6271 |
Vlaanderen en Henegouwen (1200 - 1278) |
![]() |
± 1200 verenigden de kooplieden van verschillende Vlaamse steden zich tot een Vlaamse Hanze op Londen. De lakens vonden afzet in haast alle delen van Europa, maar vooral in Italië, van waaruit ze een groot deel werden doorverhandeld naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Op de jaarmarkt van Champagne kwamen de Italiaanse kooplieden de lakens opkopen. De lakennijverheid was intussen lang niet meer het werk van kleine zelfstandige handwerkers, maar van grote ondernemers. Zij hadden het werk uitbesteed aan thuiswerkers. Deze thuiswerkers (wevers, vollers, enz.) verenigden zich in verschillende ambachtsgilden, die het de grote ondernemers (lakenkopers) vaak niet gemakkelijk maakten. Verschillende keren riepen de ambachtsgilden een staking uit en soms grepen ze zelfs naar de wapens. Na de dood van Boudwijn lX (1205) regeerde zijn nog minderjarige dochter Johanna van Constantinopel over het graafschap Vlaanderen. Johanna van Constantinopel (1205 - 1244) Johanna van Constantinopel in het begijnhof van Kortrijk Na het overlijden van haar moeder (1204) en het spoorloos verdwijnen van haar vader (april 1205) liet de Franse koning |
![]() |
Johanna ging de geschiedenis in als een wilskrachtige en vrome vrouw. Zij begunstigde het kloosterleven, en onder haar impuls ontstonden vele kloosters en abdijen. Ze steunde de bestaande hospitalen en leprozerieën en stichtte er nieuwe (o.m. de "Hospice Comtesse" in Rijsel). Onder haar bewind namen de economische macht en welvaart van de Vlaamse steden aanzienlijk toe. Haar standbeeld staat in de tuin van het begijnhof in Kortrijk. Na de slag bij Bouvines (1214) werd Vlaanderen een Frans wingewest. De Vlamingen, vooral de ambachtsgilden, kwamen tegen hun Franse overheersers in verzet. Als Vlaanderen een deel van Frankrijk zou worden, zou de koning van Engeland de uitvoer van Engelse wol kunnen verbieden. Daardoor zou de lakennijverheid volkomen stil komen te liggen en dat betekende honger voor al die mensen die in de lakennijverheid hun brood verdienden. Door deze belangenverstrengeling ontstond er een tweedeling onder het Vlaamse volk: De Leliaards, genoemd naar de lelie in het wapen van de Franse koning, waren Frans gezind. De Klauwaards, genoemd naar de klauwende leeuw in het wapen van Vlaanderen, waren pro Engeland. Nadat Ferrand tijdens de Slag bij Bouvines (27 juli 1214) in Franse handen was gevallen, moest de jonge gravin gedurende dertien jaar alleen regeren. Haar troon kwam even in gevaar toen een kluizenaar zich ten onrechte uitgaf voor de teruggekeerde Boudewijn IX. Ook had zij af te rekenen met haar zwager Burchard van Avesnes, de eerste echtgenoot van haar zuster Margaretha, maar zij slaagde erin dit huwelijk in 1221 te laten verbreken. Na het sluiten van de vernederende Vrede van Melun mocht Ferrand in januari 1227 eindelijk na lange jaren de gevangenis verlaten. Margaretha was net als haar zuster Johanna in 1208 op last van koning Op 11 april 1126 werd Vrede van Melun getekend tussen Vlaanderen en Frankrijk. Het zou de vrijlating garanderen van Ferrand van Portugal, graaf van Vlaanderen die tijdens de slag bij Bouvines door koning Filips August gevangen was genomen. Koning Lodewijk VIII, de opvolger van Filips August, kwam met Ferrands echtgenote, Johanna van Constantinopel, overeen dat Ferrand op Kerstmis 1226 zou vrijkomen. Op 8 november 1226 stierf Lodewijk VIII echter. Daarna werd er in Parijs een nieuw verdrag afgesloten tussen Blanche van Castilië, in naam van haar minderjarige zoon Lodewijk IX van Frankrijk en Ferrand en Johanna. Uiteindelijk kwam Ferrand in januari 1227 vrij. De edelen en steden van Vlaanderen werden verplicht een eed van trouw aan de Franse kroon af te leggen. Johanna en na haar aan Margaretha II van Constantinopel, Gwijde van Dampierre en Robrecht III van Bethune werden dezelfde eisen opgelegd, alhoewel in gewijzigde vorm. |
laatst bijgewerkt: 05-11-03 |