dat Bonifatius alsnog als ketter te boek zou komen te staan. Het vermogen van de Tempeliers had de koning nodig om zijn eigen financiële problemen te boven te komen. Clemens V ontpopte zich tot een paus die politiek de zijde van de Franse koning Filips IV (de Schone) koos. Toen deze de orde van de Tempeliers ketters noemde, werd dit onder druk van Filips door Clemens gesanctioneerd en schafte hij 'officieel' de orde op 22 maart 1312 af d.m.v. de pauselijke bul Vox In Excelso en werden hun bezittingen en landerijen overgedragen aan de orde van de Hospitaalridders. In eerste instantie gaven de Tempelridders toe dat homoseksualiteit en het aanbidden van de duivel binnen de Tempeliersorde voorkwamen, maar later herriepen zij deze beschuldigingen. 

Op 18 maart 1314 liet Philips de Schone de grootmeester van de Tempeliersorde, Jacques de Molay en andere leden van de Tempeliersorde te Parijs ter dood brengen op de brandstapel. Het is niet met zekerheid te zeggen of De Molay tijdens zijn executie een vloek uitsprak over Clemens V en de koning Filips IV van Frankrijk, alhoewel er nogal wat boeken en geschriften zijn die daarover spreken. Volgens andere bronnen zou de Molay gezegd hebben dat Philips en Clemens binnen een jaar voor Gods Gerechtshof zouden verschijnen. Paus Clemens V overleed ruim een maand later. Koning Filips IV op 29 november, alhoewel Clemens de orde nooit veroordeelde en de schade voor de orde zoveel mogelijk probeerde te beperken.

Eeuwen later later duikt een document van de paus op. In deze brief betuigde Clemens de onschuld van de orde van de Tempelieren. Hij moet dus kennelijk hebben geweten dat de beschuldigingen aan de Tempelridders vals waren. Door een buitengewone situatie was hij niet bij machte in te grijpen zonder zelf in conflict met Philips raken. Zou hij openlijk voor de Tempelridders hebben gekozen, dan zou hijzelf als een ketter worden veroordeeld. Door deze afschuwelijke patstelling konden de Tempelridders door Philips de Schone uiteindelijk worden opgerold. Logistiek gezien was de operatie van deze oprolling door Philips een meesterstuk. Veel documenten uit die tijd zijn nog bewaard gebleven, ook de ondervraging van de laatste Grootmeester van de orde van de Tempelridders, Jacques de Molay.

Dante Alighieri plaatst al zijn politieke tegenstanders en Clemens V in de hel in het eerste deel van De goddelijke komedie.

In het boek De Da Vinci Code (2003) van de Amerikaanse schrijver Dan Brown wordt door een van de personages gesteld dat de Orde van de Tempeliers door Paus Clemens V werd uitgeroeid. In werkelijkheid was het echter de koning van Frankrijk die daarin de hand heeft gehad. Philips de Schone keek met afgunst naar de internationale rijkdom en macht van de Tempeliers. Bovendien had hij enorme schulden gemaakt bij de Tempeliers die soms fungeerden als bankiers. Om van deze schulden af te komen zocht hij een reden om zijn schuldeiser buiten de wet te plaatsen en vervolgens uit de weg te ruimen (een praktijk die ook werd toegepast ten aanzien van Joodse bankiers. Na de nodige geldsommen 'geleend' te hebben werden de joodse bankiers vervolgd en vermoord of verjaagd uit het land). Philips gaf persoonlijk opdracht de Tempeliers om op 13 oktober 1307 overal gelijktijdig te laten arresteren en vervolgens te liquideren. Clemens V heeft de Orde van de Tempeliers nooit veroordeeld en wilde juist deze orde beschermen en de schade beperken.
Frankrijk (1314 - 1400)

laatst bijgewerkt: 01-08-06

colofon